PAULA D'HOND 'EN VOILA, DE GRIEZELROMAN IS GESCHREVEN'

Ze is Koninklijk Commissaris, een hoog ambt. Maar, klaagde ze, nog geen handjevol ministers leest m'n stukken. De Brusselse zomerrellen tussen migranten en politie hebben haar aanzien opgekrikt. Toch schelden brave burgers haar nog altijd uit voor hoer en dreigen ze haar auto om te kiepen. Wie is er bang voor Paula D'Hond?

De Koninklijke Commissaris voor het Migrantenbeleid is niet alleen boos op jongeren die er een puinhoop van maken. Ze hekelt ook autoriteiten die er niks tegen doen, en welzijnswerkers die te soft zijn. Zo wordt het toch nooit wat met de strijd tegen het Vlaams Blok, de racistische en fascistische partij die sinds de enorme verkiezingswinst van vorig jaar haar aanhang eerder ziet groeien dan dalen, en die steeds brutaler durft uit te komen voor haar onmenselijke opvattingen.

Het afgelopen weekeinde veroorzaakten aanhangers van het Vlaams Blok zelfs rellen op de grote Markt in Brussel. Het anti-racistische lied 'Bange Blanke Man' dat de zanger Willem Vermandere tijdens een Vlaamse manifestatie zong, werkte op de 'Blokkers' als een lap op een rode stier. Ze probeerden het podium te bestormen, maar stuitten op de politie.

De leiding van het Vlaams Blok zei de rellen te betreuren, maar legde de verantwoordelijkheid bij de organisatoren, die het 'provocerende' lied op het programma hadden gezet. De andere Vlaamse partijen veroordeelden de relschoppers. De socialisten noemden het Vlaams Blok 'een bende straatvechters'. Een vooraanstaand liberaal politicus had de partij kort tevoren fascistisch en racistisch genoemd. Dat soort uitspraken heeft Paula D'Hondt lang gemist na 'zwarte zondag', zoals de 24ste november '91, de dag van de parlementsverkiezingen, in Belgie te boek staat.

Voor de een is ze het geweten van de natie, voor de ander een schietschijf. Bij het Vlaams Blok kunnen ze haar bloed wel drinken. Paula D'Hondt, als Koninklijk Commissaris voor het Migrantenbeleid vier jaar lang pleitbezorgster voor een humaan vreemdelingenbeleid, is verbazend nuchter gebleven onder alle beledigingen, alle aanvallen op haar persoon.

'Nobele huisvaders komen 's nachts naar mijn dorp om plakkaten op te hangen'

D'Hondt: "De geachte afgevaardigde Filip Dewinter van het Vlaams Blok heeft mij een hoer genoemd. Nobele Vlaamse huisvaders komen 's nachts naar mijn dorp om plakkaten op te hangen: 'Alleen hoeren profiteren van de integratie van buitenlanders'. Aanhangers van het Blok hebben drie keer geprobeerd mijn huis aan te vallen. Ze wilden ook eens mijn auto omkiepen, om me letterlijk in de goot te doen belanden. Als ik ergens ga spreken, word ik dikwijls ontvangen op scheldpartijen. Die zijn, naar gelang de graad van beschaving, meer of minder heftig. Maar altijd heftig."

"Er is een Vlaams spreekwoord dat zegt: In de nacht zijn alle koeien grijs. Welaan, ik heb niet grijs willen zijn. Ik heb altijd gezegd wat ik vind. De politiek heeft mij die vrijheid gelaten, althans men heeft mij niet weggezet.

"Ik kreeg wel het verwijt, vanuit de weldenkende partijen, dat ik polariseerde. Alsof een vrouw - ze mag dan een politica zijn, ze was niet een van de meest gerenommeerde - plotseling een probleem kan verheffen tot de polariserende kwestie van de Belgische samenleving. Laat me niet lachen. Het vreemdelingenprobleem is een mega-trend. Overal ter wereld zijn mensen op zoek naar een beter leven."

'Onder druk van uiterst rechts moeten migranten zich sneller aanpassen'

Maar het probleem heeft ook 'typisch Belgische trekjes', geeft mevrouw D'Hondt grif toe. Zo had de plotseling opgelaaide (en snel weer beeindigde) discussie over stemrecht alles te maken met de eeuwige strijd tussen Frans- en Nederlandstaligen. Nederlandstalige politici zijn bang dat de francofone partijen bevoordeeld worden als EG-onderdanen in Belgie straks kiesrecht krijgen, zoals het verdrag van Maastricht wil. Duizenden 'Eurocraten' in en om Brussel zullen, zo wordt gevreesd, in meerderheid op Franstalige partijen gaan stemmen, omdat de Nederlandstalige hen vreemd zijn.

Paula D'Hondt, zelf voorstander van stemrecht voor buitenlanders, heeft met lede ogen toegezien hoe een 'moedig initiatief' van Wiwina Demeester, christen-democratisch minister in de Vlaamse deelregering, ten onder ging. D'Hondt: "Wat had mevrouw de minister gevraagd? Ze zei: als we over het verdrag van Maastricht praten, moeten we toch ook eens denken over stemrecht voor onderdanen uit derde landen, niet-EG-landen dus. Daar werd verschrikt op gereageerd. De partij van de minister die ook mijn partij is, had direct een negatief oordeel klaar. Het parlement heeft de minister een paar opdoffers gegeven. Ik betreur dat het niet mogelijk is sereen te praten over stemrecht voor buitenlanders. Mevrouw Demeester heeft gezegd dat het pure angst is voor het Vlaams Blok, en ik denk dat dat waar is. Is Belgie wel een volwassen democratie met een volwassen parlement, als je over sommige zaken niet meer diskuteren kunt?"

Regeert het Vlaams Blok mee vanuit de oppositiebanken? Laten de 'gevestigde' partijen de oren hangen naar een club die weigert regeringsverantwoordelijkheid te dragen? Paula D'Hondt wil de invloed van de partij in elk geval niet onderschatten. "Onder druk van extreem-rechts hebben we minder tijd om de integratie van buitenlanders te verwezenlijken dan we wel zouden wensen. Het vergt van migranten dat ze zich sneller aanpassen. Tijd is kostbaar, willen we de problemen in harmonie oplossen. Het zou spijtig zijn als het tot een confrontatie komt."

Het Vlaams Blok lijkt daar juist op aan te sturen. Steeds harder schopt die partij tegen buitenlanders, Noordafrikanen ooral. In een zeventig punten tellend programma schetste het Blok onlangs de contouren van je reinste apartheidsstaat: gescheiden onderwijs en sociale zekerheid voor migranten, het terugdraaien van gezinshereniging, beperking van talrijke rechten (varierend van het oprichten van een belangenorganisatie tot het kopen van een huis).

De catalogus van keiharde maatregelen, gedeeltelijk ontleend aan het Front National van Jean-Marie Le Pen, werd door mevrouw D'Hondt bestempeld als 'een griezelroman'. Een oordeel met een voorgeschiedenis.

D'Hondt: "Toen de voorstellen van het Blok nog niet zo uitvoerig op papier stonden, heb ik de partijvoorzitter, Karel Dillen, eens gevraagd hoe hij de gezinshereniging wil terugschroeven. Gaat u de kinderen (de derde generatie migranten is automatisch Belg, redactie) hier laten? Laat u vaders en moeders apart onderbrengen? Gaat u ze laten ophalen als ze niet weg willen? En wie moet dat allemaal doen? Het zullen toch niet de kabouterkens zijn die ze 's nachts allemaal gaan inpakken, en de wereld een clean aanzien geven voor het Vlaams Blok . . . 'Ach mevrouw', zei Dillen toen, 'ge zijt bezig een griezelroman te schrijven'. Voila, de roman ligt er, geschreven door het Blok."

"Het Blok heeft zeventig punten, maar eigenlijk wil het maar een ding: alle vreemdelingen weg. Dillen en Dewinter geven bewust een valse voorstelling van zaken, want ze weten dat zoiets niet kan in een beschaafd land, althans in een land dat zich beschaafd noemt. Ik vraag me af hoe lang Vlamingen zich nog door dit Blok willen laten vertegen woordigen. Voor denkende mensen moeten Dewinter en consorten nu toch te ver gegaan zijn, met hun Blut und Bodentheorieen, met hun puur racistische denkbeelden. De weg die het Blok wil gaan, leidt tot een holocaust. Dat is de les van de geschiedenis."

'De grootste racisten zitten soms in de villawijken'

Maar in opiniepeilingen doet het Vlaams Blok het nog altijd goed, moet mevrouw D'Hondt constateren. Ze ontmoet, op bezoek in oude wijken, regelmatig mensen die ervoor uitkomen dat ze op het Blok gestemd hebben, 'en daar nog fier op zijn ook'. D'Hondt: "Ik zie die houding nog niet veranderen. We zullen maatregelen moeten nemen waardoor mensen zich veiliger, minder kwetsbaar voelen. Ik zeg dat overigens met gevoel voor betrekkelijkheid. Onderzoek heeft uitgewezen dat in een goed bestuurde gemeente als Genk de grootste racisten in de villawijken zitten."

D'Hondt verwijt sommige gemeentebestuurders, vooral in het Brusselse, dat ze hele wijken hebben laten verloederen, 'gewoon, om een migrantenprobleem te scheppen'. Soms is er geen opzet in het spel, maar worden kansen onbenut gelaten of blunders gemaakt. Zo moesten in de Belgische hoofdstad agenten van buitenlandse komaf parkeermeters legen, terwijl ze speciaal waren aangesteld om contacten met migranten te leggen en te verbeteren.

Inmiddels is dat probleem verholpen, en krijgt het politieapparaat op initiatief van de Koninklijk Commissaris lessen in het 'omgaan met buitenlanders'. Geen overbodige luxe, want in het verleden leidde het optreden van de politie meer dan eens tot rellen. Vooral de controle van persoonsbewijzen wordt door jonge buitenlanders als pure discriminatie beschouwd. Ook D'Hondt had trouwens kritiek op de politie, vooral bij de Brusselse 'zomerrellen' van vorig jaar.

Het werk van de Koninklijk Comissaris kwam vooral na een paar veldslagen tussen migranten en de politie in de belangstelling te staan. Voor die tijd was er maar weinig vraag naar de reeksen voorstellen die D'Hondt produceerde. Nog geen handjevol ministers leest m'n stukken, klaagde D'Hondt, wier bureau rechtstreeks onder de eerste minister valt.

Het Commissariaat heeft van meet af aan een tijdelijke opzet gehad. Volgend jaar moet het plaats maken voor een instituut met meer financiele, personele en juridische mogelijkheden, een Centrum voor Gelijke Kansen. Er dient volgens D'Hondt een 'gezaghebbend en moreel hoogstaand' personage aan het hoofd ervan komen te staan. Zelf is ze niet 'in' voor de functie, ze zet een punt achter haar loopbaan.

De oprichting van het Centrum voor Gelijke Kansen is voor D'Hondt een teken dat het migrantenprobleem eindelijk serieus wordt genomen door politici. Er is volgens haar ook iets ten goede veranderd in de buitenlandse gemeenschap in Belgie. Dit voorjaar leek het er even op dat de rellen van '91 zich zouden herhalen. Buitenlandse jongeren in Brussel en Antwerpen raakten slaags met jonge Belgen en de politie. Het liep met een sisser af, dankzij beide partijen.

D'Hondt: "In Antwerpen hebben we een stukje fier kunnen zijn. Een politiebureau werd belegerd door jonge migranten die een gearresteerde kameraad terug wilden hebben. Een agente heeft uitgelegd dat de politie daarover geen besluit kon nemen, omdat de zaak onder de rechter was. De jongeren accepteerden dat en gingen rustig naar huis. Dat is voor mij een teken dat er iets nieuws is, dat er een dialoog op gang komt, dat mensen hun verantwoordelijkheid nemen."

Paula D'Hondt lag er niet wakker van, toen dit voorjaar op kleine schaal ongeregeldheden uitbraken in Antwerpen en Brussel. "Ik zie dat als een verschijn sel van rebellie, een bewijs dat we eigenlijk te doen hebben met een generatie die aan het integreren is. Jongeren eisen hun rechten op. Ze zitten niet als de ouderen stilletjes in hun eigen wijken, met die bange blik in hun ogen en het idee: 'Dit is toch niet ons land, we gaan hier weg'. Je voelt, je weet dat dat nog leeft bij de oudere generatie. Jongeren zeggen: 'Wij zijn hier en we willen erkend worden als menselijke wezens'. Die revolte groeit eigenlijk op een gevoel van zelfrespect, van menselijke waardigheid. Dat vind ik positief.

'Ik wil iemand zijn van wie ze weten wat ik denk'

"Als ik dat zeg, roep ik waarschijnlijk weer kritiek op. Maar ik wil iemand zijn van wie ze weten wat ik denk. Mensen moeten de beweegredenen kennen van wat ik doe. Ik ben katholiek, ik ben gelovig. Ik vind het scheppingsverhaal een van de machtigste dingen: Hij schiep de mens naar Zijn beeld en gelijkenis. En toen zag Hij dat het goed was, op het einde. Mensen zijn gelijkwaardig. Dat is mijn mensbeeld."

Hetgeen een nuchtere analyse van de alledaagse werkelijkheid niet in de weg staat. D'Hondt: ,Ik geef toe dat in Brussel jeugdmisdadigheid bestaat. Een harde kern van jonge migranten zoekt de delinquentie. Tegen die groep moet je onverbiddelijk, maar niet onmenselijk optreden. Er mag geen stad ontstaan waar wijken beheerst worden door georganiseerde bendes. We moeten niet alleen preventief optreden, een deel van het antwoord ligt in het veiligheidsbeleid. Ik ben nu bezig een aantal groepen, die met de jeugdrechter in aanraking zijn gekomen, te bezoeken. Wat mij opvalt, is dat mensen van zeventien, achttien jaar niet meer geloven in zichzelf, in niks en niemand. Ze voelen zich zich volledig uitgesloten. Die troosteloosheid, die totale ontmoediging maakt me bang."

"Het probleem ligt voor een deel bij ons. Neem het absenteisme. Jongeren gaan niet naar school, hangen de hele dag op straat rond, vervelen zich en zorgen voor overlast. Schooldirecteuren zeggen tegen me: 'We hebben ze liever verloren als gevonden'. Maar we moeten gewoon de leerplicht toepassen, voor zowel de Belgen als de migranten. Als we de wet toepassen voor witte mensen en niet voor zwarte mensen, dan is dat omdat we niets goed van zwarte mensen verwachten."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden