Pathologisch liegen in wielerwereld tot kunst verheven

AMSTERDAM - Bij de presentatie van het boek van de Volkskrant over vijftig jaar Tour-verslaggeving, debiteerde Wim van Est een oud-roomse wijsheid: “Een beetje sjoemelen mag, als je maar in God gelooft”.

JOHAN WOLDENDORP

Wanneer je de stelling poneert dat wielrennen een sport is die zijn wortels in het katholicisme heeft, valt dat 'beetje sjoemelen' wel te verklaren. De aanduiding 'beetje' kan gevoeglijk worden weggelaten. Het cyclisme hangt van leugens, misleiding, om- en verkooppraktijken en 'drog' aan elkaar. Iedereen in dat wereldje weet het, maar het geldt als een erecode daar met geen woord over te reppen. Zelfs wanneer de actieve carrière allang achter de rug is, word je als gewezen coureur niet geacht het nest te bevuilen. Het wielrennen geeft aanzien, zeker in de 'klassieke' landen België, Frankrijk, Italië en Spanje.

Mensonterend

De meeste renners, of ze nu knecht of kopman waren, kunnen dat milieu niet missen en grijpen ieder baantje, hoe nederig of mensonterend ook, aan om zich toch maar in de schaduw van de fietsende afgoden te kunnen bewegen. Smakelijk zijn hun verhalen, banaal soms de grappen en grollen die ze vroeger uithaalden, doch ze zijn nooit geschikt voor de krant.

De kritische journalist, maar wel met liefde voor de (wieler)sport, beweegt zich onhandig in een onafzienbaar mijnenveld. De (oud-)coureur of ploegleider die bloost bij het vertellen van onwaarheden, is niet geschikt voor zijn vak. Pathologisch liegen is een kunstvorm geworden. Als verslaggever weet je dat je bedonderd wordt. Je zou liever een leugendetector dan een pen in de hand houden. Maar zou dat in de politiek niet anders zijn? Er valt mee te leven. Juist omdat je weet dat het waarheidsgehalte te wensen overlaat, kun je het trekken van conclusies er op afstemmen.

Een enkele keer sijpelt er iets van het ziekelijke gekonkel naar de 'gewone' maatschappij. Dan roept iemand uit rancune jegens een vroegere collega of werknemer wat. Zo hing Peter Post eens aan de grote klok dat Adri van der Poel zijn overwinning in de Ronde van Vlaanderen van 1986 voor 70 000 gulden van Sean Kelly had gekocht. Soms licht een rechter de deksel van een beerput. Zoals in de zaak Wim Sanders. De zwart geld-affaire rond de voormalige ploegarts van PDM is schokkend, al kwamen de medische manipulaties de meeste volgers wel vertrouwd voor. Althans, het verbaasde insiders niet dat het er zo aan toeging. Vroeger kon je als journalist nog met een simpele klop op de deur de kamer van een wielrenner binnentreden. Hij lag temidden van een onbeschrijflijke chaos op bed te bellen of te zappen en was graag bereid in interviewvorm de verveling te breken.

Tegenwoordig kan dat niet meer. Meestal kom je de gang van de betreffende etage niet eens op. Medisch geheim zullen we maar zeggen. We hebben wel eens 'per ongeluk' wielrenners horen gillen omdat er een spuit in het been werd gezet.

Monsters

Toen in de jaren zeventig journalisten van Het Parool en Het Vrije Volk na afloop van Luik-Bastenaken-Luik de prullenmand van de kamer van Eddy Merckx ledigden en de bruikbare monsters door een laboratorium lieten onderzoeken, praatte de 'kannibaal' een half jaar niet met de heren. De bevindingen waren overigens niet zo schokkend dat de analisten zich verbaasd afvroegen hoe het mogelijk was dat de heer Merckx het leven nog had.

Hyprocrisie en topsport horen bij elkaar als twee wielen in een fietsframe. Afgelopen weekeinde ontmoetten wij tijdens de wereldbekerwedstrijden in (Oost-)Berlijn een collega uit de vroegere DDR. Trots meldde hij dat Ids Postma het eerste wereldrecord in het bestaan van de ijshal had geschaatst. Die toptijd bleef voor hem een absolute waarde behouden, ook al was de Canadees Overland in Calgary weer een fractie sneller gebleken. “Ik wil eerst het dopingonderzoek afwachten,” zei de collega. “Canada is het land van de doping, denk maar aan Ben Johnson.” We hebben hem in zijn waarde gelaten. Het moet hem de afgelopen acht jaar toch ook duidelijk zijn geworden, dat wanneer je in de DDR een lucifer aanstak het hele land ontplofte. Van de chemicaliën waarmee de sporters op 'wetenschappelijk verantwoorde wijze' naar de top werden gestuwd.

Geheimzinnig

Was het maar zoals vroeger. Niet dat er toen geen waas van leugenachtigheid rond de topsport hing. Maar voordat de dopingcontroles werden ingevoerd, deed men in ieder geval niet geheimzinnig over het toedienen van stimulerende middelen. In zijn boek 'Het zweet der goden' schrijft de socioloog Benjo Maso: “Europese renners die deelnamen aan zesdaagsen die vanaf 1899 in de Verenigde Staten werden georganiseerd, maakten kennis met de beroemde American Coffee, een brouwsel dat niet alleen grote hoeveelheden cafeïne bevatte, maar vaak ook producten als ether, nitroglycerine, strychnine en cocaïne. Het gebruik van dergelijke middelen was geen geheim. De Engelse manager Choppy Warburton maakte er een eeuw geleden zelfs een gewoonte van om zijn 'toverdrankjes' tijdens baanwedstrijden in alle openheid met een overmaat aan mysterieuze gebaren te prepareren en ze onder gejuich van het publiek hardlopend aan zijn coureurs te overhandigen.”

Naar analogie van de door Wim van Est beleden oud-roomse wijsheid, was de policy van PDM-manager Manfred Krikke veel onthutsender: het is prima als je op doping wordt betrapt, als er maar geen affaire van komt. Dat de Belg Wim Arras in 1988 wegens het gebruik van amfetamine op staande voet werd ontslagen, moet achteraf als een betreurenswaardig misverstand worden beschouwd. Gert-Jan Theunisse trof geen blaam toen in de Ronde van Frankrijk van datzelfde jaar bij hem een te hoog testosterongehalte werd geconstateerd. Zij die vanuit de PDM-familie uit de school zouden kunnen klappen (dokter Sanders, de weduwe van de aan een hartstilstand gestorven wielrenner Johannes Draaijer), kregen een riant bedrag aan zwijggeld.

Journalisten konden rekenen op een kort geding, zelfs in 1991 toen het pathologisch liegen in de Tour de France een verbijsterend hoogtepunt bereikte. We zien ons nog met ons allen staan in hotel Le Griffon in Quimper. Grauw en bleek verdwenen de renners die nog niet waren afgestapt die maandagmiddag naar hun kamers. Bedorven kip, onthulde ploegleider Jan Gisbers die in de lobby de ene leugen op de andere stapelde. “Ja, nu je het vraagt, ik voel zichzelf ook niet lekker.” Manager Krikke was er toen wegens vakantie in Indonesië niet bij. Een week later kwam hij op hoge poten naar Frankrijk om een 'belastende' persconferentie van de Tourdirectie te rectificeren. Iedereen die het waagde een link met doping te leggen, werd voor de rechter gedaagd, Jean-Marie Leblanc incluis. Jammer dat hij zijn mooie plannetje niet doorzette. Dat waren nog eens leuke zaken geworden.

Onthutsend

Is het onthutsend dat een ploeg dopinggebruik legaliseerde? Ja, al is het een heel andere discussie. Dan praat je over de samenstelling van de zwarte lijst, de noodzaak van goede voorlichting en de vraag of de twee-eenheid commercie en groot geld niet een monsterlijke sluipmoordenaar is geworden. Tegenwoordig heb je in de topsport vooral imago-sponsors. Die wensen niet in één adem met doping (of alleen dopingzaken?) te worden genoemd. De verdachten ontkennen alles. Veel sjoemelen mag tegenwoordig ook. En je hoeft niet per se in God te geloven.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden