Passief, waarschijnlijk gepest

Wytske Versteeg heeft een fijn psychologisch inzicht. En toch blijft 'Boy' te veel op afstand

JANN RUYTERS

Vorig jaar maakte Wytske Versteeg indruk met haar debuut 'De Wezenlozen', een geheimzinnige, rijke roman over een familie die uiteenvalt door de zorg om een gehandicapte dochter. Het boek paarde mooie zinnen aan een scherp psychologisch inzicht, al bleef het drama door de duistere opbouw en de veelheid aan stemmen ook wat op afstand.

Diepzinnig gepeins zet nog steeds de toon in Versteegs tweede roman, maar 'Boy' kent wel een heldere, thrillerachtige intrige. Als het boek begint, krijgt de moeder van de gevoelige, stille Boy (volgens zijn docente 'meer een Ernst of Ambrosius') bericht van de politie: Boy is na een verdwijning van een paar dagen dood teruggevonden. Verdronken in zee, tijdens een dagje uit met zijn klasgenoten en docente. De jongen werd vermoedelijke gepest. Men denkt aan zelfmoord, maar daar wil de moeder zelf niet aan.

Wat is er met de jongen gebeurd? De rouwende moeder legt de kiem van het einde al in het begin, in de 'vijandige baarmoeder' die de ouders noopten een Afrikaans kind te adopteren. Moeder en kind vinden elkaar niet meteen. "Ik was zo sterk geworden in de jaren voor Boy kwam, ik was geen vriendelijke plek, niet meer gewend om te ontvangen."

Het kind maakt die onherbergzaamheid minder, maar houdt iets ongrijpbaars. "Ik keek naar hem en hij keek naar zijn voeten."

Boy ontpopt zich als een angstig kind dat binnensmonds praat, stottert; een kind dat zijn moeder 's nachts deernis bezorgt en overdag ergernis. Hij is zacht en mollig, altijd bezig het zijn ouders naar de zin te maken, maar meer uit beleefdheid dan uit verwantschap.

Vriendjes heeft hij niet. Als er al eens eentje op bezoek komt, is die alleen op Boy's spelcomputer uit. De jongen zit dan hele middagen braaf naast zijn bezoek te wachten tot hij ook eens mag. Die passieve houding van haar zoon is een van de redenen dat de moeder niet wil geloven dat hij bewust van huis is weggelopen: "Iemand die een hele middag wacht totdat hij op zo'n ding mag spelen, en dat elke keer opnieuw, zo iemand loopt niet weg."

Vier jaar na dato reist de moeder, die door haar verdriet van haar man is vervreemd, af naar Bulgarije waar ze onder valse voorwendselen de voormalige docente van haar zoon opzoekt, de vrouw die het schooluitje begeleidde, en met wie haar zoon volgens de politie een speciale band had. Een rivale in de rouw. De moeder zint op wraak.

Die confrontatie tussen de twee vrouwen, te midden van het Bulgaarse boerenleven, beslaat het langste deel van de roman. Het levert antwoorden op - de docente weet over Boy wat we willen weten -, maar ook voer voor nieuw drama. Zal de moeder haar wraaklust botvieren?

Zo'n thema zou de roman spanning kunnen verlenen, maar jammer genoeg word je als lezer niet sterk bij de vrouwen betrokken. De vertelster komt eerder mat over dan hartstochtelijk. En ook de rol van de docente blijft wat mysterieus. Kennelijk heeft ze Boy met een experimentele opvoering van Richard III uit zijn isolement proberen te krijgen, maar waarom faalt ze dan op andere momenten in de verantwoordelijkheid voor haar pupil?

Vervreemding tussen verwanten is een favoriet thema van Versteeg, dat mag je na twee romans wel concluderen. En in 'Boy' getuigt ze opnieuw van een gedetailleerd inzicht in menselijke verhoudingen. Maar de schrijfster houdt ook afstand, in stijl, in compositie. Bij zo'n sensationeel Carry Slee-thema als pesterijen op de middelbare school zou dat een voordeel kunnen zijn, maar gek genoeg ga je in deze roman toch het vuur missen, de verontwaardiging, de genadeslag.

Wytske Versteeg: Boy. Prometheus, Amsterdam; 189 blz. euro 17, 95

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden