Review

Passie voor de mooiste publieke vrouw

'Een passie voor Venetie' door Joost Divendal, uitgave Sua, Amsterdam, 120 blz. - f 24,50.

Geen stad in Italie doet zo vermoeid aan: Florence, Pisa, Rome, Siena, Milaan en Napels zijn oneindiger vitaler. Venetie daarentegen is een openluchtmuseum, dat je 's avonds hoort steunen en kreunen als de dagjesbezoekers zijn verdwenen. Tegelijkertijd neemt de onverschilligheid toe: de stad neemt het niet zo nauw met het bezoek. Hoteltarieven stijgen elk jaar met tientallen procenten, restaurants zetten geheel tegen Italiaanse tradities in de vreselijkste happen voor je neus tegen hoogst onsympathieke prijzen, musea sluiten hun belangrijkste afdelingen, zonder waarschuwing, maar wel tegen de volle entreebedragen.

Soms denk je dat dit soort oplichterij wordt bedacht om het bezoek af te remmen, maar dat blijft in ieder geval zonder gevolg. Want Venetie heeft een sfeer die geen enkele andere stad kent. Anders in Italie en misschien wel in de hele wereld, is zo'n combinatie van schoonheid, exotisme, prachtig licht en geschiedenis te vinden als in deze door het water beheerste lagunestad.

Joost Divendal behoort tot de amants van Venetie, die ze tot haar trouwste klanten mag rekenen. Vanaf zijn achttiende, de leeftijd waarop men dames begint te beminnen, bezoekt hij haar. Aanvankelijk low budget wat in Venetie voor jonge mensen een ramp is omdat alles er duur is, later met een inkomen dat hem in staat stelt onderdak in een hotel te vinden. Dat laatste is wel zo leuk, want Venetie kent vrijwel geen gladde ketenhotels en wel veel persoonlijk gedreven hotels waar je 's morgens vroeg al wakkker wordt van de geur van espresso en het gerammel van potten en pannen op de naburige binnenplaats. In zijn debuut, 'Een passie voor Venetie' schrijft Divendal, chef van de kunstredaktie van deze krant, ook over zijn favoriete hotel in de wijk Cannaregio. Hij moet dat hotel al in een vroeg stadium hebben gevonden, want over andere onderkomens meldt hij weinig. Wie eenmaal een goed hotel heeft gevonden, komt er steeds weer terug, maar voor dit boek, dat tenslotte over reizen gaat, had ik graag ook andere plekken willen weten.

Wanneer voldoet iemand met een passie voor deze stad aan zijn verslaving? In Divendals boek over Venetie speelt het weer geen grote rol; af te lezen aan het immer aanwezige licht, is het er vaak mooi weer. Maar het kan afgrijselijk slecht weer zijn, zoals in Italie trouwens vaak voorkomt: de zomers zijn er heet en droog (al waait er van over het water een wind, overigens geen frisse, vooral niet als die de stank van de chemische industrieen van het nabij gelegen Mestre meebrengt), maar in de drie andere seizoenen kan het er soms onverwacht smerig regenen. En de winters zijn er onaangenaam koud, de Alpenwind brengt niet zozeer sneeuw maar een gure luchtstroom die weinig goeds voorspelt. Joseph Turner, Engelands Grand Tour-schilder bij uitstek, heeft zijn passie voor Venetie in een waas van mist en regen verbeeld, een weinig bekend aspect van de stad.

Nee, er zijn andere reden om weg te gaan. “Om dit licht en dit water ben ik van huis gegaan. Mijn eerste gang is door de Strada Nuova (en niet Nova zoals foutief staat vermeld-red.) naar mijn Kodakgele lotgenoten, die ik rond de San Marco vind. Na de intimiteit van de nacht moet ik mezelf terugvinden in het alledaags toeristenbestaan. Pas in die nederige hoedanigheid zal ik gewaagd zijn aan de lokroep van de schoonheid.” Alleen bij zo'n vrouw wil je aanliggen en je diepste gedachten verliezen.

Wat doet iemand met zijn passie als hij eenmaal ter plaatse is? Joost Divendal probeert zo min mogelijk belangstelling voor die toeristische zaken te hebben waar je normaal gesproken een uur voor in de rij moet staan. Hij vindt zelfs in het zo afgestroopte Venetie nog onbekende plekjes. Komt bij voorbeeld op het mij onbekende dodeneiland San Ariano (niet te verwarren met San Michele dat vanaf Fondamente Nuovo gemakkelijk te bereiken is), dwaalt door de dichtsmalle straten en de open campo's waar je elk moment de geest van een beroemde kunstenaar kunt verwachten. In Venetie ben je nooit alleen, overal zie je herinneringen, hangen er gedachten aan schilders als Tintoretto, Carpaccio, Titiaan, Giorgione en Canaletto of aan de maatjes van Peggy Guggenheim die de moderne kunst naar Venetie haalde. Mooi zijn de dialogen van Paolo Veronese voor de Inquisitie als de schilder ter verantwoording wordt geroepen voor wat een al te weinig religieus geinterpreteerde opdracht werd.

Jammer is wel dat Murano hem niet kan inspireren. Het glasmakerseiland mag een te vermijden toeristenfuik zijn - al komen er minder vreemdelingen dan je vermoedt - maar wie dat weet te overwinnen, wordt beloond met een mooi plekje waar naast enkele aantrekkelijke kerken ook een hartverwarmend museum voor glaskunst staat. Met uitzondering van enkele kleine eilanden als Torcello en het Lido, blijft de verliefde auteur vaak rond Marcus-kerk hangen. Alsof er geen schilderachtige oorden bestaan als Chioggia, Burano, Giudecca, San Francesca del Deserto (waar de Venetiebezoeker op zijn laatste restjes tandvlees nog naar toe moet) of Sant'Erasmo dat niet alleen vanwege zijn forten, maar ook om de groentetuinen een interessante plek is. Maar goed, ook voor Venetie heb je een mensenleven nodig om haar goed te kennen.

Zijn metgezel op zijn reis door de stad, meer een trip door het verleden dan door het heden, is Veronese's favoriete schildersmodel Sara, die je al lezend steeds meer gaat intrigeren. Ze roept de behoefte op dat je haar even wilt zien, ook al is het maar door middel van een portretje, een foto waar het in dit boek helaas aan ontbreekt. 'Een passie voor Venetie' (onderhand uit een hele reeks waarin ook de liefde met steden als Nairobi, Londen, Budapest en Jeruzalem wordt bedreven) is natuurlijk ook geen reisgids, al gaat het over reizen, maar een geslaagde poging voor een schrijver om zich door een plek te laten inspireren. Wie de stad enigszins kent, ziet zijn kennis aangevuld op enkele essentiele momenten, wie onbekend in Venetie is, wil na het boek spoorslags afreizen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden