Pas terug in Nederland begreep je wat er in Srebrenica was gebeurd

De plunjezak staat nog in de gang, hoewel ex-Dutchbatter Piet Hein Both al acht weken thuis is. In Srebrenica maakte hij de val van de enclave mee. Pas terug in Nederland snapte hij ècht wat er was gebeurd. Inmiddels heeft hij een debriefing gekregen en op sommige vragen komt dan ook een resoluut “Nee, sorry. Daar mag ik niet op ingaan.” Adjudant Both, belast met de bevoorrading van kamp Potocari, heeft zijn ervaringen verwerkt in een oorlogsdagboek. Over dat boek wil hij wel praten.

Piet Hein Both opent de deur in zijn burgerkloffie. Alleen het kapsel zou kunnen verraden dat het hier een beroepsmilitair betreft. Aan de eettafel, met twee exemplaren van zijn boek bij de hand, vertelt hij zijn verhaal. Als hij iets niet zeker weet, dan zoekt de adjudant het gewoon even op.

“Ik heb geen brieven geschreven met het idee dat het een boek zou worden. Maar toen ik thuis kwam, merkte ik dat de mensen hier niet snapten hoe het leven daar voor ons Dutchbatters eigenlijk was geweest. Ze konden zich er niets bij voorstellen. Toen Herman Veenhof, die de achtergrondinformatie in het boek heeft verzorgd, me dus vroeg of ik de brieven aan mijn gezin wilde publiceren heb ik, na even nadenken, ja gezegd. Het is mijn manier om de mensen toch een stukje informatie te verschaffen.”

De uitzending naar Bosnië kwam niet onverwacht. Both beschouwde het als een gewoon onderdeel van zijn baan. Niets bijzonders. Zo hebben hij en zijn vrouw Tineke het ook uitgelegd aan de kinderen. Tineke: “De kinderen hebben geen nachten wakker gelegen, maar ze wisten heel goed wat hun vader in Bosnië deed. Onze jongste dochter Tanja heb ik zelfs eens tegen een vriendin horen zeggen dat ze zo trots op hem was. Peter van zeven keek naar het jeugdjournaal en dan hoorde hij over het werk van de VN-vredessoldaten. Dat doet papa ook, zeiden we dan. Gewoon het werk een beetje positief voorstellen.”

De adjudant kijkt het lachend aan, hij vindt het prima dat zijn vrouw nu ineens het gesprek overneemt. “Daar weet zij natuurlijk ook meer van. Zij was hier met de kinderen en heeft alles aan het thuisfront moeten opvangen.”

Voor vertrek heeft hij nog wat officiële zaken geregeld, gewoon voor de zekerheid. “De voogdij van de kinderen bijvoorbeeld. Als je een auto koopt, sluit je toch ook een verzekering af?”

Op 7 januari vertrok Piet Hein Both samen met het 13de luchtmobiele bataljon infanterie naar Bosnië. Tijdens de voorbereiding had hij al videobeelden van het kamp en de omgeving gezien.

“Ik had het gevoel dat ik in een film stapte. Heel raar. Dan ben je in het kamp en begint het gewenningsproces. Het was heel koud, je mist je familie en je mag de compound niet af. Het kamp was een beetje een open gevangenis. Daar binnen was je vrij om te gaan en staan waar je wilde, maar naar buiten mocht je niet. Dat geeft een opgesloten gevoel. Toch heeft het niet voor extra ruzie gezorgd, denk ik. Natuurlijk lopen dingen wel eens uit de hand, maar elke dag groeide de kameraadschap. De situatie aan het einde versterkte dat alleen maar.”

“Nu was ik natuurlijk toch iemand met wie de mensen niet snel ruzie gingen maken. Zeg maar gerust dat ze heel aardig tegen mij waren. Misschien waren ze dat ook wel geweest, als ik niet over de verkoop van bier en dergelijke was gegaan, maar... Er was trouwens een rantsoen, twee blikjes de man per dag. De schaarste werd gewoon eerlijk verdeeld, iedereen een beetje en niemand veel.”

Er was maar een manier om aan bepaalde dingen te komen en dat was ze te kopen van de Serviërs. Een beetje wrang, zeker als je bedenkt dat zij er verantwoordelijk voor waren dat er geen konvooien aankwamen.

“De eerste keer dat je dat doet, vind je het heel erg raar. Je koopt tenslotte van de mensen die verantwoordelijk zijn voor de schaarste. Ze scheppen zo hun eigen afzetmarkt. Maar het is de enige methode, dus dan moet het maar. Ze legden je ook vreselijk in de watten wanneer je inkopen kwam doen. Je koopt per keer voor zo'n 25 000 mark en hier krijg je dan nog amper een kopje koffie aangeboden. Daar kreeg je een uitgebreide maaltijd. Ligt misschien ook wel een beetje aan de volksaard. Balkangastvrijheid.”

De aankopen moesten altijd contant worden betaald en dus ging Both soms met 25 000 mark in zijn zak op pad. Bang om beroofd te worden was hij niet. “Ik heb me nooit bedreigd gevoeld. Alleen de allereerste keer dat ik naar Srebrenica reed voelde ik me ongemakkelijk, niet happy. Scherfvest aan, Uzi op schoot. Het was bijna donker, we reden in een witte VN-Mercedes, er waren veel mensen op straat en echt iedereen keek naar ons. Toen kende ik de mensen daar nog niet goed en wist ik niet wat ik moest verwachten. Je bent nog aan het aftasten. Later draait dat bij. Ik heb me eigenlijk nooit meer ongemakkelijk gevoeld.”

De kranten in Nederland hebben sinds zijn thuiskomst bol gestaan van de berichten over de verhouding tussen de Dutchbatters en de lokale bevolking, de moslims. Both gelooft weinig van alle beschuldigingen die er zijn geuit. Zijn armen gaan defensief over elkaar als hij de situatie uitlegt.

“Ik kon ons geld niet in de loods bewaren. Iedere avond bracht ik het naar de beter beveiligde kassier. De loods was een te groot risico, we hadden last van inbraken. Ik kan met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zeggen dat de lokale bevolking, de moslims, daar verantwoordelijk voor waren. Toch moet je dan objectief blijven. Vooroordelen, daar heb je niets aan. Soms kost het wat meer moeite om jezelf daarvan te overtuigen, maar je kunt niet een hele bevolkingsgroep de schuld geven van iets dat een minderheid doet. In Nederland wonen ook veel slechte mensen, dat is daar niet anders.”

Aan het zwart-wit denken wil hij dus niet meedoen, maar onberoerd liet de situatie hem niet. Soms moet hij zichzelf vermanen, bijvoorbeeld wanneer zijn scherfvest is gejat. 'Opzouten die lui' schrijft hij, om in de volgende zin te zeggen dat het 'lieve mensen zijn waar we het beste mee moeten voorhebben.' Het zijn juist die passages die het dagboek aardig maken.

De val van Srebrenica kwam als een verrassing. “Ik dacht gewoon niet dat het ooit zo ver zou komen. Ik heb toen ook een paar dagen niets geschreven, ik kon het gewoon niet opbrengen. Het was een klap. Je ziet in die dagen alleen je eigen kamp, pas als de vluchtelingen binnenstromen en weer vertrekken, begint het allemaal echt tot je door te dringen. Ter plekke heerste verslagenheid, maar ook onzekerheid. We vroegen ons af hoe het verder moest, meer kan ik daar niet over zeggen. Defensie is nog bezig met het onderzoek.”

Pas terug in Nederland begreep Both wat er nu precies gebeurd was na de val van Srebrenica. “Er zijn meer dingen die me pas in Nederland duidelijk zijn geworden. We hadden daar gewoon geen toegang tot alle informatie. Er waren de uitzendingen van de Wereldomroep en je kon het nieuws op RTL4 zien. Meer was er niet. Wij zagen daar alleen de voorkant van het verhaal, pas hier zie je ook de achterkant.”

Bang is de adjudant nooit geweest. Wel was hij zich al vrij snel bewust van de risico's in de enclave. “Ik dacht na over wat er kon gebeuren. Mijn 'angst' was dat we door een van de partijen ècht bij het conflict zouden worden betrokken. Je kon daar niets tegen doen, alleen maar hopen dat de beleidsmakers de juiste beslissingen zouden nemen. Uiteindelijk zijn we door een van de partijen onder de voet gelopen.”

Toch vind Both nog steeds dat de VN-aanwezigheid nut heeft gehad. “Als de VN er niet waren geweest, zouden er mogelijk nog ergere dingen zijn gebeurd. Ik weet dat er nu mensen zijn vermoord, maar dat was dan misschien op nog grotere schaal gebeurd. Maar het geeft wel een onbevredigend gevoel. Het blijft onafgemaakt, het is tenslotte niet normaal dat een VN-missie op deze manier eindigt.”

Piet Hein Both met Herman Veenhof: Srebrenica, oorlogsdagboek van Piet Hein Both. Uitg. De Vuurbaak Barneveld, blz. 107, ¿ 19,75.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden