Parijse plaquettes en de queeste naar ’sardoodledom’

Parijs. Ik liep er vorige week even rond, werk en ontspanning combinerend. Omdat de grote en fantastische overzichtstentoonstelling van meesterschilder Jean-Auguste-Dominique Ingres in het Louvre verlengd was, kon ik die – hoera, hoera – nog even meepikken. Nog zo’n gelukkig toeval: ’s avonds bleek het Nederlands Dans Theater op te treden in Palais Garnier, de oude Opéra. In deze zaal, zo boordevol historie en grandeur moet je nimmer een voorstelling laten lopen. En dus schoof ik aan in een afgeladen, buitensporig enthousiaste zaal, waar Jiri Kylián, Paul Lightfoot en Sol León triomfen vierden met hun piepjonge en (stok)oude dansers.

Portretten en balletten. Het waren onverwachte extra’s, want de eigenlijke reden waarom ik naar Parijs afreisde was Verdi’s ’Simon Boccanegra’, uitgevoerd in de Opéra Bastille in een regie van Johan Simons. Over die in meerdere opzichten spannende voorstelling kunt u komende maandag in de krant lezen.

Ik liep niet alleen in Parijs rond. Dat doe je daar nooit. Toevallig trof ik er een oude vriend met wie het goed delen was in De Franse schilderijen, de Nederlandse dans en de Italiaanse zang. Wie ik niet tegen het lijf liep, was Frits Abrahams, maar ook hij wandelde er rond. Ik ken Frits Abrahams overigens niet, ik lees alleen zijn rubriek ’Dag’ op de achterpagina van NRC Handelsblad. Vaak fijne, geestige en waardevolle stukjes over alledaagse onderwerpen – verademingen na een krant vol akelige actualiteiten. Deze week verhaalde hij op die achterpagina een paar keer over zíjn tripje naar Parijs, dat ongeveer samenviel met het mijne.

Abrahams beschrijft het historisch besef dat de straten in Parijs volgens hem ademen. In die straten staan huizen met aan sommige gevels plaquettes die iets vertellen over de illustere bewoners die er ooit woonden en werkten. Abrahams stuitte zo, al slenterend en kijkend, op de plaquette met de naam van Victorien Sardou, auteur dramatique in de Rue Beautreillis, vlakbij het Place des Vosges. Abrahams had nog nooit van die naam gehoord. Het zij hem vergeven, maar tijdens mijn bezoeken aan Parijs gaan er weinig dagen voorbij dat ik niet even aan Sardou denk, naar deze Napoléon de l’art dramatique op zoek ben. Of beter: naar een Franse uitgave van zijn bekendste werk ’La Tosca’. Groots en gul melodrama geschreven voor de befaamde actrice Sarah Bernhardt en onsterfelijk gemaakt door de gelijknamige opera van Puccini.

Sardou en Puccini, ooit exponenten van het burgerlijke (muziek)theater. George Bernard Shaw typeerde Sardou’s populaire theaterstukken als een hoop sardoodledom en Puccini’s ’Tosca’ kreeg ooit ook al zo’n denigrerend etiket: that shabby little shocker. Het deert me weinig. Slenterend langs de Seine-stalletjes blijf ik zoeken naar ’La Tosca’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden