Pas op voor foute agenten

Ooit vloog ze met premier Balkenende mee naar Amsterdam, om op tijd haar Edison in ontvangst te kunnen nemen. Laatst was de Amerikaanse opera-diva Renée Fleming er terug. Om haar nieuwste Hündel-project, en haar boek, te promoten.

'Wat betreft audities, dicteerde de trieste wet van Murphy dat juist op het moment dat ik er goed in werd, dat niet meer hoefde, omdat ik eindelijk werd gecontracteerd zonder dat ik me hoefde te onderwerpen aan dit moeilijke en soms vernederende proces.''

De Amerikaanse sopraan Renée Fleming schrijft het in haar boek 'The Inner Voice-The making of a singer', dat eind vorig jaar uitkwam. Dat boek is niet de gebruikelijke zangers-autobiografie, maar eerder een handleiding voor zangers die het willen maken in de operawereld; een caleidoscopische rondgang langs de ellende, de zenuwen, de tegenwerking, de angsten, het harde werken, maar ook langs de vreugde en de voldoening van het vak. Een griezelverhaal van binnenuit.

Friese nagelkaas. Renée Fleming heeft er de avond ervoor van genoten. Haar zaakwaarnemer vraagt of hij een stuk voor haar moet kopen om mee te nemen, maar Fleming vindt het beter van niet. ,,Ik wil niet dat de Amerikaanse douane mijn hele bagage gaat doorzoeken.'' En bagagedoorzoekingen, daar weet Fleming alles van. Er worden wat dat betreft geen uitzonderingen gemaakt voor wereldberoemde diva's, die trouwens in tegenstelling tot hun popcollega's toch al nooit herkend worden. Fleming vertelt het met een meewarige glimlach.

In de hilarische introductie van haar nieuwe boek -de zangeres laat meteen zien dat ze goed kan schrijven- heeft Fleming het over zo'n veiligheidscontrole; meer een confronterende besnuffeling door Sint-Petersburgse honden, die in Flemings hotelkamer tussen haar schoenen, jurken en make up op zoek gaan naar bommen. Fleming luisterde de viering van 300 jaar Sint-Petersburg op, samen met zo'n vijftig regeringsleiders en staatshoofden. Met één van hen -Jan Peter Balkenende- vloog ze een dag later in een regeringsvliegtuig terug om op tijd haar Edison in het Amsterdamse Concertgebouw in ontvangst te kunnen nemen. Daar zong ze vervolgens de zaal plat met een aria uit 'Rusalka' en een lied van Richard Strauss.

De zaal plat krijgen, dat lukt Fleming tegenwoordig met vanzelfsprekend gemak. Een paar weken na ons gesprek zingt ze in de Newyorkse Metropolitan Opera (de Met) de sterren van de hemel in Hündels 'Rodelinda', een opera die nog nooit in de Met te horen was en die speciaal voor Fleming op het repertoire werd genomen. In deze voor Newyorkers onbekende muziek weet Fleming met haar overrompelende vocale aanwezigheid grote indruk te maken. De enscenering is ouderwets groots en liefdevol geregisseerd in de beste Met-traditie en niemand, maar dan ook niemand verlaat voortijdig het meer dan vier uur durende barokspektakel. Een overwinning voor Hündel, maar ook zeker voor Fleming, die van haar acht grote

aria's evenzovele hoogtepunten maakt.

Het succes is Fleming niet aan komen waaien. ,,Vaak zeggen mensen tegen mij: 'Wat heerlijk dat je met zo'n geweldige stem geboren bent!' Nou vergeet het maar! Ik heb voor dit geluid verdomde hard voor moeten werken; nog steeds, trouwens. Ik vind dat ik wat dat betreft een heel conventionele carrière doormaak, niet iets om in een boek uit de doeken te doen. Maar de uitgevers hebben erg aangedrongen en hamerden erop dat het een boek zou moeten worden over het moeizame proces dat een zanger doormaakt om een volleerd artiest te worden. Ik vond het uiteindelijk wel een uitdaging om alle gekte en twijfel al schrijvend weer te herleven; het gaat in dit boek over de reis die ik met mijn stem heb afgelegd, het realiseren van een droom. In zoverre is dit relaas puur persoonlijk en niet iets algemeens. Jonge zangers kunnen eruit halen wat ze willen. Ik had gewild dat er zo'n soort boek was toen ik aan het begin van mijn carrière stond. Het is zeker geen boek over hoe je kunt leren om goed te zingen. Die ingewikkelde vocale puzzel heeft mijn geweldige collega Jerome Hines al uitputtend behandeld en bovendien vind ik de stem zo'n mysterieus instrument; zelf weet ik precies wat ik technisch doe, maar ik zou het aan anderen niet kunnen uitleggen.''

Ondanks alle ellende uit het verleden is Fleming nu volmaakt happy met wat ze doet. Twijfels blijven er natuurlijk altijd, onzekerheid ook, maar de zangeres kan ze tegenwoordig beter relativeren. ,,Ik kan me geen andere roeping voorstellen die meer voldoening geeft dan de mijne: elke dag schoonheid, menselijkheid, geschiedenis en historie, gecombineerd met de cathartische vreugde van zingen'', schrijft ze in het laatste hoofdstuk, maar het heeft er even naar uitgezien dat de podiumangst die Fleming langzaam ontwikkelde, haar carrière zou kortsluiten. Ook daarover schrijft en vertelt de zangeres openhartig. ,,Ik ontwikkelde ineens een verschrikkelijk soort van plankenkoorts. Het begon in de Scala waar mijn interpretatie van Donizetti's Lucrezia Borgia werd uitgefloten. Wat een bloeddorstig publiek kan er daar in Milaan zitten! Na die desastreuze avond kreeg ik bloemen van de grote diva Leyla Gencer, zelf ooit een fantastische Milanese Lucrezia, die me vertelde dat mijn optreden gesaboteerd was. Het hielp niet. Ik voelde me ineens extreem ongelukkig als ik het toneel op moest. Als ik er eenmaal stond ging het wel weer, maar de momenten daarvoor werden steeds afgrijselijker. Met een goede therapeut, die constateerde dat ik in een succes-conflict verzeild was geraakt, ben ik er na een maand of acht goed uitgekomen. Het hielp om te horen dat mensen als Lawrence Olivier, Barbra Streisand, Vladimir Horowitz, Carlos Kleiber en Glenn Gould met hetzelfde probleem gekampt hadden.''

Flemings roem komt in een tijd dat het in de platenindustrie heel slecht gaat. Het is niet vanzelfsprekend dat Fleming haar succesrollen ook meteen op cd kan vastlegen. ,,Mijn opname van Dvoráks 'Rusalka' was ongekend succesvol en ook van mijn solo-opnamen werden wereldwijd veel exemplaren verkocht. Maar ik kreeg onlangs pas mijn eerste kleine royalties van Decca. Ik maak al acht jaar opnamen voor Decca en nu pas zijn een paar van mijn opnamen uit de rode cijfers en verdien ik er wat aan.''

Veel van dit soort relativerende verhalen dist Fleming in haar boek op, als om te zeggen dat die glitterende operawereld ook maar een heel gewone is. Pas op voor foute agenten en voor het verkeerde repertoire, lijkt de zangeres vanaf elke pagina haar lezers die zanger willen worden toe te roepen. Maar tussen al die gevaren en hectiek door zijn er onvergetelijke momenten. ,,Ik zou in 2001 de titelrol in 'Arabella' van Richard Strauss zingen in München, wat zoiets engs is als 'Lucrezia Borgia' in Milaan. Vlak voor ik op moest ging mijn mobieltje. De legendarische dirigent Carlos Kleiber belde mij vanaf het kerkhof in Garmisch, waar Strauss begraven ligt. 'Hoor je de kerkklokken?', vroeg hij. 'Ik wilde je laten weten dat wij je succes wensen vanavond'. En met wij bedoelde hij zichzelf en Strauss.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden