Pater Van Kilsdonk terug in zijn dorp

Brabant is de grootste rooms-katholieke provincie van Nederland. De secularisatie verloopt er iets minder snel dan elders. In de nieuwe serie Standplaats Noord-Brabant peilt Trouw het hedendaagse geloof in het land van Philips en Van Gogh. Aflevering 1: Pater Van Kilsdonk krijgt een beeld.

door Marc van Dijk

Jan van Kilsdonk s.j.: „Mijn vader zei altijd: ’Mensen die over God praten, willen zichzelf laten gelden.’

We hielden zelf geen varkens, maar we hadden er twee – bij een boer verderop. Het dorpse gebruik was om de beste stukken van zo’n varken aan de pastoor te geven. Daar deed mijn vader niet aan mee. In plaats daarvan werd ik er ’s nachts op uitgestuurd, om het beste vlees te bezorgen bij minderbedeelden. Mijn moeder vertelde me precies waar ik moest zijn. Zó ben ik opgevoed. Met weinig godsdienstige prietpraat.”

Iedere ochtend maakt de pater jezuïet (’Mijn zicht is slecht, maar mijn geest is scherp’) een kleine wandeling door Amsterdam-Zuid. Hij rust op een muurtje, bij een kruispunt met stoplichten, vlakbij het broederhuis waar hij woont.

„Terwijl ik hier naar de auto’s en motoren zit te kijken, denk ik na over zeer niet-technische zaken”, zegt hij. „Het concilie van Nicea. Waarom ze ooit besloten hebben dat Jezus niet alleen de menselijke, maar ook de goddelijke natuur had. De kerkvaders lieten zich in met heidense zaken.”

Vrijdagochtend sloeg hij zijn wandeling over. De oud-studentenpastor, bijna negentig, was even terug in zijn geboortedorp Zeeland, waar hij een beeld mocht onthullen op het Van Kilsdonkplein. Dat plein, een groen speelveldje in een nieuwbouwwijk, heet al zo sinds 1964. Het is niet naar hem vernoemd, maar naar het geslacht waar hij uit stamt, een familie van molenaars, bierbrouwers en twee burgemeesters. Zijn vader bezat in het dorp twee molens, een smederij en een café.

Vanaf nu zal het toch vooral het plein van de pater zijn. Dat heeft hij te danken aan kunstenaar Dennis Coenraad, een van de vele mensen die geraakt werden door de persoonlijke aandacht van ’de Kils’, die duizenden Amsterdamse studenten bezocht, in hun flats, in cafés en discotheken.

Niet zelden vond degene die in een nachtelijk gesprek zijn hart bij hem had uitgestort een dag later een handgeschreven brief op de mat. Ook Coenraad verging het zo. „Die brief maakte een verpletterende indruk”, zegt hij nu.

Hij besloot een bronzen kop te maken van de pater die hij steevast opzocht als hij het even niet meer wist.

Tijdens de 33 poseersessies nam de beeldhouwer gesprekspartners mee die de geportretteerde kende van vroeger – bisschop Bluijssen, Ed van Thijn, Willem Aantjes en vele anderen. Coenraad wilde niet alleen zijn uiterlijk weergeven, maar ook zijn geest, door de gesprekken ’als een typist te registreren met zijn vingers in de klei’, vertelt hij.

De burgemeester van Landerd, waar Zeeland deel van is, mevrouw Doorn-Van der Houwen, wilde het resultaat graag aankopen. Terwijl de regen neerstort op provisorisch tentzeil legt ze de toegestroomde menigte – vrienden uit Amsterdam, dorpsbewoners, familieleden – uit waarom. „Hij stelde zijn leven in dienst van het geloof, en liet zien hoe mensen elkaar kunnen ondersteunen, door er te zijn, met of zonder woorden.”

Nadat Van Kilsdonk in één beweging de doek van het beeld heeft getrokken, staat hij oog in oog met zijn eigen gelaat, omringd door camera’s en fotografen.

Er klinkt een luid applaus, en hoewel hij zegt weinig te hebben met publiek eerbetoon, kan hij een brede grijns niet onderdrukken.

Een luis in de pels van de kerk, die nog bij leven een beeld krijgt – een eer die slechts weinigen gegund is. Een keur van sprekers voelt zich geroepen dit gegeven te rechtvaardigen.

Else-Marie van den Eerenbeemd, familietherapeut: „Wind en regen, hagel en sneeuw, alles zal dit beeld doorstaan. Misschien wordt het met roze verf overgoten.”

In de jaren tachtig begeleidde Van Kilsdonk vooral aidspatiënten en hun nabestaanden. Ook betekende hij veel voor gelovige jongeren die worstelden met hun homoseksuele geaardheid, door hem uitgelegd als een scheppingsvariant. Alleen al voor het bedenken van dat woord verdient de pater een beeld, vindt Van den Eerenbeemd.

„Burgemeester, beseft u wat u gedaan hebt?”, vraagt ze. „U heeft een vrijplaats gecreëerd, waar niemand wordt uitgesloten – inclusief, niet exclusief.”

Willem Aantjes, oud-fractievoorzitter van het CDA, vertelt over zijn ruim dertigjarige band met Van Kilsdonk. „Wij herkennen elkaar in het besef dat het evangelie iets met deze wereld wil, en wij dus iets met het evangelie moeten willen in de wereld.”

Ze treffen elkaar ’alleen nog op uitvaarten, zoals dat gaat’. En dan dringt zich onwillekeurig de vraag op, wie er eerder zal overlijden. „Maar zijn uitvaart zal ik niet meemaken, hij wordt onmiddellijk ten hemel opgenomen”, zegt Aantjes.

Schrijver Alex Verburg leest voor uit een eerder door hem geschreven interview met de pater, treffend in taal. Over moeder, een klassieke schoonheid, en vader, die uitgesproken lelijk was, maar volkomen rechtschapen. En over de kerk waar hij toe behoort, die hem vaak vervuld heeft van schaamte – een gevoel dat niet kon ontstaan zonder ook verbondenheid te ervaren.

Hij voelde zich nooit werkelijk geïntimideerd door de conservatieve kerktop, omdat hij de leden ervan vaak nog als student had gekend – en hij wist dat hij ze ’in een paar zinnen psychisch kon vermoorden’.

Het christendom had van Jezus ’een brave Floris’ gemaakt, een beeld dat niet juist kon zijn. „Brave Florissen worden niet gekruisigd.”

Eén na laatste spreker is priester-dichter Huub Oosterhuis, oud-leerling op het gymnasium. „Ik was het eerste jongetje dat voor je stond, op je eerste dag in Amsterdam. 1947, ik was dertien, en vroeg of ik bij je mocht biechten. Jij stond daar in je nieuwe kamer, tussen de valiezen, in dezelfde jas die je nu draagt.”

In die tijd wist Van Kilsdonk soms al te voortvarend jezuïeten-in-de-dop te ontdekken. „Werd ik gestuurd door jouw vrome manipulatie? Zonder jou was ik nooit ingetreden”, zegt Oosterhuis. „Maar dat was niet je grootste invloed, die beslissing kwam voort uit zoveel meer. Van blijvende invloed was je leermeesterschap, je manier van lezen.”

Na 1960 zouden in de door Van Kilsdonk opgerichte ’Studentenekklesia’ Oosterhuis’ eerste kerkliederen klinken.

Als laatste spreekt Van Kilsdonk. Hij glimlacht opnieuw om de ’eenmanskop van een kinderloze grijsaard dicht bij het einde’.

Zijn retorische vermogens blijken nog geheel in tact. Ademloos luistert zijn gehoor naar zijn antwoord op de vraag waarom zijn familie – die het toch voor de wind ging – zo halsoverkop uit Zeeland vertrokken is, ergens rond zijn achtste.

Bij zijn moeder was kanker geconstateerd. Zijn vader verkocht abrupt alle bezittingen, om in Ooijen aan de Maas met één molen opnieuw te beginnen. Vader hoopte dat de rust haar behoud zou zijn. Bijna schreeuwend: „Daarom, en daarom alleen, hebben wij het bekoorlijke en onvergetelijke Zeeland verlaten.”

Moeder overleed alsnog. „Aan de groeve hield ik mijn vader vast, uit angst dat hij haar na zou springen.”

Het Sint Jacobusgilde, dat gedurende de toespraken onverstoorbaar in de regen is blijven staan, alsof schuilen zou afdoen aan het eerbetoon, zwaait ter afsluiting de vendels voor de oude dorpsgenoot.

De Zeelanders zijn onder de indruk van ’zoveel geleerde woorden’. Theo van Grunsven (37), achterneef aan moeders kant: „Als kind sprak-ie je niet aan, hij kon niet over voetbal praten. Maar de laatste jaren voelt het anders. Hij heeft m’n ouders getrouwd, en m’n broer. Zo’n oud mannetje, en dan komt me er een geluid uit, ongelofelijk.”

Janneke van Kilsdonk (23) uit Lith-Ooijen, achternicht, raakt steeds meer door hem gefascineerd. „Als ik de rest van de familie zie... De meesten zijn toch hier gebleven. Het is best wel een stap om vanuit zo’n dorp naar de stad te gaan. Sommige ooms en tantes vonden het maar een rare snuiter, anderen keken tegen hem op.”

Sinds ze in Delft studeert, wordt haar regelmatig gevraagd of ze familie is van ’die bijzondere man’. „Ik heb twee boeken van hem liggen, die ga ik nu toch maar eens lezen.”

Huub Oosterhuis bekijkt het beeld na afloop van dichtbij. „Het is precies dat patertje uit 1947”, zegt hij. „Het laatste jaar van het gymnasium heb ik alle contact met hem gemeden. Ik vond zijn invloed te groot. Hij schreef onbeschaamd bemoeizuchtige brieven. Pas veel later is hij zachter geworden. Vroeger kon hij ontzettend oordelen.”

Zeeland heeft geen eigen pastoor meer, sinds een jonge priester deze zomer is teruggetreden, omdat hij het celibaat niet meer aankon. Nu heeft het dorp er tenminste symbolisch één terug. Niet alle parochianen waren er blij mee. Een assistent van bisschop Hurkmans (Den Bosch) zou zelfs hebben geprobeerd plaatsing te verhinderen. Op de receptie na afloop is iedereen er vol van.

Maar de burgemeester wil de controverse niet bevestigen. „Het is een burgerlijke zaak, dus de kerk heeft er überhaupt niets over te zeggen”, zegt een gemeentelijk medewerker diplomatiek. Een woordvoerder van het bisdom laat telefonisch weten dat de bisschop het ’een aardig idee vindt, en dat er niets op tegen is’.

Het zal de pater hoe dan ook niet raken. En zijn beeld? Dat is even onverzettelijk als hij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden