'Partijtop' hielp GroenLinks van de wal in de sloot

Wethouders uit de grote steden schoffeerden het partijcongres door Jolande Sap pootje te haken. Herstel moet komen van de leden en lokale afdelingen.

Na grote verkiezingsnederlagen ligt de afweging over het leiderschap doorgaans primair bij de lijsttrekker zelf. Hierbij gaat het om verantwoordelijkheden die hij of zij voelt tegenover de kiezers die wel op de lijst hebben gestemd en de partij die verder moet.

Het geval GroenLinks-Jolande Sap na de laatste Tweede Kamerverkiezingen is dan ook uniek, om niet te zeggen absurd. Nog nooit eerder figureerde er een zelfbenoemde 'partijtop', die via het partijbestuur het vertrouwen opzegt in de net gekozen politiek leider. In die 'partijtop' zaten blijkbaar de GroenLinks-wethouders uit Amsterdam, Utrecht en Nijmegen. Hiermee ging een partij die 'democratie' hoog in het vaandel heeft staan op een bizarre manipuleertoer.

Na verkiezingen wordt van de nieuwe fractie gevraagd middels haar voorzittersverkiezing al of niet vertrouwen uit te spreken in de door het congres aangewezen politiek leider en nummer één op de lijst. Is die vertrouwensbevestiging door de fractie tegen de zin van het partijbestuur dan kan dit een motie voorleggen aan het congres. Maar bij de laatste perikelen in GroenLinks meende de fractie kennelijk dat zij weliswaar zelf haar voorzitter kon kiezen maar dat de 'partijtop' daarbovenop nog het politieke leiderschap moest bevestigen. Onnozel!

Tot zover de formele kant van de afrekening in de afgelopen dagen met Jolande Sap. Materieel is het zo mogelijk nog gekker. Met GroenLinks ging het in de publieke opinie slecht sinds de fractie medeverantwoordelijkheid nam voor de politiemissie naar Kunduz. Daarvoor droegen de fractie in het algemeen en haar voorzitter in het bijzonder de eerste verantwoordelijkheid. Vervolgens werden alle kritiek en rarigheid die met dit project van het kabinet-Rutte verbonden waren, door alle buitenstaanders louter bij GroenLinks neergelegd.

Toen dit 'vuiltje' eindelijk enigszins uit het publieke debat leek weg te vloeien diende zich gelukkig een pósitieve mogelijkheid aan om GroenLinks als serieuze mederegeerder te profileren: de deelname aan het Lente-akkoord. Jolande Sap werd alom geprezen en in de peilingen steeg de partij van vijf naar acht Tweede Kamerzetels. Juist op dat moment diende fractiegenoot Tofik Dibi zich aan als criticus van haar leiderschap. Hier werd GroenLinks belaagd op haar meest kwetsbare punt: zozeer voorhoedepartij dat het belachelijk wordt. Gezwabber van het partijbestuur en een commissie die de kandidaten voorzag van publiek-psychologische beoordelingen bevestigden het vooroordeel. Alom hoon en die sloeg vanzelfsprekend terug op de nummer één, ook al won Sap die geforceerde lijsttrekkersverkiezingen met een verhouding van 7:1.

De GroenLinks-campagne die volgde, werd niet gericht op Jolande Sap als gezicht van GroenLinks maar op het merk zelf, juist op een moment dat dit op z'n zwakst stond. Te midden van al die affiches met keurige mannen toonde GroenLinks alleen woorden en letters. Intussen ging de pers wel uit van een voorbeschikt enorm verlies. De enige vraag die de lijsttrekker nog kreeg van journalisten was met hoe weinig zetels ze ermee op zou houden. Hoewel ze zich flink weerde, deed de uitgekiende strategische campagne van de Partij van de Arbeid de rest. Dat GroenLinks uiteindelijk geen twee zetels kreeg, maar toch nog vier (dankzij een restzetel), was naar mijn inschatting vooral te danken aan het respect dat de lijsttrekker bleef afdwingen. Wie ondanks alles GroenLinks stemde deed dat niet 'omdat wij zo'n goed groen-sociaal verhaal hadden' maar omdat Jolande Sap had laten zien dat met die mooie idealen ook concrete resultaten zijn te behalen.

Na de toch pijnlijke verkiezingsuitslag en de door de politieke leider uitgesproken bereidheid met nieuwe moed verder te gaan was er alle reden de gelederen rondom haar te sluiten. In plaats daarvan werd de formatieperiode benut voor wat niet anders kan worden getypeerd dan als gerommel en geschutter van politieke knoeiers. Lacherige uitspraken over het mooie van afbraak, als 'fundament voor renovatie', doen vrezen dat voor leden van de 'partijtop' het dieptepunt nog niet is bereikt. Mijn hoop op een proces van reflectie en zelfreiniging ligt dan ook niet daar, maar aan de basis. Alleen bij de leden zelf en hun lokale afdelingen ligt nog politieke kracht. Daarop is GroenLinks nu meer dan ooit aangewezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden