Pas op 16 december heeft de winnaar zekerheid

Vreselijk spannend was de campagne in de Verenigde Staten niet, dit jaar. Het gevecht om het Witte Huis was een tamelijk matte strijd. Maar er gebeurt veel meer op de dinsdag na de eerste maandag in november van het vierde jaar sinds de vorige presidentsverkiezingen, zoals de juridische omschrijving luidt van de verkiezingsdatum. Alle zetels in het Huis van Afgevaardigden staan ter discussie, en een fink aantal in de Senaat. En dan mag de kiezer zich ook nog buigen over de meest uiteenlopende wetsvoorstellen.

Voor wie niet tegen zoveel onrecht kan: in 1892 verdreef Cleveland Harrison weer uit het Witte Huis. Om daarmee de enige president uit de Amerikaanse geschiedenis te worden die voor twee gescheiden termijnen werd gekozen.

Het idee dat het Amerikaanse volk vandaag beslist wie de volgende president wordt, Bill Clinton of Bob Dole, is algemeen aanvaard. Maar niets is minder waar. Dit jaar valt de beslissing pas op 16 december en 538 leden van het kiescollege bepalen wie de president wordt. Als ze de pest in hebben over de keuze van het volk kunnen ze theoretisch unaniem, zij het wel onafhankelijk van elkaar, Ross Perot tot het nieuwe staatshoofd kiezen. Of Speaker Newt Gingrich. De kans is dan wel groot dat het college wordt opgeheven en dat de leden in een inrichting verdwijnen.

Het getal van 538 is gebaseerd op de optelsom van het aantal leden van het Huis van Afgevaardigden en de Senaat plus drie electors voor de hoofdstad Washington, dat als 'District of Columbia' een speciale status heeft. Een staat als Californië heeft, met 52 afgevaardigden in het Huis en twee senatoren, 54 leden in het kiescollege en een staat als Wyoming met een lid van het Huis en twee senatoren, drie. Tot het begin van de jaren zestig wisselde het aantal leden naar gelang het aantal staten dat deel uitmaakte van de unie. Sinds het begin van de jaren zestig ligt het vast: 538.

Wie op de verkiezingsavond in zoveel staten als eerste is geëindigd dat hij beschikt over de stemmen van 270 electors mag zich in beginsel president-elect noemen. Maar zekerheid daarover bestaat pas op die 16de december. Sinds 1956 zijn bij vier verkiezingen kiesmannen uit de boot gevallen. In 1960 gaven vijftien van hen hun stem aan de van de Democratische fractie afgescheiden senator Harry Byrd uit Virginia. En nog in 1988 weigerde een kiesman uit West-Virginia op de Democratische presidentskandidaat Michael Dukakis te stemmen.

Drie keer werd de man met de meeste algemene stemmen geen president. Naast Cleveland in 1888 was dat het lot van Andrew Jackson in 1824 en Samuel Tilden in 1876. Jackson had dubbele pech; hij had niet alleen meer gewone stemmen dan zijn belangrijkste rivaal John Quincy Adams, maar ook nog de meeste stemmen in het kiescollege. Maar Jackson had, omdat er nog andere kandidaten voor het Witte Huis waren, geen meerderheid en dus moest het Huis de knoop doorhakken. En dat had een voorkeur voor Adams.

Tegenstanders noemen het kiescollege niet meer van deze tijd en wijzen erop dat de Founding Fathers het instelden in een tijd dat er nog geen partijen in de VS waren. Want die kwamen er pas halverwege de vorige eeuw. In de jaren zestig nam het Huis twee keer een voorstel aan om de Grondwet te veranderen. De Senaat stak er een stokje voor.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden