Review

Paul van Ostaijen in Berlijn

Op 22 februari 1896 werd Paul van Ostaijen geboren. Ter gelegenheid van zijn 100ste geboortedag vinden tal van activiteiten plaats, vooral in Antwerpen. Een selectie hieruit is opgenomen in de bijlage Etcetera van a.s. zaterdag. Zojuist verschenen: José Boyens, 'De genesis van Bezette stad', uitg. Pandora Antwerpen. Eind februari verschijnt: Marc Reynebeau, 'Dichter in Berlijn. De ballingschap van Paul van Ostaijen (1918-1921)' uitg. Scoop, Groot-Bijgaarden. 262 blz. 695 fr.

De wachtkamer van de voorname Berlijnse dokter Amsberger, Alt Moabit 77, is altijd goed gevuld met dames die in het begin van deze eeuw zijn geboren. De dichter Paul van Ostaijen zou, als hij dit jaar de honderd had gehaald, ook een patiënt van deze keel-, neus- en oorarts kunnen zijn. Amsbergers praktijk draait, net als die van veel Berlijnse collega's, voor een deel op de klandizie van deze verschrompelde vrouwen. “Ik wist niet wat ik zag toen ik zo'n vrouw voor het eerst in de neus keek. Er was niets meer, alles was weggebrand”, vertelde Amsberger, die jaren geleden als beginnend arts niet direct durfde te vragen waarom het binnenwerk in de neuzen van deze patiëntes al zeventig jaar geleden is weggevaagd. Het cocaïne-gebruik, dat zulke vernietigende sporen nalaat, was in het Berlijn van de jaren twintig een alledaagse traditie. De jonge vrouwen en mannen bestelden bij hun kopje koffie op het terras van café Josty of hotel Fürstenhof aan de Potsdamer Platz bij de ober hun 'lijntje'.

Paul van Ostaijen, die eind oktober 1918 in Berlijn aankwam en vlakbij dit plein kwam te wonen, was dus allerminst een excentriekeling omdat hij cocaïne gebruikte. Dat hoorde er in die jaren in Berlijn gewoon bij. Toch wordt de invloed van deze drug op zijn werk nauwelijks besproken en met de normen van deze tijd als een vreemde uitwas behandeld. Evenals zijn homoseksuele ervaringen, die zeker in Berlijn niet zo uitzonderlijk waren. Van Ostaijens excentriciteit zat hem veel meer in zijn werk.

In de biografie over de Berlijnse jaren van Ostaijen, die eind van deze maand bij de Belgische uitgever Scoop verschijnt, staat dat de dichter met de trein op het Potsdamer station aankwam. Dat station en de gehele omgeving bestaan niet meer. Op de zandvlaktes die jarenlang het grensgebied waren tussen oost en west, verschijnt langzaam voor het eerst sinds 1945 een nieuw stuk stad. Maar wat Van Ostaijen daar aantrof in het bruisende maar politiek chaotische Berlijn, is goed te zien in de verfilming van het beroemde boek van Erich Küstner, 'Emil und die Detektive' uit 1931. Het stadsbeeld is in die film nauwkeurig vastgelegd. Op de Potsdamer Platz, waar het uitgaansleven zich afspeelde, werd drie jaar nadat Van Ostaijen de stad verliet een markant vijfhoekig uitkijktorentje voor de politie geplaatst, dat aan alle kanten een klok had. In het torentje bediende de agent het eerste stoplicht op Duitse bodem. Het verkeer was intussen gevaarlijk geworden. Het plein was een druk kruispunt voor trams en bussen. Onder de grond was een belangrijk S-Bahnstation. Van Ostaijen was altijd arm en reisde dus derde klas. Op foto's en in de film 'Emil' zie je nauwelijks een auto. De omgeving werd gekenmerkt door zware classicistische bouwblokken uit de tijd rond 1850. De gevels waren allemaal bruinzwart gekleurd door de bruinkooldampen uit de schoorstenen. Van Ostaijen: “Het is hier alles zo monotoon triestig. Een pisseblom kan hier zelfs niet groeien”.

Wat deed Paul van Ostaijen in Berlijn en waarom was hij daar? De laatste vraag is makkelijker te beantwoorden dan de eerste. Van Ostaijen was bij het begin van de Eerste Wereldoorlog achttien jaar oud en behoorde tot een generatie van Vlaamse wereldverbeteraars. Hoewel hij in die jaren nog officieel Nederlander was omdat zijn vader uit Noord-Brabant kwam, streed hij voor meer rechten en vrijheid van de door de Franstaligen overheerste Vlaamse bevolking. Het ging Van Ostaijen sowieso meer om een groot-Europese gedachte waar de Vlamingen of de Nederlanders een onderdeel van waren. Het Belgisch-zijn speelde minder een rol. Bovendien kreeg hij in 1918 de Belgische nationaliteit. Hij noemde zijn nationaliteit 'tamelijk gecompliceerd': 'Belg, Hollander en toch weer Belg'. Het feit dat Duitsland de bestaande Belgische regering omver wierp werd door Van Ostaijen en de andere 'activisten' zoals ze zichzelf noemden, met beide handen aangegrepen. Ze zagen hierin de mogelijkheid België nieuw vorm te geven. Met steun van de bezetters konden de Vlaamse 'vrijheidsstrijders' hun ideeën ventileren omdat ze naar de Duitse maatstaven voldoende 'germanofiel' waren. Daarom werden de 'activisten' in eigen land al gauw als collaborateurs aangemerkt. In 1918 werd Van Ostaijen gezocht. Er stond hem een gevangenisstraf te wachten omdat hij volgens de Belgische autoriteiten heulde met de vijand.

Bovendien vree zijn vriendin Emilie Clément maar al te graag met Duitse officieren. Redenen genoeg om uit Antwerpen te vluchten. De reis ging naar Berlijn omdat Emilie (Emma) kennissen had in de Duitse hoofdstad. Bovendien kon zij door contacten met de Duitse autoriteiten makkelijk aan reispapieren komen. Van Ostaijen ging met gemengde gevoelens. Hij verloor zijn ambtenarenbaan in Antwerpen maar zal wellicht tegelijk aangetrokken zijn geweest door de Berlijnse expressionistische avantgarde die net als die van Parijs in hoog aanzien stond. Maar Berlijn viel hem zwaar. Wat hij daar miste was waarschijnlijk het 'joie de vivre' waar hij zo'n prijs op stelde. Hij worstelde met de Pruisische stijfheid, het Duitse conservatisme, de burgerlijkheid.

Dat hij met Duitsland en Berlijn niet al teveel op had, blijkt ook uit het feit dat belangrijke gebeurtenissen in het chaotische Berlijn van de jaren twintig hem slechts zijdelings lijken te raken. Als hij nog maar twee weken in Berlijn is, op 9 november 1918, treedt keizer Wilhelm II af terwijl de socialistische SPD Duitsland tot republiek uitroept en een paar uur later de spartakist Karl Liebknecht hetzelfde land tot socialistische republiek verklaart. Vanaf dat moment strijden socialisten en communisten om de eer. Dat 'gevecht' speelde zich voor een groot deel op straat af. Van Ostaijen moet daar veel van gemerkt hebben. De schrijfster Claire Goll kwam in december 1918 naar Berlijn uit nieuwsgierigheid: “Berlijn kwam op me af als een stad die werd opgetild door een golf van hoop en hartstocht. Voortdurend trokken eindeloze optochten door de alleeën, roepend om socialisme, vrijheid en brood. De zenuwen van de bevolking waren zo gespannen dat er op ieder gerucht werd gereageerd. (...) De angst voor de dood was versmolten met de drang alles uit het leven te halen, en meteen. (...) Berlijn was tegelijk: feest, chaos en revolutie. De straat was aan het volk.”

Op de dag dat de revolutie vrijwel onder zijn raam losbarstte, begon Paul Van Ostaijen aan zijn dichtbundel 'Feesten van angst en pijn', een verzameling wanhopige verzen die meer door Van Ostaijens eigen seksuele waanvoorstellingen en angsten geïnspireerd lijken dan door het slachtveld op de Berlijnse straten. 'Vers 6' in deze bundel behandelt een centraal thema in Van Ostaijens werk, de wens opnieuw te beginnen:

Paul van Ostaijen hield niet van Berlijn, niet van Duitsland en niet van het Duitse klassieke expressionisme in de kunst. 'De beste remedie tegen embocheren (vermoffen, boche is 'mof') is in Deutschland leven, omdat het land een mens terugjaagt naar iets anders, naar elders, naar iets beters'. Regelmatig geeft de dichter blijk van heimwee. De dreiging van de gevangenis weerhoudt hem ervan terug te keren naar Antwerpen.

Belangrijk voor zijn artistieke ontwikkeling is het verblijf in Berlijn wel, al lijkt hij de ontwikkelingen in Duitsland slechts zijdelings te ervaren. Hij verliest in Berlijn zijn idealen en bovendien de illusie dat zijn kunst van invloed is op de maatschappij. Hij gaat terug tot de kern en gebruikt de woorden als 'op zichzelf staande kunst'. Hij raakt geïnspireerd door de Duitse Wortkunst. Het gaat hem niet meer om de inhoud maar om de stijl, de klank, de typografie die direct de emoties moeten oproepen. Niet voor niets staat in zijn bekende dichtbundel 'De bezette stad' die hij in Berlijn schreef maar die over Antwerpen gaat, het woord NIHIL centraal. Hij is in dit boek weliswaar door de Duitse dadaïsten beïnvloed maar helemaal thuis voelt hij zich daar ook niet. Van Ostaijen is veeleer een man die zich afzet tegen alles en iedereen, een pessimist en bovenal een nihilist. Daar kan Berlijn niets aan veranderen, de stad versterkt eerder dat gevoel door heimwee en vervreemding.

Een uitstapje naar München en Weimar betekent voor hem echter een kleine opleving. Ineens bekijkt hij Berlijn tijdelijk met een zonnige bril. Wat hij elders zag, was blijkbaar nog erger. Met de prominente beweging van Walter Gropius en zijn Bauhaus heeft hij nog minder op dan met de expressionisten: 'Het Bauhaus heeft in het geheel niets te betekenen', schrijft hij als zijn vriend Georg Muche een baantje bij Gropius in Weimar aanvaardt.

Van Ostaijens vriendin Emma laat in brieven weten dat Paul depressief wordt van de sombere woning in een achterhuis aan de Wilhelmstrasse 3B. Of dat inderdaad zo is, valt moeilijk na te gaan. Van deze hele straat heeft geen huis het einde van de tweede wereldoorlog overleefd. Waar het huis van Van Ostaijen stond, staat nu een waarschijnlijk nog veel deprimerender flatgebouw uit de jaren zeventig. Van Ostaijen keek uit op de Stresemannstrasse, dat staat vast. Van het majestueuze Anhalter Bahnhof bij hem om de hoek, staat alleen nog de ruïne van het voorportaal overeind. Dat wordt gekoesterd als monument voor oorlog en verval.

Paul van Ostaijen keerde terug naar Antwerpen toen zijn vriendin een relatie begon met de Berlijnse hoogleraar Peter Pringsheim, waarmee ze trouwde. De dichter Van Ostaijen ging in Antwerpen gewoon verder waar hij gebleven was. Met dit verschil dat hij nog meer alleen was dan voor zijn vertrek. Maar zijn belangrijke drijfveer voor, tijdens en na Berlijn was dezelfde: 'Wat kan ik nou wel doen wat nog niet gedaan is'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden