Parsifal-reprise muzikaal subliem

Herhaling 6,9,12,15,18,22,25 en 29 september. Aanvang avondvoorstellingen 18 uur!

Scenisch overtuigender dan toen is de voorstelling ook muzikaal nog subliemer dan de hoogstaande prestatie van drie jaar geleden.

Terecht ging toen een groot deel van de eer naar Hartmut Haenchen. Die had al eerder Wagner gedirigeerd bij DNO, de 'Tristan', maar dat was met het Concertgebouworkest. Voor het Nederlands Philharmonisch Orkest was 'Parsifal' de eerste grote opgave in dit zware romantische repertoire, en het toen pas vijf jaar oude ensemble sloeg zich daar met bewonderenswaardig vakmanschap doorheen, aangevoerd door een maestro op de toppen van zijn kunnen.

Deze keer duurde het even eer het orkest goed was opgewarmd. In het eerste bedrijf was de klank nog vrij amorf, wilde niet lekker versmelten en bleef teveel steken in de orkestbak. Dat leek mij aanvankelijk liggen aan mijn plaats middenin de zaal, waar de akoestiek minder gunstig is dan op de balkons, maar later wisten Haenchen en zijn orkest mij wel weer volkomen te overdonderen met hun even gepassioneerde als doorzichtige, even gedetailleerde als grote lijnen uitzettende lezing van de partituur.

Een voorbeeld van een detail: de bijna pastorale muzikale trekjes die hier en daar in 'Parsifal' voorkomen heb ik nooit eerder zo duidelijk gehoord, zonder dat Haenchen ze overigens overdreven uitlichtte. Een grote lijn: de steeds terugkerende hoofdmotieven als dat van de Graal wist hij steeds zo perfect te doseren dat werkelijk van een langzame, sterk geprofileerde opbouw naar de katharsis van het slot sprake was. De intensiteit die de orkestklank uiteindelijk kreeg, was werkelijk schitterend.

Verlossing

Met de sterke personenregie van Klaus Michael Gruber, die elke emotie in het van echte interactie vrijwel verstoken drama precies en zeer overtuigend uitzet, had ik eerder al weinig moeite. Hij leek mij nog sterker doorgedrongen in de ziel van dit lijden en verlossing biedende mysterie. Wat beslist aanvaardbaarder overkwam, was de enscenering van Gilles Aillaud (decor) en Moidele Bickel (kostuums). Het tweede bedrijf, vooral de tweede scene daaruit, de tovertuin van Klingsor, zag er toen nogal kitscherig uit met zijn fallisch-symbolische uitvergrote Spaanse pepers.

Door een geraffineerder belichting - leek mij - kreeg dit tafereel meer van de bedoelde sfeer; door een nog intenser regie werd het logischer dat Parsifal en Kundry in hun meest wezenlijke confrontatie zo ver van elkaar verwijderd waren. Over het eerste bedrijf en zeker over het magistrale slotbeeld ook nu niets dan goeds.

Drie van de hoofdrollen zijn nieuw bezet. Barry McCauley zag twee weken geleden af van de titelrol en werd vervangen door de jonge Amerikaan John Keyes, die wat aarzelend begon, maar allengs zijn rol diepte en vocale glans wist te geven tot in een hoogst indrukwekkend slot. Ruthild Engert is de nieuwe Kundry: jong, mooi, prachtig van stem, even sterk lijfelijk aanwezig als geestelijk -Kundry hoort nu eenmaal nergens bij- afwezig. Gunter von Kannen is een krachtiger Klingsor dan Henk Smit, maar mist diens subtiele demonie.

Ontroerend

Nog imposanter qua stem en scherp uitgezet in talloze subtiele details is nu de Gurnemanz van Jan-Hendrik Rootering, een formidabele en ontroerende creatie. Wolfgang Schone en Pieter van den Berg herhalen hun fraaie Amfortas en Titurel, de bijrollen zijn degelijk bezet en het Koor van De Nederlandse Opera lijkt onder Winfried Maczewski's handen alweer gegroeid. Het totaal zorgt voor een 'Parsifal' die vijf uur lang blijft boeien, wat een topprestatie mag heten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden