Paulo Coelho, rattenvanger

Coelho in 2008, op de rode loper in Cannes, de glamoureuze Franse stad waar zich zijn nieuwste roman afspeelt. (FOTO AFP) Beeld AFP
Coelho in 2008, op de rode loper in Cannes, de glamoureuze Franse stad waar zich zijn nieuwste roman afspeelt. (FOTO AFP)Beeld AFP

Literatuurliefhebbers gaan meestal discreet voorbij aan de boeken van Paulo Coelho. Intussen is hij de held van miljoenen lezers. Wat heeft deze goeroe-romancier die immense schare te bieden? En wat maakt zijn werk zo onverteerbaar voor de verdedigers van de goede smaak?

Is hij een wijsheidsleraar of domweg een charlatan? Schrijver van esoterische flauwekul of een getalenteerd auteur? Hoe de antwoorden ook uitvallen, dat Paulo Coelho een fenomeen is, staat wel vast. Van zijn dertien boeken, in 68 talen en 150 landen verkrijgbaar, zijn meer dan honderd miljoen exemplaren verkocht. Alleen ’De pelgrimage’ ging al 65 miljoen maal over de toonbank. Zijn werk ligt op de nachtkastjes van beroemdheden als Bill Clinton. Duizenden internetsurfers bezoeken dagelijks zijn website en leggen hem kwesties en problemen voor die men doorgaans bewaart voor therapeuten en goeroes. Wie is deze man eigenlijk?

Wie Coelho leest, weet dat hij zich onvermoeibaar vragen blijft stellen over de wereld waarin wij leven, de waarden die we aanhangen, de angsten en verwachtingen die ons bezig houden. Zelf zou hij waarschijnlijk minder geïnteresseerd zijn in de vraag wie of wat hij is, dan in de vraag waarom zovelen onvoorwaardelijk achter hem zijn gaan staan. Wat zegt die massale aanhang over onze verlangens en obsessies?

Vanaf het eerste moment dat hij zich als schrijver manifesteerde, houdt Coelho zich bezig met de eeuwige queeste naar innerlijke rust en geestelijke harmonie. Dat maakt hem overigens niet tot een zuinige moralist of een vrome kwezel. Coelho heeft weet van de zelfkant van het bestaan. Drugs, sektes, zwarte magie en zelfs de gevangenis zijn hem uit eigen ervaring bekend. In zijn roman ’Elf minuten’ gaat de spirituele zoektocht samen met expliciete seks. De prostituee die in deze roman de hoofdrol vervult, heet niet voor niets Maria, daarmee herinnerend aan de aloude combinatie van reine maagd en verleidelijke deerne.

Omdat Coelho zoeken belangrijker vindt dan uitkomen bij een onomstotelijke waarheid, ontsnapt zelfs God niet aan zijn kritische vragen. In ’De vijfde berg’ schroomt hij niet de ene, ondeelbare natuur van God in twijfel te trekken, in ’Aan de oever van de Piedra huilde ik’ ontwaart hij in God een vrouwelijke kant.

De nooit eindigende strijd tussen goed en kwaad, die als een rode draad door Coelho’s werk loopt, komt het sterkst naar voren in de trilogie ’De zevende dag’ (’Veronika besluit te sterven’, ’Aan de oever van die Piedra huilde ik’ en ’De duivel en het meisje’), waarvan elk deel handelt over een week uit het leven van gewone mensen die onverwacht worden geconfronteerd met liefde, dood en macht.

Coelho’s laatste, pas vertaalde roman ’De winnaar staat alleen’ is gesitueerd in de ultieme omgeving van glitter en uiterlijk vertoon: het filmfestival van Cannes (dat juist dezer dagen zijn 62ste editie beleeft en – niet toevallig – door Coelho wordt bijgewoond). Het verhaal speelt zich af op rode lopers en zeiljachten, in hotellobby’s en luxe zalen, bij filmpremières en afterparty’s – daar waar de wegen van filmmakers, acteurs, modellen, journalisten, fotografen, opkomende en dalende sterren elkaar kruisen, waar dromen soms in vervulling gaan maar meestal in scherven uiteenspatten, en waar oerdriften en instincten op scherp komen te staan.

Wat in ’De winnaar staat alleen’ weer eens opvalt, is Coelho’s vermogen om met een doordringende analytische blik naar sociale structuren en rituelen te kijken, elk facet daarvan minutieus te ontrafelen en te demystificeren, om vervolgens afstand te nemen en een relativerend, want ironisch perspectief te bieden op menselijke behoeftes en drijfveren. Telkens weer wijst hij erop hoe we leven in een wereld waar de mythe belangrijker is geworden dan de werkelijkheid zelf.

In het centrum van deze roman, die net als A.F.Th. van der Heijdens ’Het schervengericht’ is gebaseerd op de door Charles Manson georganiseerde slachtpartij in het Hollywood van 1969, staat Igor, een schatrijke Russische ondernemer wiens enige doel bestaat uit het terugwinnen van de vrouw die hij is kwijtgeraakt. Maar te midden van het decadente en feestvierende Cannes ontaarden Igors pogingen om zijn liefde te bewijzen in een reeks gruwelijke moorden. Net als in ’Veronika besluit te sterven’ verkent Coelho hier de dunne grens tussen normaliteit en waanzin.

Coelho’s ongehoorde succes neemt niet weg dat zijn werk, waarin hoeren en moordenaars even gemakkelijk hun opwachting maken als profeten, geliefden, cineasten en mannequins, gemakkelijk over het hoofd wordt gezien. Bij sommige Nederlandse boekhandels kan het voorkomen dat de kooplustige lezer zich een ongeluk moet zoeken naar Coelho’s werk, dat niet altijd te vinden is in de kasten met de literaire fictie, maar beland blijkt in de spirituele hoek, bij Deepak Chopra, Carlos Castaneda, James Redfield en andere new age-auteurs.

Het is niet alleen de boekhandel die Coelho slecht kan plaatsen. De literaire kritiek reageert haar verlegenheid standaard af met het eenstemmige en telkens terugkerende refrein van de verguizing. Argumenten daarvoor zijn er te over, want Coelho’s romans druipen van de clichés en stereotypen. Maar daarbij ziet men eraan voorbij dat deze no-go-area’s een vast bestanddeel vormen van het parabelachtige genre waar dit werk bij thuishoort. Inzichten en wijsheden worden er uitgedragen aan de hand van een instructief verhaal waarin de karakters vertegenwoordigers zijn van goed dan wel kwaad.

In parabels, die blijkens hun verbondenheid met de Bijbel en de oude mythes van Afrika en Azië tot het basale erfgoed van de menselijke soort behoren, horen uitvergroting en vereenvoudiging tot het verplichte repertoire. De luisteraar moet zonder al te veel moeite de boodschap kunnen verstaan. Het handelen van de personages en de keuzes die ze maken dienen als leerzaam voorbeeld van hoe het meestal niet en in een enkel geval juist wél moet.

Wie het genre van de parabel met succes wil integreren in de eigentijdse literatuur, moet op zijn tenen lopen. Want hier ligt een mijnenveld waartegen ook Coelho allerminst gewapend is. In strijd met een streng gehanteerde literaire wet laat hij weinig over aan de verbeelding en intelligentie van zijn lezers. Zelfs de meest voor de hand liggende beelden worden uitgelegd. Zo lezen we in ’De winnaar staat alleen’ van de opkomende filmster Gabriela dat haar met papier opgevulde handtasje symbolisch is voor haar persoonlijkheid: ’mooi van buiten, van binnen totaal leeg’. Dit is nog bondig gezegd, maar Coelho kan ook in bladzijdenlang gepreek vervallen.

Met regelmaat vloekt wat Coelho vertelt met de waarschijnlijkheid. Hoe is het mogelijk dat Gabriela als een totale onbekende in Cannes verschijnt en al na een dag de toppen van de roem bereikt? Hoe kan het dat ze na de ontmoeting met het model Jasmine in haar de ’enige vriendin in deze nieuwe wereld’ ontdekt? Waarom verandert Igor van een aanvankelijk niet onaardige man zo abrupt in ’het Absolute Kwaad’? Storend zijn ook de pseudofilosofische uitspraken waarin de personages grossieren of de encyclopedische kennis die ze etaleren, van media, mode- en filmwereld tot en met het werk van auteurs als Beckett en Genet.

Dat Coelho bij zijn vaste lezers met zulke enormiteiten wegkomt, valt alleen maar te verklaren uit de omstandigheid dat ze van hem precies krijgen waarnaar ze op zoek zijn. Het gaat ze niet om literair raffinement en al evenmin om een aanvaardbare weergave van de werkelijkheid, maar om begrip, troost en heling. Coelho voelt haarfijn aan dat in veel volwassen mensen de onblusbare behoefte leeft om, in strijd met de mondigheid waarover ze heten te beschikken, aan de voeten van een messias te zitten, iemand die met deernis spreekt over de levensstrijd, maar die ook stevig op de grond staat en niet terugschrikt voor taboes.

Coelho raakt zijn lezers op hun gevoeligste plek, namelijk daar waar ze hun verlangen naar goedheid, eenvoud, stabiliteit, liefde, vrede en harmonie hebben opgeborgen. En hij stelt ze tegelijkertijd gerust: je hoeft je heil niet per se in de kerk te zoeken als je het ook kunt vinden in de aanrakingen van de hoer Maria; je bent niet onvergeeflijk slecht wanneer je soms je integriteit verliest; de drempel van de angstaanjagende waanzin waarop je je soms voelt wankelen is iets wat heel veel mensen uit ervaring kennen. Coelho bewijst dat we in de 21ste eeuw nog altijd niet de behoefte aan predikers en orakels te boven zijn gekomen , een behoefte die te sterk is om door de voorschriften van literaire keurmeesters te worden ontkracht. Nog altijd spitsen we de oren om het verlossende woord te horen dat ons vrijspreekt en vergeeft, ook als het afkomstig is van een rattenvanger als Paulo Coelho.

(Trouw) Beeld AFP
(Trouw)Beeld AFP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden