Parlement Servië veroordeelt bloedbad van Srebrenica

amsterdam – De erkenning had minder halfhartig gekund. De overwinning was nipt: 127 van de 250 parlementariërs stemden voor, 46 tegen, 77 weigerden uit protest te stemmen.

Toch is het een vooruitgang dat het Servische parlement gisternacht, na dertien uur debatteren, heeft ingestemd met een motie die het afslachten van 8000 moslimmannen in Srebrenica in 1995 veroordeelt, en de nabestaanden excuses aanbiedt voor Servië’s aandeel daarin. De motie kwam uit de koker van president Boris Tadic, die het plan lanceerde in januari – tot verrassing van sommige Serviërs die er op zich sympathiek tegenover staan. Waarom nu?

Is zo’n motie een doekje voor het bloeden omdat Servië de voortvluchtige Ratko Mladic maar niet te pakken krijgt? Gaat het er werkelijk om Servië in het reine te brengen met de zwarte bladzijden uit de eigen geschiedenis, of om de Europese Unie nogmaals de goede bedoelingen van deze pro-Europese regering te tonen? Is het een poging om meer aanzien te verwerven in de regio, nu het land vanwege zijn niet-erkenning van Kosovo geïsoleerd dreigt te raken?

Dat zijn overwegingen die op de achtergrond meegespeeld kunnen hebben. Van meet af bestond onduidelijkheid over de motie, over de tekst is wekenlang onderhandeld. Ook regelrechte koehandel werd niet geschuwd. Volgens de krant Blic mag één parlementariër wederrechtelijk zijn parlementszetel combineren met het burgemeesterschap, in ruil voor zijn stem.

Het woord ’genocide’ is uit de uiteindelijke tekst gegumd. Maar indirect erkent de motie wel dat in Srebrenica genocide heeft plaatsgevonden, omdat ze verwijst naar de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof die in 2007 oordeelde dat Servië te weinig gedaan heeft om de genocide te voorkomen.

De motie draagt alle kenmerken van een compromis. Parlementariërs van Tadic’ eigen partij erkennen dat de tekst aan de slappe kant is. Voor de Servische liberalen (een kleine fractie in het parlement) was dat zelfs reden om niet te stemmen. Ook organisaties van nabestaanden van ’Srebrenica’ reageerden negatief.

In het getouwtrek hadden de socialisten, die deel uitmaken van de regeringscoalitie, een zware stem in het kapittel. De partij verzette zich tegen een directe erkenning van de genocide, maar kon wel leven met de impliciete erkenning ervan. Dat is een stap vooruit voor deze voormalige partij van ex-dictator Slobodan Milosevic, die door de meeste historici wordt gezien als voornaamste aanstichter van alle onheil in voormalige Joegoslavië. In de motie komt de naam van Milosevic niet voor. En de socialisten wilden alleen instemmen als in een latere, vandaag in te dienen, motie ook oorlogsmisdaden tegen Serviërs worden veroordeeld.

Het parlementaire debat toonde hoezeer de natie nog verdeeld is over haar recente geschiedenis. Termen als ’landverraad’ werden daarin niet geschuwd. Het debat in het parlement werd al langer gevoerd in de samenleving. Servische historici en mensenrechtenorganisaties steken daarin hun nek uit. In 2005 ondernamen particuliere organisaties al eens een poging om het parlement een soortgelijke motie te laten aannemen. Toen was de tijd nog niet rijp.

„Dit is een eerste stap naar een herziening van het verleden, gezet door de hoogste autoriteit van het land”, zei Ivan Vejvoda van de Balkan Trust for Democracy, een van de organisaties die een voortrekkersrol vervullen. „Deze resolutie is een belangrijke etappe om Servië zijn geschiedenis onder ogen te laten zien.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden