Paulus’ nazaten sterven hier uit

Het Vaticaan heeft 2008 uitgeroepen tot het jaar van de apostel Paulus. Trouw-correspondent Erdal Balci reist in de voetsporen van de apostel, die met zijn reizen en brieven het christendom verspreidde en vormgaf. Deel 3: mensen die aan den lijve ervaren hoe het is om anders te geloven dan de meerderheid.

Tweeënhalf jaar geleden, winter in Ani. De tot een ruïne verworden voormalige Armeense hoofdstad ligt onder de witte sneeuw. In dit uiterste oostelijke puntje van Turkije is de sneeuw als een metafoor die als een vergevingsgezinde moeder alle zonden van haar kinderen dekt. De tentenmaker reisde van stad naar stad in Klein-Azië waar veel te vergeven valt na twee duizend jaar geschiedenis. Apostel Paulus heeft hier niet alleen de basis gelegd voor het christendom, maar ook voor een nooit ophoudend lijden van zijn volgelingen.

De Turkse dichter Nazim Hikmet noemde Klein-Azië het Land dat als een merrie die van het Verre Oosten is komen draven en haar nek naar de Middellandse Zee heeft uitgestoken. Zoals de christenen van het land was ook Nazim lid van een minderheid. Hij was ervan overtuigd dat het communisme een eind zou maken aan armoede en onrechtvaardigheid. Ze hebben hem jarenlang in vochtige gevangenissen laten rotten. De dichter is naar Moskou gevlucht en daar gestorven. In een van de gedichten die hij in ballingschap schreef

maakte hij zijn laatste wens kenbaar: Kameraden, mocht ik voor die grote dag sterven, Wat waarschijnlijk ook gaat gebeuren, Begraaf me in een grafplaats in een dorp in Anatolië, En mocht het lukken zou ik een plataan bij het graf willen, Grafsteen en dergelijke hoeven niet eens

Het was decennia na de kruisiging van Jezus dat Paulus antieke steden als Philadelpia, Antiochië, Pergamom en Efeze in Klein-Azië bezocht. Hij bleef daar geruime tijd, kwam rond door tenten te maken en die te verkopen. Het lukte hem om mensen te bekeren en een christelijke gemeente op te zetten. Hierna trok hij weer verder. Paulus ging weg, maar liet wel een gevolg achter dat tweeduizend jaar lang aan den lijve ondervond hoe het is om niet het geloof van de meerderheid aan te hangen.

In Istanbul, in de wijk Pera, loop ik naar het huis van Yannis Yordanidu. Ik had hem in 2004 leren kennen toen ik op zoek was naar Grieken in Istanbul. Het was zo moeilijk om deze mensen op te sporen dat ik besloot om in deze oude, voormalig christelijke wijk lukraak bij deuren aan te bellen. Yannis was de eerste die de deur opendeed. Hij nodigde me binnen uit waar een sterke geur van naftaleen me verwelkomde. Hij was 82 jaar, klein en goedlachs. „Ik ben in Istanbul geboren. Mijn hele leven heb ik hier doorgebracht. Toen ik kind was telde onze Griekse gemeenschap een half miljoen mensen. Ze zijn allemaal weg. Maar ik blijf. Ik houd van mijn wijk.”

Ik bel aan. Niemand doet open. Ik klop op de oude, grote deur. Geen teken van leven. Yannis is er niet. Misschien is hij wel gezwicht onder de druk van zijn kinderen om zijn laatste jaren toch maar bij hen in Athene door te brengen, denk ik. Zijn buurvrouw meldt dat Yannis twee jaar geleden gestorven is. Nog een Griek minder in de stad. Ze sterven uit, volgens de laatste telling zijn er nog maar tweeduizend van hen overgebleven in Istanbul.

Het was avond toen ik had aangebeld bij Yannis. De bejaarde man stond in zijn pyjama. Omdat hij nu bezoek had, ging hij in zijn slaapkamer een nette broek en een blouse aantrekken. Hij had thee gemaakt voor me. Zijn kleine, bruine ogen glinsterden van blijdschap vanwege het bezoek. Hij vertelde over de moeilijke tijden in Istanbul. Bij elke politieke crisis werd de christelijke minderheid aangepakt. In 1923 was de grote trek naar Griekenland. Degenen die niet waren gegaan werden in 1943 getroffen door een belasting die alleen leden van minderheden moesten betalen. In een dag waren ze straatarm. In de jaren vijftig werden de winkels van degenen die nog achtergebleven waren, geplunderd door extreem nationalisten. In 1974 kwam de laatste klap. De Cypruskwestie zorgde ervoor dat ook de laatste Grieken wegtrokken.

En nu is Yannis er ook niet meer.

De apostel hield in dit land zijn donderpreken tegen afgoderij en zedenbederf. Onder de inwoners van Efeze brak op een dag een oproer uit. De zilversmeden leidden het oproer. Hun vrees was dat hun handel in de beeldjes van de godin Artemis in gevaar zou komen door de preken van Paulus. Dankzij de bedarende woorden van een van de bestuurders van de stad ontsnapten de apostel en zijn medewerkers ternauwernood aan een lynchpartij.

Paulus ontsnapte elke keer aan de dood in Klein-Azië. Maar de Armeniërs wachtte wel het noodlot. In 1915 werd het hele volk gedwongen om Klein Azië te voet te verlaten. Deze voetreis van meer dan een miljoen mensen geldt misschien als een van de meest gruwelijke reizen aller tijden. Onderweg naar wat nu Syrië is, werden ze afgeslacht. In elk dorp en iedere stad waar ze langsliepen waren er wel mensen die deze ’christelijke heidenen’ wilden uitroeien. De dieren dronken geen water uit de Eufraat vanwege de vele verrotte lijken die erin dreven. Het resultaat van al die onverdraagzaamheid en drang tot uitroeien van wat onbekend is, is dat er geen Christenen meer zijn in Klein Azië. In het land waar Paulus zijn missie begon en dat als de bakermat van het christendom bekendstaat zijn er duizend Armenen en twee duizend Grieken overgebleven.

De beste foto van de christelijke historie van christenen is misschien wel in het dorp Kayakoy bij Fethiye te schieten. Het Griekse dorp is sinds 1923 verlaten. De huizen en de kerk zijn vervallen. Je kunt zo de huisdeuren opendoen en naar binnenlopen. Het is een spookdorp met honderden huizen. Zelfs de overal aanwezige honden komen hier niet. In de smalle straten van dit dorp renden kinderen. Ezels met oude vrouwtjes klommen in deze straten naar boven. Mensen hebben hier vast hun huizen geschilderd. Hun doden hebben ze hier begraven, hun kinderen op de wereld gebracht. En op een dag gingen ze weg.

Nazim Hikmet heeft een keer in de gevangenis tegen een minister, die hem kwam kleineren, gezegd: „Over honderd jaar weet niemand meer wie jij was. Maar de naam Nazim Hikmet zal verder leven.”

Dat is misschien de enige houvast voor het gevolg van Paulus in Klein-Azië. De wereld zal over hun verdrijving blijven praten. En niet over de bruten.

En dankzij dit stuk zal ook de koppige bejaarde Yannis in de archieven komen die als kleinzoon van Paulus weigerde om weg te gaan. Yannis had zelfs de ruïnes van Ani niet verlaten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden