Participeren? Geen idee. Meedoen? Graag!

In achterstandswijken in Rotterdam, maar ook elders, werken participatiemakelaars. Zij stimuleren mensen zich in te zetten voor de wijk en elkaar te helpen.

Participeren, de 38-jarige Hafida Darkaoui uit de Rotterdamse Afrikaanderwijk heeft werkelijk geen idee wat dat woord betekent. Maar meedoen, dat woord kent ze wel. En of ze dat doet! Ze is vrijwilligster op de school van haar kinderen, ze doet van alles in haar straat en buurt. En op de moestuin kent ze iedereen, zegt ze, de Marokkanen, de Turken en de bruinen - zoals ze Kaapverdianen en Surinamers noemt.

Hafida heeft een stukje tuin bij het zwembad op Zuid in het gebied Feijenoord, een stadswijk van circa 80.000 inwoners met de grootste achterstanden, de meeste armoede, de hoogste werkloosheid van de stad. Acht zogenoemde participatiemakelaars (zeg maar welzijnswerkers-nieuwe stijl) stimuleren mensen daar het huis uit te gaan, hun talenten te ontwikkelen en een beetje voor elkaar te zorgen. Bijvoorbeeld in de moestuin, een project van creatief beheer, dat verwaarloosde stukjes groen omtovert tot sociale projecten.

De Marokkaanse is er vandaag met haar zus, haar nichtje scharrelt om hen heen. Hafida is er graag, de stress van het dagelijks leven zakt bij wijze van spreken zo de grond in. En ze heeft een rijke oogst. De stadse ratten en konijnen hebben haar tomaten weliswaar verwoest, de maïs, aubergines en aardappelen doen het geweldig. En van de courgettes blijft ze maar uitdelen, haar zus neemt er een paar mee naar huis voor de macaroni, er gaat er een in de werktas van de participatiemakelaar.

Even verderop zijgt een Turkse vrouw neer op een bankje. Nederlands verstaat ze niet, ze wijst op haar enkels en polsen: dik en pijnlijk, aan haar gezicht te zien. Nee, Hafida verstaat haar ook niet. "Maar ik praat veel met haar dochter, zij kan heel goed Nederlands."

Zulk soort ervaringen brengen participatiemakelaar Gé Grubben vaak op een idee. Misschien kan er op de tuin taalles worden gegeven, het werken in het groen geeft zoveel aanknopingspunten voor een uurtje Nederlands, via de sperzieboontjes zit je zo in de keuken, op de markt, en associeer nog maar even door. Een tapkraantje met vers water zou hij ook wel een aanwinst vinden: dan hebben andere wijkbewoners een reden om door het parkje te lopen.

Dat is Grubbens werk: samen met zijn collega-makelaars probeert hij nieuwe structuren en nieuwe sociale verbanden te ontwikkelen in deze wijk, in een periode waarin het land zich, zoals de koning twee jaar geleden zei, langzaam ontwikkelt van een verzorgingsmaatschappij naar een participatiesamenleving. De overheid trekt zich terug, mensen moeten meer voor elkaar doen en de participatiemakelaar helpt de mensen bij wie dat niet vanzelf gaat.

Tot een jaar of wat geleden heette deze tak van het welzijnswerk opbouwwerk, Grubben was zelf ook opbouwwerker; nu is hij participatiemakelaar, in dienst van welzijnsorganisatie Dock (zie kader). Maar meer dan toen kijken de sociaal werkers nu achter de voordeur. "We stimuleren mensen om vrijwilligerswerk te doen en aan de andere kant helpen we mensen drempels weg te nemen om hulp te vragen, daar zit veel schaamte."

Een voorbeeld van zo'n nieuw sociaal verband is de telefoonronde die Dock heeft opgezet vanuit het buurthuis Kamelia. Vijf vrijwilligers bellen wekelijks met zo'n dertig mensen die geen of een zwak vangnet hebben. Partner overleden, geen kinderen, buren weggetrokken, sociale omgeving weg. Ze missen, zegt participatiemakelaar Grubben, een aanspreekpunt, een praatpaal. En voor de vrijwilligers is dit een eenvoudige manier om weer wat om handen te hebben. "Zo snijdt het mes aan twee kanten", zegt Grubben aan een tafeltje in de sober ingerichte hal van het buurthuis, dat fungeert als informeel ontmoetingspunt voor buurtbewoners.

Gaytrie Ramadhin weet uit de praktijk hoe dat werkt. De 41-jarige werkloze directiesecretaresse is een van de zeventig vrijwilligers die regelmatig op bezoek gaat bij oudere mensen die iets meer nodig hebben dan een wekelijks belletje. Ramadhin heeft twee adressen, een mevrouw van 75 en een van 92. Ze hebben in elk geval één ding gemeen, zegt de vrijwilligster: ze zijn allebei doodsbenauwd in een verzorgingshuis te belanden.

De vrijwilligster doet kleine boodschappen, ze helpt de een bij het regelen van een plaatselijke kortingspas, met de ander eet ze een croissantje, omdat die mevrouw het zo ongezellig vindt in haar eentje te eten - iets waar de alleenstaande Ramadhin zelf trouwens ook geen klap aan vindt.

Ze geniet van haar werk, ze praat er gepassioneerd over, maar hoe lang ze dit nog kan doen, dat weet ze niet. Ze heeft een uitkering, maar die is niet bedoeld voor eeuwig. De vrijwilligster heeft net een cursus achter de rug van drie dagen, die haar moet helpen aan een betaalde baan. "Misschien moet ik binnenkort op gesprek. Wie weet kan ik een van de dames in mijn portefeuille houden. De rest moet ik dan laten, met heel veel pijn in mijn hart."

Dat Grubben dan weer een vrijwilligster minder heeft, dat is dan jammer? "We zien dit als opstap naar werk, een substantieel deel kan dat ook. Met het vrijwilligerswerk kunnen ze laten zien dat ze actief zijn, dat staat goed op het cv."

Ook zijn collega Chadia Sbaai vindt werk een uitstekend middel om te participeren. Ze is participatiemakelaar in Bloemhof, ook deel van Feijenoord. Sbaai komt nogal wat jonge moeders tegen die actief zijn in de wijk en leven van de bijstand. "Heb je er weleens over gedacht om te gaan werken", vraagt zij aan hen. "Dat levert meer op dan een uitkering."

Train de trainer

In buurthuis Irene heeft Sbaai deze dag een groep van zo'n twintig vrouwen laten bewegen, onder leiding van vrouwen die zelf eerst cursist waren. Train de trainer, heet dat programma, dat ook buiten Rotterdam veelvuldig wordt gebruikt, ook buiten het welzijnswerk. Sbaai is er trots op dat die vroegere cursisten nu de les hebben verzorgd. "Ik zei: je kunt het, ik vertrouw je!"

Dat de vrouwen hebben gesport is niet toevallig, bewegen is een essentieel onderdeel van de filosofie van Dock, die Sbaai met groot enthousiasme uitdraagt. Na haar opleiding personeel en arbeid is Sbaai loopbaanadviseur geweest en trainer. Vorig jaar deed ze een post-hbo-opleiding weerbaarheid en zelfverdediging en ook die kennis gebruikt ze in haar huidige baan. Grote en kleine talenten belichten, en die capaciteiten inzetten voor een ander, voor de wijk, daar gelooft ze in. "En uiteindelijk wordt zo'n organisatie als de onze dan overbodig. Man, je kan zoveel uit zo'n wijk halen waar je de wijk leuker van maakt. De overheid zou weg moeten blijven, mensen kunnen het wel onderling."

Voorlopig vraagt die overheid nog wel aan de deelnemers of ze de presentielijst willen tekenen van leefstijlcoach Peggy Tolk, die werkt bij gezondheidsorganisatie Avant Sanare. Tolk geeft deze middag voorlichting over voeding, en ze moet aan de gemeente een deelnamelijst overhandigen, voor de subsidie, zoals ook Dock zich moet verantwoorden bij de gemeente, haar opdrachtgever. "O, die presentielijsten, die kennen we", zuchten de deelneemsters terwijl ze hun naam noteren.

De vrouwen gaan op de weegschaal die ook hun BMI meet, de leefstijlcoach waarschuwt voor de risico's van overgewicht, ze vertelt wat over gezond eten, ze geeft een jonge magere vrouw tips om dikker te worden - zij is een uitzondering, veel meer interesse is er voor de vraag hoe je dunner kan worden.

De Chinese Yining Ziang hangt helemaal naar voren over tafel, zozeer brandt haar probleem haar op de lippen. Niemand ziet het, maar onder haar gestreepte T-shirt zitten een maag en buik die haar echt te groot zijn, ze pakt ze met twee handen vast om te laten zien wat ze bedoelt. Wat denkt de voedingsdeskundige van melk, wordt ze daar dik van, mag ze eten na het sporten, helpt bewegen überhaupt om die vetrolletjes kleiner te maken?

Yining Ziang vindt de middag geweldig. "Sporten, gezond eten en dan voorlichting, dit is super", zegt de 52-jarige Chinese, die met haar vriendin is meegekomen - zelf woont ze in Barendrecht. Sorry, van participeren heeft ze nog nooit gehoord. Maar meedoen? "Ja, ja, ik ga overal naartoe", kondigt Ziang aan. "Ik ga ook mijn buren leren kennen, en dat komt door wat ik hier heb geleerd."

Participatiemakelaar?

De participatiemakelaar is een betrekkelijk nieuwe term in de welzijnssector. Ze zijn er ook buiten Rotterdam, al opereren ze vaak onder een andere naam (sociaal werkers, frontliniewerkers, sociale makelaars). Ze doen in grote lijnen wat ze sinds 2013 ook in Rotterdam doen: mensen aanspreken op hun talent, op wat ze willen doen voor elkaar, voor de wijk.

Die opzet is het directe gevolg van de veranderende samenleving, zegt Carolien Kolenbrander. Ze is regiodirecteur van welzijnsorganisatie Dock, in 1996 begonnen in Rotterdam en uitgegroeid tot een organisatie met driehonderd medewerkers in Rotterdam, Amsterdam, Zaanstad en Haarlem. "We zijn terechtgekomen in de participatiesamenleving en dat hebben we vrij snel opgepakt", zegt Kolenbrander. De individuele hulp, bij voorbeeld aan mensen met schulden, is veranderd in groepssessies waar mensen elkaar ontmoeten en kunnen helpen. "En je doorbreekt een taboe", zegt Kolenbrander. "Mensen gaan vandaaruit makkelijker naar een cursus over omgaan met stress, of budgetteren." Ook wordt er meer geleund op vrijwilligers, de professional is er vooral om verbinding te leggen tussen vrijwilligers, cliënten, familie. De acht Rotterdamse participatiemakelaars hebben met duizend mensen regelmatig contact, een grote groep daar omheen spreken ze incidenteel. Ruim 2300 mensen zijn de eerste zes maanden van dit jaar naar de inlooppunten gekomen voor vragen. In driekwart van de gevallen gaan die over financiën, maar de wijkbewoners willen ook dingen weten over mantelzorg, gezondheid, huiselijk geweld, eenzaamheid.

Dock heeft de nieuwe aanpak laten onderzoeken. Vastgesteld is, zegt de directeur, dat tegenover 1 miljoen euro voor het welzijnswerk zelf 2 miljoen aan maatschappelijke opbrengst staat. Daarmee doelen onderzoekers op mensen die vrijwilligerswerk doen of die geen uitkering meer nodig hebben omdat ze na hun vrijwilligerswerk betaald werk hebben gekregen. Ook zijn de kosten voor de zorg soms gedaald en zijn mensen tevredener over de kwaliteit van hun leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden