Column

Pas na zijn dood kon ik mijn vader opvolgen

Rob Schouten Beeld Maartje Geels

Afgelopen zaterdag zou mijn vader 104 zijn geworden. Het had natuurlijk met een heleboel mazzel en voorspoed wel gekund, maar in werkelijkheid overleed hij 22,5 jaar geleden, gewoon, hij was op. Ik denk geregeld aan hem, zonder hem was ik er immers niet geweest.

Tijdens zijn leven schuurde het nog weleens tussen ons. Ik geloof niet dat hij ooit echt vertrouwen had in wat ik uitvoerde: gedichten schrijven, stukjes voor de krant, lezinkjes houden, het was hem allemaal niet stabiel en betrouwbaar genoeg. Ik had hem een groot plezier gedaan met een echte baan, vooral eentje zoals hij zelf had gehad: predikant. Of arts. Een mooi beroep. Desnoods wat hij vóór zijn roeping tot predikant deed: een nette betrekking bij een bank.

Toen hij mij nog probeerde op te voeden zei hij als ik weer eens met een matig rapport thuiskwam steevast: dan moet je maar naar de fabriek! Zelfs toen ik een tijdje deeltijd-hoogleraar was en ik dacht hem nu toch wel op een of andere manier tevreden of gerust te stellen, vroeg hij me nog wat het eigenlijk allemaal voorstelde.

Geloof

Het ergst vond hij mijn vaarwel aan de kerk, dat hij ook als een vaarwel aan het geloof ervoer. Wat ik er ook over zei, veelal ontwijkend, het beviel hem niet: ik moest volop geloven van hem, de manier waarop hij het uit me probeerde te persen leek soms op chantage. Hij vroeg me om psalm 121 aan hem voor te lezen. Ik deed het maar om geen ruzie te krijgen of hem pijn te doen.

Dat kan ook anders, leerde ik ooit bij de toch zeer zachtmoedige dichter Herman de Coninck, die aan zijn jarige moeder vroeg wat ze voor haar verjaardag wilde: 'Nog eens naar de mis gaan. Ik hoor me weer nee / zeggen.'

Enfin, ik dus 'ja'. Natuurlijk kon hij die psalm zelf net zo goed of beter lezen, maar hij wilde dat ik het deed: 'Ik hef mijn ogen naar de bergen: vanwaar zal mijn hulp komen? Mijn hulp is van de Here, die hemel en aarde gemaakt heeft'. Ik denk dat hij een soort paniek voelde opkomen bij de gedachte dat ik het eeuwig leven niet zou beërven.

Begrip

Na zijn dood werd dit allemaal bijgelegd. In plaats van de angst dat het mis zou gaan en de meningsverschillen die we tijdens zijn leven hadden, kwam er een soort berusting en begrip nu ik het voor het zeggen had over ons beiden. Ik ontdekte hoezeer ik eigenlijk op hem leek, dat ik voornamelijk in een andere tijd was geboren en met andere ouders dan hij, maar dat dat ook maar details waren, uiterlijke verschillen: in wezen waren we zeer verwant, ik snapte hem met z'n emoties en z'n paniek. En ik bedacht ook dat het logisch was: pas na zijn dood kon ik hem opvolgen.

Naar z'n graf hoef ik niet, ik weet niet eens precies waar het is, ik draag hem wel mee in mijn hart, of misschien meer nog in mijn hoofd. Op 8 december wat meer dan op andere dagen. En met andere regels van Herman de Coninck, dit keer over zijn vader: 'Zo rustig wil ik ook wel sterven, een keer of zes, zeven / in de dromen van mijn zoon./ Tot ik gewoon blijf leven.'

Rob Schouten schrijft  drie keer per week een column voor Trouw. Lees meer op trouw.nl/robschouten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden