Parlementaire crisissymptomen

De Tweede Kamer heeft honderd dagen moeten wachten alvorens in actie te kunnen komen want het kabinet had bedacht eerst eens met ’de bevolking’ te willen praten om te weten te komen wat de urgentste problemen in den lande waren. Wie van forse taal houdt, mag hier gerust van volksverlakkerij spreken: de ministers die zo ostentatief met open oor door het land reisden, hadden zich even tevoren vastgelegd op een uiterst gedetailleerd regeerakkoord. Er werd uitsluitend een show opgevoerd.

Het bleek een kostbare show bovendien. Momenteel staan Kamerleden op hun achterste benen omdat ze aan de hand van een door premier Balkenende verstrekt kostenoverzicht kunnen nagaan wat de diverse activiteiten hebben gevergd. Er werd ’met geld gesmeten’ heet het verontwaardigd en er had bij aanbesteding van sommige programma’s voordeliger kunnen worden geopereerd. Oppositiepartijen VVD en SP eisen op hoge toon een debat met de premier omdat de kosten volledig uit de hand zouden zijn gelopen en regels werden geschonden.

Er zal best wat in zitten maar wie het rumoer om een paar miljoen euro op zich laat inwerken, krijgt weer eens het cynische gevoel dat de Tweede Kamer vooral op de barricaden gaat als ondergeschikte kwesties aan de orde zijn.

Het is namelijk niet het geld waarover men zich in deze kwestie zou moeten opwinden maar het kabinetsinitiatief tot volksraadpleging als zodanig.

Het was het voormalige Kamerlid Frans W. Weisglas, van 2002 tot 2006 bovendien Kamervoorzitter, die afgelopen maandag in NRC Handelsblad de spijker op de kop sloeg: met de honderddagentournee ging het kabinet op de stoel van de Kamer zitten. Terwijl Tweede- Kamerleden als gekozen volksvertegenwoordigers de aangewezen figuren zijn om de problemen van de burgers te kennen en te verwoorden, gingen de bewindslieden zich ineens als volksvertegenwoordigers gedragen.

Naar zijn mening was het dualisme tussen Kamer en kabinet al reeds verzwakt door toetreding van de drie partijleiders - Balkenende, Bos en Rouvoet - tot het kabinet, de eerste volgens traditioneel gebruik, de beide anderen echter zonder strategische noodzaak. De nieuwe fractievoorzitters Tichelaar en Slob zijn daardoor in de precaire positie komen te verkeren dat ze het bij afwijkende meningen tegen hun politieke leider, tevens vicepremier, moeten opnemen. Ze zullen vaak kiezen voor wegkijken.

Weisglas, kennelijk in een sombere bui, ziet nog meer redenen om te spreken van een recentelijk verzwakte positie van de Kamer. Niet voor het eerst wijst hij op de zeer geringe politieke ervaring van ongeveer de helft van de Kamerleden, die na de verkiezingen in 2006 hun zetels voor het eerst innemen. En inderdaad, men kan zich geen ander belangrijk instituut voorstellen dat zo slordig met verworven ervaringen durft omgaan en zo roekeloos een groot aantal grasgroene nieuwelingen het heft in handen geeft.

Tot zover mijn warme instemming met oudgediende parlementariër Weisglas. Mijn aarzeling over zijn standpuntbepaling begint echter waar hij de Kamer op een hoog voetstuk zet en de stelling verdedigt dat in een democratie het politieke primaat bij de gekozen volksvertegenwooordiging en niet bij het door de Kroon benoemde kabinet behoort te liggen.

Dat mag principieel correct zijn maar het is in de politieke praktijk allang achterhaald. De ’onafhankelijke, sterke en dualistische positie van de Kamer’ die hem voor ogen staat, heeft waarschijnlijk nooit bestaan maar is heden tegen dage verder van de realiteit verwijderd dan men ooit had durven verwachten.

Dat heeft niet in de eerste plaats te maken met de uitvinding van regeerakkoorden en het onvermijdelijke Torentjesoverleg, maar met de uitholling van de politieke partijen als politiek solide en door vele trouwe aanhangers gedragen strijdorganisaties. De partijen zijn banenmachines voor ambitieuze aspirant-politici geworden, geleid door voormannen die met een schuin oog op de opiniepeilingen continu een zo gunstig mogelijke positie in het politieke veld zoeken in te nemen, afhankelijk van een fluctuerende kiezersmassa die gevoeliger voor emoties dan voor principes is.

De laatste verkiezingen hebben het overduidelijk laten zien. Alle drie de grote stromingen hebben een radicale concurrent naast zich gekregen. Het CDA is er met de CU van Rouvoet nog genadig afgekomen maar de VVD is door het succes van Wilders’ PVV tot op het bot verdeeld geraakt en de PvdA ondergaat constant de attractie van Marijnissen en zijn SP. Uitgerekend deze week zien we de gevolgen: terwijl VVD-fractieleider Rutte verder naar rechts beweegt en tegen het neoconservatieve weekblad Opinio aanschurkt, wordt Wouter Bos belaagd door Jan Pronk die onvervaard naar links stuurt.

Men mag het allemaal democratie noemen maar met wat ooit bedoeld was als een sterk en onafhankelijk parlementarisme heeft dit weinig meer te maken. Het is het beeld van een chaos.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden