PAS OP!

Een samenleving is zo onveilig als haar burgers zich voelen, waarmee de samenleving waarin zij verkeren niet per definitie ook gevaarlijk hoeft te zijn. Onveilig is een subjectief begrip: in tijden van ongesteldheid voel ik me onveilig op een wit bankstel, maar daarmee is die situatie, of meer specifiek; dat bankstel niet objectief gevaarlijk te noemen. Gevaarlijk is het moeras, daarin kunnen we allemaal verdrinken, licht of zwaar, dik of dun. Gevaarlijk is het stedelijk verkeer, roken is gevaarlijk, een bootje op zee in een orkaan is gevaarlijk. Maar wanneer ik een groot vertrouwen heb in mijn zeemanskunsten, in mijn boot, in God of zijn walvis hoef ik mij niet per se onveilig te voelen, hoe hoog de golven ook gaan.

Gevaarlijk is de omstandigheid waarin mijn mentale, fysieke of materiële integriteit bedreigd wordt, een situatie waarin er een re-ële kans bestaat op aantasting van wat ik het mijne noem: dat ik mijn huis kwijtraak door een orkaan, mijn maagdelijkheid door een man in de bosjes, mijn been door een vrachtwagen.

Het gevoel van onveiligheid, de angst, het anticiperen op gevaar kan mijn beleving van een moment sturen in de richting van het signaleren ervan. We kennen allemaal de onaangename alertheid wanneer je over het onverlichte fietspad naar huis rijdt, of het opborrelen van adrenaline bij het zien naderen van een onduidelijk groepje Marokkaans jongensvolk. De situatie als zodanig hoeft niet gevaarlijk te zijn, maar de kans waarover ik zojuist sprak: die inschatting in welke mate er een mogelijkheid bestaat dat ik beschadigd zal worden, die kansberekening bepaalt de omslag tussen onveilig en gevaarlijk - tussen dapper doorstappen of gillen en wegrennen.

De Verenigde Staten is een gevaarlijk land, een bedreigd land, of een land waarvan het volk lijdt aan de collectieve angstpsychose - ik kan niet objectief vaststellen welke van de drie de waarheid het dichtst benadert. Feit is dat de bommen en granaten met zekere regelmaat neerdalen op de hoofden van het Amerikaanse volk, en dat bij gelegenheid een van hun 747's omlaag komt tuimelen. Sceptici zullen zeggen: wat wil je, zo'n groot land, tel alle bommen en granaten van IRA, ETA en kompanen bij elkaar op, en Europa is minstens even gevaarlijk of bedreigd. Maar de VS telt weinig sceptici, haar inwoners laten zich niet relativeren. En dus loert het gevaar.

Ik was op doorreis van Amsterdam naar Houston, Texas en maakte een overstap op Atlanta Airport, gedurende de Olympische Spelen van 1996 het zwaarst bewaakte vliegveld ter wereld en, zoals ik mocht ervaren, vermoedelijk ook daarna.

Zoals te verwachten werd ik tijdens het inklaren bij de douane geröntgend op Semtex, besnuffeld op hasj en ondervraagd over het doel van mijn bezoek, de duur, de bestemming en, wat nieuw was voor mij, op hetgeen mij in mijn eigen vaderland bond. Ik vertelde van mijn twee dochters, wierp daarbij een wat droevige blik op de ondervrager (“I miss them already, you know”) en de poort tot de Nieuwe Wereld zwaaide voor mij open. Moeders moorden niet en duiken evenmin illegaal onder, tenslotte.

Mijn aansluitende vlucht had twee uur vertraging en ik bracht mijn tijd door in de reusachtige wachthal, nerveus heen en weer pendelend tussen een spartaans toegeruste rookhoek en de comfortabeler niet-rokersfauteuils. Mijn pogingen om de tijd stuk te slaan met een USA Today werden gefrustreerd door de intercom van de wachthal, die om de vijf minuten aansloeg: “In het belang van uw en onze veiligheid vragen wij alle aanwezigen op Atlanta Airport hun medewerking te verlenen: indien u in uw omgeving een verdacht persoon ziet, of meent dat iemand zich verdacht gedraagt, dan dient u dit te melden bij een van de dienstdoende security officers.”

Ik keek om me heen en zag inderdaad om de dertig meter een officer staan, met automatisch geweer en al, roerloos wachtend op aangifte van een verdacht persoon. Gedurende de twee uur dat ik verkeerde op Atlanta Airport hoorde ik deze mededeling ruim twintig keer en zag ik ongeveer het dubbele aantal veiligheidsagenten tegen de muren geplakt staan, dus tegen de tijd dat ik naar Houston vloog wist ik dat ik mij gelukkig moest prijzen als ik levend zou terugkeren naar mijn inmiddels smartelijk gemiste kroost. Welk land zonder reële dreiging zou je anders zo grondig attent maken op het gevaar dat je te wachten staat?

Het gevaar loerde overal. Op een papieren beker met koffie stond de waarschuwing dat hierin hete koffie zat met grote kans op verbranding, indien ik hem op mijn been zou leeggieten. Bij een kinderspeelplaats stond een pictogram met een pistool en een rood kruis erdoor. De middelbare school had een bord: Drugs-free zone!, het benzinestation de mededeling dat het verboden is wapens te dragen op locaties waar bier wordt verkocht. Een aankleedkussen voor babytjes was voorzien van een veiligheidsgordel, zoéén als wij hier in de auto hebben, met daaraan een label: Waarschuwing! Het niet insnoeren van de baby tijdens het omkleden kan tot ernstig letsel leiden.

En ik maar denken dat je gewoon bij je kind moet blijven staan.

Dat je je koffie niet moet omgooien.

Dat pistolen te gevaarlijk zijn om zomaar mee rond te sjouwen.

Wat een eng land.

Want al die waarschuwingen en labels en security officers en pictogrammen van pistolen en intercom-mededelingen over vermeende bommenleggers hebben - bedoeld of onbedoeld - wel degelijk het effect dat je ervan doordrongen raakt hoe onveilig het eigenlijk is, misschien wel: hoe gevaarlijk. Dat vraagt om maatregelen. Dus lag er bij mijn gastvrouw een pistool op het nachtkastje en in het dashboard. En werd haar woonwijk bewaakt door een particuliere bewakingsdienst, around the clock twee auto's voor de poort. Stond er voor de deur van het restaurant waar wij gingen dineren permanent een politieagent, omdat het in zo'n gevaarlijke wijk lag. Terwijl om de hoek de crackdealers elkaar de schedel inslaan... maar dat is de jungle, dat is elders, dat zijn zij, en daar was dan ook geen agent te zien. Want ook het gevoel van veiligheid is een consumptiegoed, beschikbaar voor degenen die het zich kunnen veroorloven.

Ik vond het een raar en gewelddadig land. Ik vond het gewelddadig, omdat mij angst werd ingeboezemd, angst waarom ik niet had gevraagd en waarvan ik de functionaliteit twijfelachtig vond. Mij werd angst aangedaan. En ik vond het een griezelig land, omdat mij een schijn van veiligheid werd geboden waarvan het effect onzichtbaar bleef en dat mij het gevoel ontzegde, invloed te kunnen uitoefenen op mijn eigen veiligheid, of gevoel van (on-) veiligheid. Zoals Jean Baudrillard het puntig verwoordt in Sideraal Amerika: “Je krijgt de indruk dat er een gevaar voorvoeld wordt dat door zijn ongegrondheid des te verraderlijker is.”

Caution: Objects in this mirror may be closer than they appear!

Nederland werd het afgelopen jaar opgeschrikt door een drietal moorden in Amsterdam, Leeuwarden en Tilburg en, zeer recent, door een poging daartoe in het Noord-Brabantse Schaijk. “Ik had gehoopt dat dit aan ons voorbij zou gaan”, getuigde een Schaijkse voor het NOS Journaal. “Wat?” vroeg de journalist. “Zinloos geweld”, antwoordde de vrouw.

En ik vroeg me af: is Schaijk dan tot op de dag van gisteren gevrijwaard gebleven van zinloos geweld? Heeft in Schaijk nog nooit een man zijn vrouw om niets geslagen? Is daar nog nooit een kind oeverloos getreiterd op het schoolplein? Heeft geen Schaijker ooit dronken achter het stuur gezeten, wellicht een ander aangereden? Waarover praten wij, wanneer we het hebben over zinloos geweld - en kan geweld dan ook zinvol zijn?

In Amsterdam zijn dit jaar inmiddels vijftig mensen gewelddadig om het leven gebracht, grotendeels, zo haast de politie zich te zeggen, toe te schrijven aan 'afrekeningen in het criminele milieu'. Is dat dan zinvol geweld in die zin, dat de ratten elkaar maar vrijelijk moeten afmaken - Not much love lost zogezegd?

Er is sprake van een zekere rangorde in de morele verwerpelijkheid van geweld, waarbij klaarblijkelijk de toevoeging 'zinloos' zoiets aanduidt als: onnodig, zonder enig motief en daarmee hoog scorend op de Schaal van Verontwaardiging. Hoger in ieder geval dan een criminele afrekening, hoger wellicht ook dan een crime passionelle. Want, Baudrillard parafraserend, bij zinloos geweld is er sprake van een aanval op de civilisatie zó ongegrond, dat ze verraderlijk is, en dus laag.

Het rituele antwoord op de aanval, zij het moord, materiële schade of ander onrecht, is in Amerika: de advocaat. Huur een au pair voor je kind, sue haar in geval van zijn overlijden, toucheer een paar miljoen voor immateriële schade - en aan elke au pair zal een label komen te hangen: Pas op! Het inhuren van een au-pair kan tot ernstig letsel leiden.

Het is een materiële reactie op geweld: pragmatisch, tastbaar, concreet - en een gelijkluidend antwoord erop. Zowel het onrecht (dood kind) als de genoegdoening (wraking en schade-vergoeding) als de maatregel (Pas op!) nivelleert de dood van het kind tot een incident met een passende oplossing. Nivelleert aldus ieder incident, wel te verstaan.

En zo kennen we in de confrontatie met gewelddadigheid ook ons eigen bezweringsritueel. Dáár roepen ze om de advocaat en schadevergoeding, hier roepen we om herbezinning op Normen & amp; Waarden, om beteugeling van de media en herwaardering van goed burgerschap. En belooft de regering andermaal meer blauw op straat. De benadering van het incident is in zichzelf incidenteel: zowel de daad als de reactie erop wordt gereduceerd tot een symbool, en teken aan de wand, een Sign of the Times.

Zinloos geweld is een gevaarlijk begrip. Het maakt al gauw onverschillig voor de immanentie van geweld in de hele samenleving; deze vorm van geweld kunnen we genoegzaam buiten onszelf plaatsen (zo zinloos zijn wij niet, dat we een ander zonder reden de kop inslaan) en daarmee komt een hele reeks van gewelduitingen als vanzelf lager te staan op de ladder van het kwaad. Wanneer verdient geweld een hoge notering op de Schaal van Verontwaardiging? De dood van Carlo Picornie? Iemand doodrijden na het drinken van anderhalf glas wodka - of misschien iets meer? Zelfmoord als gevolg van emotionele verwaarlozing? Een dode zwerver in de Warmoesstraat?

Het gevaar van de reductie van 'zinloze' gewelddadigheid tot enkele in het oog springende incidenten is dat we een rituele schijnveiligheid creëren naar aanleiding van zo'n incident; dat we het gevoel van onveiligheid verwarren met gevaar. De verontwaardiging over de moorden in Amsterdam, Tilburg en Leeuwarden was oprecht, maar gekoppeld aan extreme situaties. Het is even schrikken, deze redeloze moorden op jonge mensen. Maar: is iedere vorm van geweld niet tamelijk zin- en redeloos? Verdient niet iedere aantasting van onze fundamentele waarden als medemenselijkheid, hulpvaardigheid en respect voor de ander onze verontwaardiging, ongeacht de mate van geweld die daarbij wordt aangewend? Is het niet een waarlijk angstig perspectief, dat alledaags geweld 'gewoon' wordt in het licht van extreme voorvallen?

De roep om meer blauw op straat, om stringentere handhaving van normen en waarden is als het label Warning!: het begin van de vicieuze cirkel van angst in een wereld die blijkbaar afglijdt naar het Sodom en Gomorra. De Schaal van Verontwaardiging over geweld is een glijdende, waar andere, meer alledaagse vormen van gewelddadigheid gemakkelijk uit het vizier verdwijnen. Iedere aantasting van de menselijkheid is een daad van geweld. Als dat niet het fundamentele besef is, verwordt verontwaardiging tot een ritueel en wordt geweld een banaliteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden