Pas op, trollen actief

propaganda | Van pesterijen tot regelrechte oorlogvoering op internet: zogeheten trollen nemen bijkans het internet over. Journaliste Jessikka Aro schreef erover en werd zelf slachtoffer.

Het is lente vorig jaar als de Finse journalist Jessikka Aro een bizar bericht ontvangt. Een sms van haar 'vader' die schrijft dat hij niet is overleden, maar 'haar observeert'. Aro's vader leeft al twintig jaar niet meer.

De journalist van het Finse tv-station Yle Kioski noemt het bericht later het dieptepunt van de onlinepesterijen die volgen op haar journalistieke onderzoek naar Russische internettrollen. Dat zijn mensen waarvan wordt verondersteld dat ze worden aangestuurd vanuit het Kremlin om pro-Russische berichten op internet te verspreiden. Het blijft niet bij het sms'je, de 35-jarige Aro krijgt te maken met dreigtelefoontjes en allerlei roddels die over haar verschijnen op sociale media: ze zou voor de Amerikanen werken en drugs dealen. In een filmpje op YouTube wordt ze neergezet als een dom blondje. De pesterijen maken haar leven tot een hel, zei ze onlangs tegen The New York Times.

Wat Aro overkwam, is kenmerkend voor wat internettrollen kunnen veroorzaken. Al bestaat er eigenlijk geen definitie van die term, laat staan dat er cijfers zijn over aantallen (zie kader). Zelf denkt de journalist dat ze werd bestookt vanuit de hoek waarop ze haar onderzoek richtte: de pro-Russische trollen. Mensen die doelbewust en herhaaldelijk het maatschappelijke debat proberen te beïnvloeden op sociale media en andere websites, in het voordeel van de Russische regering. Hoewel sommigen dat uit individuele overtuiging doen, is van Rusland bekend dat ook de overheid trollen aanstuurt.

Van die zogenoemde trollenfabriek is niet veel bekend, afgezien van de verhalen die de afgelopen jaren verschenen in verschillende media. Zo vertelde Ljoedmila Savtsjoek, een voormalige trol die haar werkgever vorig jaar voor de rechter sleepte, dat zij dagelijks tientallen reacties op sites en sociale media moest plaatsen waarin ze het opnam voor Poetin en diens beleid. Een andere trol beschreef in de Britse krant The Guardian dat ze over hele gewone dingen moesten schrijven, zoals het bakken van taarten en muziek. Daar moesten ze dan af en toe een politiek bericht tussendoor gooien over hoe fascistisch de regering in Kiev is, bijvoorbeeld.

Verhulde propaganda

De boodschap subtiel verpakken, is onderdeel van de tactiek. Berichten die vanuit de overheid komen, kunnen eenvoudiger aan de kant worden geschoven als overduidelijke propaganda, zegt Jan Melissen, als onderzoeker verbonden aan het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael. Dat is moeilijker als het bericht van een gewone burger lijkt te komen, die de politieke boodschap afwisselt met gezellige huis-tuin-en-keuken-berichten. De beïnvloeding gaat dan sluipenderwijs.

Hoe gevaarlijk is die inzet van dergelijke politieke trollen? Dat overheden zieltjes proberen te winnen, ook over de landsgrenzen heen, is niets nieuws, zegt Melissen. Het is door internet alleen een stuk makkelijker geworden. Regimes zijn erachter gekomen dat sociale media een bijzonder krachtige tool voor propaganda zijn. Een ontwikkeling die we volgens hem 'buitengewoon serieus moeten nemen'.

Daar lijkt ook de Europese Unie sinds vorig jaar van doordrongen. De continue informatiestroom van de Russische trollen wordt gezien als potentieel zo ontwrichtend voor de Europese samenleving, dat er een team is opgericht dat weerwoord moet gaan bieden, de zogenoemde 'East StratCom Task Force'. Dat team houdt niet alleen bij wat er allemaal voor onwaarheden vanuit Rusland worden verspreid, ze antwoorden daar ook op door de andere kant van het verhaal te vertellen, door de Europese politiek uit te leggen. Daarnaast worden onafhankelijke media in Rusland vanuit de Task Force ondersteund. Ook Nederland doet daaraan mee. Eind 2015 maakte minister Bert Koenders van buitenlandse zaken bekend dat Nederland daarvoor 1,3 miljoen euro uittrekt.

Maar doen de EU en Nederland met het stimuleren van het pro-Europese tegengeluid niet hetzelfde als Rusland? De ondersteuning van onafhankelijke Russische media is niet bedoeld als tegenpropaganda, stelde Koenders bij de aankondiging vorig jaar. Want dat gaat volgens hem in tegen 'onze democratische beginselen'. Het geld dat Nederland beschikbaar stelt, is volgens hem ook niet gericht tegen Rusland, maar is 'voor onafhankelijke media'.

Nepaccounts

Het ondersteunen van het tegengeluid is goed, zegt Arnout de Vries van het Nederlandse onderzoeksinstituut TNO. Al vraagt hij zich af of het voldoende is. Helemaal nu het voor trollen steeds makkelijker wordt om hun impact te vergroten. De Vries doet momenteel onderzoek naar het fenomeen van zogenoemde 'botfarms'. Dat zijn grote hoeveelheden accounts op sociale media waar geen gebruiker achter zit, maar een computer. De accounts doen vaak niets anders dan berichten retweeten, maar door de verbeterende technologie schrijven sommige computers inmiddels ook al volledige zinnen. De botfarms zorgen er bijvoorbeeld voor dat één persoon, ondersteund door de computer, een grote hoeveelheid accounts kan beheren.

"Uit onderzoek van de Universiteit van Arizona blijkt dat ten minste tien procent van de accounts op Twitter fake is, verantwoordelijk voor bijna een kwart van de berichten op het platform", zegt De Vries. "Voor trollen zijn die nepaccounts bijzonder effectief. Kijk je naar de activiteiten van terreurgroep IS op sociale media, dan gaat het getal van 100.000 accounts rond. Dat lijkt heel wat. In werkelijkheid zitten er veel fake-accounts bij, waarmee ze hun boodschap kracht bijzetten."

Steeds minder trollen kunnen daardoor een steeds grotere impact hebben, waarschuwt De Vries. Dan hebben de Russen straks geen leger meer nodig, maar is één bataljon genoeg.

Wat moet het antwoord van de EU daarop zijn? Zelf dan maar trollende botfarms inzetten? De Vries lacht: "Dat is een beetje te controversieel. Ik denk alleen wel dat je als overheid burgers in groten getale nodig hebt om tegengeluiden te laten horen. Maar overheden lijken een beetje beschaamd dat aan hun burgers te vragen. Het is toch alsof je je burgers het strijdveld op het web instuurt."

En daar kan het er erg persoonlijk aan toe gaan, laat de kwestie met Jessikka Aro zien. Doodsbedreigingen, online speuren naar informatie en daarmee iemand chanteren; het zijn strategieën die de doorgewinterde trol inzet om tegenstanders uit te schakelen en zijn invloed te doen gelden.

Toch is er volgens Jan Melissen van Clingendael wel een verschuiving gaande. De meeste overheden zetten dan wel geen trollenlegers op, maar ondersteunen burgers of organisaties wel steeds vaker indirect in het verspreiden van hen goedgezinde berichten op internet. "Dat doen ze bijvoorbeeld door organisaties met geld te ondersteunen, of burgers te trainen. Ik ken voorbeelden uit Zuid-Korea en uit Israël. Daar traint het ministerie van buitenlandse zaken jonge Israëliërs die het online opnemen voor hun land."

Hoewel het volgens Melissen in een democratie lastig ligt om als overheid te veel te willen sturen op wat burgers online uiten, komt de wens voort uit het idee dat die burgers broodnodig zijn. Vooral als je te maken hebt met tegenstanders die op grote schaal onwaarheden verspreiden.

Trollen in alle soorten en maten

Lang niet alle trollen hebben een politiek motief. Soms zijn het internetters die uit verveling online op zoek gaan naar ruzie, of naar een lolletje. Een trollentruc is bijvoorbeeld om op internetfora onschuldig ogende linkjes achter te laten die in werkelijkheid leiden naar een site met alles behalve onschuldige plaatjes.

Door sommige mensen wordt trollen zelfs gezien als een ware kunst. Eén van hen is de Amerikaanse econoom Noah Smith, die in 2014 een vlammend betoog schreef over waarom hij trots is om een internettrol te zijn. Hij ziet het als een manier om mensen op hun vooroordelen te wijzen, en om de alledaagse sleur te doorbreken.

Maar trollen is lang niet meer zo onschuldig als in de begintijd van internet, erkent ook Smith. Neem het fenomeen dat bekend is onder de naam 'doxen', oftewel iemand uit de anonimiteit halen. De Britse schrijver Jamie Bartlett haalt een voorbeeld aan in zijn boek 'Dark net', waarvoor hij in de krochten van internet dook. Een meisje had naaktfoto's van zichzelf geplaatst op een anoniem forum, waarna een aantal aanwezigen een zoektocht naar haar identiteit begon. Binnen de kortste keren was haar naam, adres en telefoonnummer achterhaald via een studentenlijst van haar universiteit. En waren de naaktfoto's naar al haar facebookvrienden verstuurd. Volgens Bartlett wordt dat op internet een 'life ruin' genoemd: bedoeld om blijvend leed te veroorzaken. En dat alleen maar omdat het kan.

In zekere zin gebruikten ook de trollen die achter Jessikka Aro aangingen die tactiek. Bij Aro lijkt er alleen een politiek motief achter te zitten, de pesterijen begonnen direct nadat ze haar eerste artikel publiceerde over het Russische trollenleger. Maar niet alleen die groep stuurde de roddels rond. Het viel Aro op dat er allerlei mensen aan meededen, waarvan de connectie met Rusland niet altijd duidelijk was. Dat is kenmerkend voor trollen, zegt Arnout de Vries van TNO. "Vaak zie je een sneeuwbaleffect: iemand haalt een grap uit, dat lokt reacties uit en de volgende gaat daaroverheen."

Ook in Nederland hadden trollen al een aantal keer flink impact. Bijvoorbeeld tijdens de rellen in Haren in 2012 (Project X). Een jongen uit Rotterdam twitterde die avond dat een meisje was overleden. Het was een grap. "Hij slingerde voor de lol leugens de wereld in en wist dat bijzonder goed te timen", zegt De Vries. "Met alle ellende tot gevolg. De media vallen hulpdiensten onnodig lastig om bevestiging te krijgen en veel ouders bellen 112." De jongen uit Rotterdam werd opgespoord, maar niet vervolgd omdat wat hij deed niet zomaar strafbaar was. Dat is een probleem bij de aanpak van trollen, stelt De Vries. Ze zijn erg moeilijk aan te pakken, terwijl ze bij grote gebeurtenissen klaarzitten om toe te slaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden