Pas de deux, slotstuk en entrée

interview | Het wereldberoemde Nederlandse balletkoppel Alexandra Radius en Han Ebbelaar danste in de jaren '70 en '80 bij Het Nationale Ballet. Nu is er een balletpaar dat net zo goed is en evenzo tot de verbeelding spreekt: Igone de Jongh en Marijn Rademaker. 'Ze zijn geen 'imitatie van', maar eigen.'

Dit is de allereerste keer dat beide sterrenkoppels zich gezamenlijk laten interviewen, voorafgaand aan het Balletgala aanstaande maandag. Onmiddellijk ontstaat er een sfeer waarin de anekdotes, vragen en adviezen over tafel vliegen. Hoe het is om aan de top te staan in het ballet, wat succes met je doet en of je dan nog wel een leuk leven hebt. Het is een feest der herkenning over en weer, met hier en daar een heuse liefdesbetuiging.

"Wij zijn de oudjes, hè," neemt Han Ebbelaar het woord. "Dus laten wij beginnen met te zeggen dat we van Igone en Marijn houden. Ze dansen met hetzelfde gevoel als wij deden, dat zagen we al toen ze vorig jaar op het Balletgala van het Dansersfonds voor het eerst aan elkaar werden gekoppeld."

Alexandra Radius: "Bij Het Nationale Ballet dansen ik weet niet hoeveel nationaliteiten. Ballet is een internationaal vak tenslotte. Dan is het toch geweldig dat ons land dansers voortbrengt die op toneel zo mooi samenwerken."

Igone de Jongh: "Wat een compliment, vooral uit jullie monden, ik word er stil van."

Marijn Rademaker: "Zeker! Ik bekeek laatst een YouTube-filmpje van een pas de deux uit 'Het zwanenmeer', een opname uit de jaren tachtig denk ik, en ik was er echt van onder de indruk. De techniek van Alexandra, daar zou menig ballerina nu een moord voor doen."

Ebbelaar: "Ik zag Igone in 'Vier Letzte Lieder van Rudi van Dantzig en kreeg tranen in mijn ogen. Zó goed, zó intens gedanst. Dat is in jaren niet gebeurd, realiseerde ik me. Er wordt tegenwoordig 'ge-ballet', dat is de invloed van de Russische school, waarin alles op de ballerina is gericht. Men doet geen arabesk (een sierlijke balanspositie op één been, red.), maar een 'aaaraaabeeesk'. Doe normaal, denk ik dan. Houd het simpel."

Radius: "Dat geldt overigens niet voor de Russische danseres Anna Tsygankova, een andere prachtige ballerina bij Het Nationale Ballet. Maar zonder franje, en puur? Dat zie je steeds minder."

Hollandse kern

Ebbelaar: "In onze tijd bij Het Nationale Ballet was er sprake van een Hollandse kern waar de groep omheen draaide. Choreografen als Hans van Manen en Rudi van Dantzig keken op een heel specifieke manier tegen dans aan."

Radius: "Vanuit gevoel."

Ebbelaar: "En binnen hun werk bleven we als uitvoerders dicht bij onszelf. Daarom zijn Igone en Marijn nu ook zo zichtbaar. Ze zijn geen 'imitatie van', maar eigen."

Rademaker: "Dat herken ik wel. Ik heb mijn carrière grotendeels bij Stuttgart Ballet gedanst, en daar staat het werk van John Cranco centraal. Op een gegeven moment ádem je zo'n oeuvre."

De Jongh: "En die ervaring neem je mee wanneer je in het werk van andere choreografen danst. Ik dans al sinds 1996 bij Het Nationale Ballet, Marijn pas sinds dit jaar. Maar als ik hem een ballet van Hans van Manen zie dansen, heb ik het gevoel dat-ie dat al zijn hele leven doet."

De Jongh: "Hoe was het voor jullie om samen te werken, als echtpaar én balletkoppel? Waren jullie veel aan het kibbelen?"

Ebbelaar: "Je valt tijdens een repetitie natuurlijk al snel uit tegen je vrouw: 'Zeg trut, sta je nou wéér op mijn voet.'"

Radius: "En soms had-ie een likdoorn onder zijn teen, en dan stond ik er weer op, nou... Maar we hadden een afspraak: na het werk is het klaar, we nemen niets mee naar huis."

De Jongh: "En lukte dat?"

Ebbelaar: "Dat hebben we moeten leren."

Rademaker: "Jullie hebben een liefdesrelatie, dat is anders."

De Jongh, lacht naar Rademaker: Nou, wij ook hoor!"

Rademaker: "Wat zei je er nou laatst ook alweer over?"

De Jongh: "We hebben een verliefdheid zonder seks, haha. Gelukkig is Marijn homo, want ik zou het wel weten... Wat zo fijn is aan Marijn, tja, dat is toch dat-ie Nederlands is. (De Jongh en Rademaker kijken elkaar en grinniken). Dit hebben we dus vaak: dan moeten we opeens lachen. Het is zo 'gewoon' met Marijn. Er is geen bullshit. We hebben een bepaalde liefde, die we nooit naar elkaar hebben uitgesproken. Nou ja, nu dan, haha."

Rademaker: "Igone en ik hebben elkaar echt gevonden. Dat klinkt heel erg cheesy, maar het is wel zo. (Kijkt De Jongh vragend aan) Toch?"

De Jongh: "We bellen elkaar drie keer per dag."

Kinderen

Ebbelaar: "Dat Lex en ik zijn getrouwd, was natuurlijk helemaal romantisch. Dat werd ook wel uitgevent, hoor. We hebben alleen nooit kindjes gekregen, dat is jammer."

Radius: "Dat mocht niet. Dan moest je abortus laten plegen."

De Jongh en Rademaker, tegelijk: "Echt waar?!"

Radius: "Als je in verwachting raakte, betekende dat het einde van je carrière. Dan was het gewoon afgelopen. Wij stelden het steeds uit en op een gegeven moment was het te laat."

De Jongh: "Ik heb wel een kind gekregen, dat wilde ik heel graag. Wat jullie samen hadden, werk op het werk laten, dat heb ik met mijn zoon. Thuis gaat het over voetbal en zwemles."

Radius: "Als je in het ballet 'Paquita' wordt gelift door je danspartner, gebeurt dat met een hand onder, nou ja... je intiemste delen. Voilà."

Ebbelaar: "Toen we een tijdje in de VS dansten, heb ik een keer enorme bonje met een ballerina gehad. Ik liftte haar op zo'n manier dat ze een mooie belijning zou hebben, maar daarvoor moest ik wel met mijn hand onder haar borst. How dare you, en péts, een klap in mijn gezicht!"

De Jongh: "Ik heb partners gehad die me wel vasthielden, maar ik vóelde ze niet. Marijn is een heerlijke partner, ik voel zijn handen de hele tijd, dan heb je echt contact. Is het raar wat ik nu zeg?"

Ebbelaar: "Helemaal niet. In Van Manens 'Adagio Hammerklavier' glijd je als het ware langs elkaar heen. Ik zie dan heel vaak aan koppels dat ze dat eng vinden."

Rademaker: "Kussen en omhelzingen worden nogal eens door dansers gefaket. Omdat hun vriendje dat dan niet goed vindt of zoiets. Maar als je de dynamiek verbreekt, klopt het niet meer. Je kunt het niet half doen, dan wordt het nep."

De Jongh: "Dat halve, daar kan ik heel slecht tegen."

Ebbelaar: "Dan komt toch weer dat Nederlandse om de hoek kijken; wij kennen minder gêne."

Sterrendom

De Jongh: "Sinds ik op tv kom als jurylid van de danstalentenjacht 'Dance, Dance, Dance' word ik anders behandeld. Dat is de macht van de televisie."

Rademaker: "Ik ben ambassadeur voor Dance4Life, de stichting die zich inzet voor een wereld zonder aids. Solisten treden tegenwoordig meer in de openbaarheid. Dat komt doordat ballet in de lift zit, de belangstelling groeit enorm."

Ebbelaar: "Lex en ik deden vroeger álles: we zaten bij Mies Bouwman in de show, we traden op tijdens de 75-jarige verjaardag van prinses Juliana. En we deden commercials. Nou, dat was wat! Het was in de jaren '70 en '80 in Nederland not done om je als kunstenaar op tv te profileren. We hebben er veel geld voor gekregen en daarmee hebben we onze eigen balletproducties kunnen financieren."

Radius: "Die sfeer van 'dat mag niet' is godzijdank verdwenen. Igone doet de jurering geweldig. Dat is ook goed voor het imago van de dans."

De Jongh: "Ik moet er wel erg aan wennen dat ik door de televisie publiek bezit ben geworden. Televisievrouw Chantal Janzen is een vriendin van mij, en zij zegt: realiseer je dat je de huiskamer van mensen binnenkomt. Dat is heel anders dan in het theater."

Ebbelaar: "Bekendheid, ach... Sterren als Rudolf Nureyev en Margot Fonteyn werden met een auto gehaald en gebracht, maar dat betaalden ze uit eigen zak, hoor. Alle anderen gingen gewoon met de metro naar huis."

Rademaker: "Er zijn geen Nureyevs en Fonteyns meer; dat soort balletsterrendom is voorbij. De mystificatie van de danser is niet meer van deze tijd. Door internet is alles heel dichtbij gekomen."

Ebbelaar: "Sterrendom werd gecreëerd door choreografen. Frederic Ashton had zijn Margot Fonteyn, John Cranco Marcia Haydée, George Balanchine Suzanne Farrell. Er zijn geen choreografen meer die sterren creëren. Behalve Hans van Manen dan, hij heeft sterren gemaakt, zoals Igone."

Weinig geduld

Rademaker: "Er is weinig geduld. In het ballet gaat men overal naartoe, jaagt men zo veel mogelijk kansen na. Maar zo creëer je geen identiteit, bij de groep, noch bij het publiek."

De Jongh: "Hans van Manen heeft tegen me gezegd: Blijf bij Het Nationale Ballet, doe je ding, maar bouw iets op. Anders vervlieg je."

Rademaker: "Er is als solist heel weinig tijd voor een leven naast de dans, vind ik. We zijn alleen de zondagen vrij, verder ga ik vroeg naar bed om bij te komen."

De Jongh: "Soms gaan we met de harde kern na een tourneevoorstelling tot drie uur 's nachts bij Hans (Van Manen, red.) wijntjes drinken. Maar in het algemeen gaat iedereen meteen naar huis."

Radius: "In onze tijd kwamen er na de voorstelling altijd vrienden over de vloer, dan kookte ik voor ze, al was het twee, drie uur 's nachts. Een pasta, meloen met ham, salade. Han en ik zaten met ijspackings op de moeë knieën, de balletmaillots hingen te drogen aan de oven. En altijd maar lekker eten."

Ebbelaar: "Dat doen we nog steeds. Wanneer we naar Igone en Marijn gaan kijken, nemen we om zes uur een broodje zalm en een kopje soep, en na de voorstelling pakken we er een fles wijn bij en een kaasplankje. En dan voelt het alsof we zelf hebben gedanst."

De Jongh: "Dat klinkt gezellig!"

Rademaker: "Mogen we een keer met jullie mee?"

Maandag vindt in de Amsterdamse Stadsschouwburg het 18de Balletgala van het Dansersfonds '79 plaats. Dat is de stichting die Alexandra Radius en Han Ebbelaar oprichtten ter ondersteuning en stimulering van de danskunst/ballet in het algemeen en van veelbelovende jonge dansers in het bijzonder. Igone de Jongh danst op het gala, Marijn Rademaker is verhinderd wegens een blessure.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden