'Parsifal' van Audi is nu dankzij Albrecht en orkest volmaakter

opera

De Nationale Opera

Parsifal

*****

Het weerzien met de 'Parsifal' van De Nationale Opera was volmaakt. Een zangersbezetting zonder zwakke schakels, een enscenering die onder de huid kruipt en het Nederlands Philharmonisch Orkest in de bak - zo langzamerhand een gedroomd Wagner-elitekorps. Dat alles onder leiding van Marc Albrecht, die een aangeboren gevoel voor het wagneriaanse lijkt te hebben.

Deze 'Parsifal'-enscenering ging op het Holland Festival van 2012 in première. Toen zat het Concertgebouworkest in de bak, geleid door Iván Fischer. Die wilde de partituur 'verlossen' van alle zogenaamde pompeuze bombast. Dat leverde toen een nogal merkwaardig geremde en bloedeloze voorstelling op, waaruit alle heftige orkestrale climaxen weggefilterd waren.

Daarvan was nu absoluut geen sprake. Ondanks het feit dat het NedPhO ruim een eeuw jonger is dan het Concertgebouworkest heeft het al veel meer Wagner op de teller dan de grote Amsterdamse broer. Albrecht kan profiteren van de enorme hoeveelheid Wagnerkennis die zijn voorganger Hartmut Haenchen in het DNA van het NedPhO heeft gestopt. Maar Albrecht zette dat magnifiek naar eigen hand en loodste het orkest met ontzagwekkend overzicht en gevoel voor stuwing door de ruim vier uur muziek heen. En met zo'n eerlijke en door-en-door muzikale benadering valt pas op dat er in 'Parsifal' juist heel weinig wagneriaanse bombast zit. De climaxen die Albrecht en het orkest uit de bak lieten kolken waren huiveringwekkend en ze pasten bovendien uitstekend bij de donkere en duistere beelden op de bühne.

In 'Parsifal' gaat het om de ridders van de graal, een gemeenschap die in verval is geraakt. Zonde, schuld, een open wond en verlossing - het zijn kernbegrippen in het zwaar symbolisch-christelijke verhaal. Maar bij regisseur Pierre Audi is die verlossing er natuurlijk niet zomaar eentje. Aan het eind ligt iedereen levenloos op de bühne, verlosser Parsifal is weer met de noorderzon vertrokken. Alleen ridder Gurnemanz staat nog overeind, als bekeek hij zijn eigen nachtmerrie. Mooi hoe Audi deze goedmoedige, wijze ridder zinvol omduidde tot een veel wreder personage.

In zijn enscenering krijgt Audi hulp van kunstenaar Anish Kapoor. Voor de tweede akte ontwierp die een enorme holle spiegel die voor verrassende en vervormende reflecties zorgt. Het is de hele akte fascinerend om naar te kijken. Net zo fascinerend als de manier waarop Audi zijn personages over de bühne stuurt, minutieus geregisseerd. Parsifal en Kundry draaien om elkaar heen in een precieze choreografie. Kundry blijft zelfs in de derde akte, waar ze slechts twee keer het woord 'dienen' mag zingen, theatraal interessant door de zorg die Audi aan haar besteedt.

Petra Lang zong en speelde Kundry met grote inzet van lijf en stembanden. Laaiend en zinderend klonken haar topnoten in de tweede akte, waar zij fenomenaal vocaal tegenspel kreeg van Christopher Ventris (Parsifal). Günther Groissböck imponeerde als Gurnemanz met een barsig, maar o zo mooi donker timbre. Ryan McKinny zag er wat té fit uit voor de ziekelijke Amfortas, maar hij zong zijn 'Erbarmen'-uitroepen met inkervende impact. In dit wagneriaanse gezelschap hield Bastiaan Everink (Klingsor) zich prachtig volumineus staande. En in het dozijn kleine rollen stonden allemaal uitstekende Nederlandse zangers. Hulde. Gaat dat zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden