Pas op voor een sfeer van ketterjacht aan de VU

Als we niet oppassen is het binnenkort afgelopen met 'het bijzondere' van de VU en dus met het bestaansrecht van deze universiteit. Dat is de boodschap waarmee anderhalve week geleden een bundel van acht bezorgde VU-wetenschappers gepresenteerd werd aan de pers (Vinden en zoeken: Het bijzondere van de Vrije Universiteit, red. J. P. Verhoogt e.a., Kampen: Kok). A. Van Harskamp vindt dat de bundel bediscussieerd moet worden, maar vreest ook voor een eng klimaat aan de VU.

ANTON VAN HARSKAMP

De inleiding vermeldt dat de grondhouding in deze bundel er één is “van terughoudendheid en zoeken”. Dat wekt echter verbazing. Onvervalste stelligheid komt bijvoorbeeld naar voren in de reacties op een rede die H. J. Brinkman, toenmalige voorzitter van het College van Bestuur van de VU, in 1992 hield. 'Brinkman' is in deze bundel nogal eens de grote boosdoener.

Hij gaf destijds aan dat het praktisch gezien niet mogelijk is, en theoretisch en religieus niet wenselijk, om van bovenaf aan de universiteit als organisatie één 'groot' verhaal op te leggen. Een universiteit is een complex geheel waarbinnen meerdere 'kleine verhalen' verteld worden. Daarbij hoort ook het christelijk geloof voorzover het oecumenisch georiënteerd is. De spanningen tussen geloof en wetenschap moeten in de faculteiten en via het Bezinningscentrum aan de orde worden blijven gesteld, maar de tijd is voorbij dat het geloof gebruikt kan worden als een meetlat om VU-medewerkers en hun wetenschappelijk werk te beoordelen (en te selecteren).

Wie de oordelen over 'Brinkman' - het zijn feitelijk veroordelingen - leest, komt tot een merkwaardige ontdekking. Bij de één is hij degene die de christelijke doelstelling voor de wetenschapsbeoefening als een gepasseerd station ziet; bij een tweede degene die een sfeer in de hand werkt van 'het hoeft niet meer zo nodig'; bij een derde is hij juist de icoon van de 'tirannie van het klein-verhalendom', terwijl hij bij een vierde het beeld is van een verwerpelijke aanpassing van de VU aan 'het markteffect' - de publiciteitscampagnes van de VU - terwijl zijn visie ook nog eens een enorme verzwakking zou betekenen van de mogelijkheden om zich te verweren tegen de uit Den Haag komende bureaucratisering.

Deze oordelen zijn onderling tegenstrijdig. Een soortgelijke tegenspraak was ook al te beluisteren bij de presentatie van de bundel: het pluralisme, in de bundel opgevat als de overtuiging dat het goed is wanneer in een universiteit en een samenleving onderscheiden levensbeschouwelijke richtingen in gesprek met elkaar zijn, zou in de grond van de zaak een 'autoritair secularisme' zijn (Ad Valvas, 30 oktober 1997).

Deze wijze van denken vertoont de neiging complexe spanningen in de universiteit te herleiden tot één grondschema. Dat wordt vooral duidelijk in de bijdragen van A. P. Bos, S. Griffioen en S. Strijbos. Cultuur, ook academische cultuur, is volgens deze auteurs in de grond van de zaak een slagveld van geestelijke aard, een botsing van wereldbeschouwingen. Het gaat er volgens hen om op dat slagveld positie te kiezen, en dat betekent de andere positie uit te sluiten.

Hier ligt het schematische van deze wijze van denken. Want het geestelijk slagveld blijkt slechts twee partijen te kennen, namelijk christendom en heidendom. Alle andere conflicten zijn daar afleidingen van, bijvoorbeeld scheppingsordening versus blind toeval, christelijk geloof versus vooruitgangsgeloof, christelijke wetenschapsbeschouwing en positivisme, geloof in Christus versus wetenschapsgeloof. Maar wat zijn nu precies de bezwaren tegen deze wijze van denken? Ik zie er twee.

Het eerste bezwaar is dat zowel concrete maatregelen van de zijde van het universiteitsbestuur als motieven in het denken van iemand als Brinkman niet gekend en erkend worden, omdat alles wat niet overeenkomt met de eigen visie op christelijk geloof tot de andere pool van het schema herleid wordt. Zo refereren de auteurs niet aan de vele activiteiten die aan de VU plaatsvinden op het gebied van 'het bijzondere'.

Geen aandacht is er voor de discussies en het functioneren van de facultaire zelfbeelden, of voor de activiteiten van het universiteitspastoraat, of voor het werk van de Vereniging waarvan de VU uitgaat, of voor de studiegroepen, publicaties, symposia en manifestaties van het Bezinningscentrum, alle op het gebied van de studie van de samenhang tussen wetenschap, geloof en levensbeschouwing.

Die schematische denkwijze zorgt er ook voor dat ethische en religieuze motieven in een visie als die van Brinkman van tafel geveegd worden. Griffioen bijvoorbeeld signaleert wel dat het afscheid van 'grote verhalen' ingegeven is door een moreel motief, de angst voor totalitaire oplossingen, maar hij veegt dat motief soeverein van tafel, alleen door te beweren dat het afscheid van het grote, het dwingende verhaal in feite onverschilligheid betekent.

Dan het tweede en grootste bezwaar. Opvallend is dat in twee artikelen/interviews er om strijd door twee auteurs beweerd wordt dat het er niet om gaat om aan de VU het kaf van het koren te scheiden en een ketterjacht te beginnen (Ad Valvas 30 oktober; Trouw 30 oktober) Waarom wordt dat zo nadrukkelijk naar voren gebracht? Omdat het mijns inziens evident is dat een wijze van denken die praktische en theoretische problemen herleidt tot in laatste instantie elkaar uitsluitende posities, een sfeer zal gaan bevorderen waarin ketterjacht kan gedijen.

Het is een wijze van denken die wel tot uitsluitingsmechanismen moet leiden. Want ook geestelijke uitgangspunten verlangen naar institutionele vormen en maatregelen. Natuurlijk, de auteurs bedoelen dat niet, ze streven er uitdrukkelijk niet naar. Maar toch...wat te denken van de bijdrage van A. P. Bos, voorzitter van de werkgroep waaruit de bundel voortgekomen is? Hij verwijst naar het ooit met puur formele criteria vastgestelde vermoeden dat van de VU-docenten ongeveer 20% (nog?) kerkganger is en “heel bewust Woord en verbond” kent. Op grond van dat percentage weet A. P. Bos dan volstrekt zeker dat bij de overige 80% een ander geloof sterker is geworden, namelijk een positivistisch wetenschapsgeloof. Wat kan dat anders betekenen dan de bevordering van een klimaat van uitsluiting?

Nog duidelijker wordt dat aan het slot van zijn artikel. Daar schrijft hij iets over het Bezinningscentrum, het centrum aan de VU dat deels via eigen onderzoek reflectie op geloof en wetenschap wil stimuleren, deels ook discussies wil faciliteren. Deze bundel is dan ook in een serie van het centrum uitgegeven. Maar wat schrijft A. P. Bos? Het centrum zou het volgens hem beter doen, “indien daar mensen van christelijke overtuiging samenwerken, die ook door hun publicaties hebben laten zien een onderscheidende - hij bedoelt een strenge calvinistische, AvH - visie hebben ontwikkeld. Tegen de achtergrond van het schema-denken betekent dit niets anders dan dat de staf van het centrum volgens hem niet christelijk is. Dit is meer dan een aanzet tot het scheiden van het kaf en het koren, het is domweg een pleidooi voor ketterjacht.

In het al genoemde artikel in Trouw pleit S. Griffioen ervoor om posten aan de VU onbezet te laten wanneer er geen christelijke kandidaten zijn. Een dergelijke handelwijze zal hoe dan ook bij de zogenaamd niet-kerkelijke 80% toch op z'n minst het gevoel bewerken dat zij 'eigenlijk' tweederangs-medewerkers van de VU zijn. Wat een eng klimaat zal dat opleveren!

Deze kritiek houdt niet in dat we de bundel maar moeten vergeten. Er waren goede redenen voor het Bezinningscentrum de bundel in een eigen reeks op te nemen. Niet slechts omdat alle artikelen goed lopen en toegankelijk zijn, ook omdat men in het centrum meent dat alle visies op de identiteit en de toekomst van de VU in de discussie betrokken moeten worden, ook wanneer het een visie betreft die in de grond van de zaak niet op discussie, maar op uitsluiting gefixeerd is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden