Parsifal dient de permanente schepping

Een 'Bühnenweihfestspiel' noemde Richard Wagner in de ondertitel zijn opera 'Parsifal'. Hij schreef het werk voor het 'Festspielhaus' dat naar zijn ontwerp was gebouwd in Bayreuth voor de opvoering van zijn opera's. 'Parsifal' ging er op 26 juli 1882 in première. Een half jaar later stierf Wagner.

'Parsifal' was speciaal bedoeld voor Bayreuth; het was verboden het werk elders uit te voeren. Maar de Wagner Vereeniging in Amsterdam negeerde dat verbod, en bracht op 20 juni 1905 'Parsifal' voor het scènisch buiten Bayreuth. Weduwe Cosima Wagner zwaaide met de banbliksem, maar tevergeefs. In 1913 liep de beschermingstermijn af. Onmiddellijk zette de toenmalige Vlaamsche Opera - waar alles van Wagner, inclusief de 'Ring' op het repertoire stond - 'Parsifal' op de speellijst. Op 17 maart 1914 was de première met 'een tooneelschikking gelijkvormig aan die van Bayreuth'.

Pas in 1926 keerde 'Parsifal' in het opera-theater aan de Frankrijklei terug. Maar toen volgde er een jaarlijkse terugkerende bespeling, steeds beginnend in de Goede Week en doorlopend in de week na Pasen. De reeks werd slechts onderbroken in 1945 toen het theater 'wegens vliegende bommen' gesloten was. Een unieke traditie in de opera-wereld, vergelijkbaar met die van de Mattheus in Amsterdam.

Bij gelegenheid van de nu lopende 'Parsifal' in een nieuwe produktie van de Duitse regisseur/decorontwerper Fred Berndt, muzikaal geleid door Stefan Soltesz, toont een bescheiden foto-expositie momenten uit die traditie: van tuttige bloemenmeisjes in Bayreuth-traditie (linker foto) tot de pittige doorn-deerntjes die Berndt anno 1996 uit de grond laat oprijzen (rechter foto en de kleurenfoto met de bloemenmeisjes in de tovertuin van Klingsor; deze zetelt als een gier op een zuil in een nest). Talloze malen tonen de foto's priester-achtige figuren in middeleeuwse gewaden te midden van kloosterlijke decors; de kelk van het Laatste Avondmaal(reuzenformaat) ontbreekt evenmin. De jongeling Parsifal was vóór 1940 doorgaans een oudere heer met zwelmaag gevat in een wapperend rokje. In de jaren vijftig nam Antwerpen de nieuwe, op stylering gebaseerde regie-stijl van Wieland en Wolfgang Wagner uit Bayreuth over (onderste foto). Het waren de jaren dat de Nederlandse sopraan Marijke van der Lugt triomfen vierde als Kundry en de Antwerpse 'Parsifal' een bedevaartsoord werd voor Nederlandse Wagner-liefhebbers.

In 1988, toen de operabedrijven van Antwerpen en Gent grondig geherstructureerd werden, maakte interim-intendant Gerard Mortier korte metten met de traditie die hij verstoft en fossiel vond. Dat leverde veel protest op. De definitieve intendant, Marc Clémeur, had echter te dierbare herinneringen vanuit zijn jeugd aan de 'Parsifal', en zo keerde het werk in 1990 weer terug. Maar met de aankoop van een artistiek zwakke Engelse produktie maakte Clémeur geen gelukkig nieuw begin. Ook omdat de huidige Vlaamse Opera maar acht produkties per seizoen kent, werd in 1993 overgestapt op 'Lohengrin' (de zoon van Parsifal). Clémeur heeft zijn publiek beloofd ieder jaar rond Pasen een Wagner-opera uit te brengen, maar niet ieder jaar 'Parsifal'. Volgend seizoen wordt het 'Tannhüuser'. De dinsdag zeer enthousiast ontvangen nieuwe produktie van 'Parsifal' keert in 1999 terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden