Parijse aanslag is een nieuw soort oorlog

Kogelgaten in het glas van café Bonne Bière, in Parijs. Beeld Epa
Kogelgaten in het glas van café Bonne Bière, in Parijs.Beeld Epa

Hoe schokkend ze ook waren, de aanslagen van vrijdagavond in Parijs konden voor niemand als een verrassing komen. Waar, hoe en hoe ernstig de volgende terreurdaad zal zijn, kan onmogelijk worden voorspeld. Daarom zijn het nu juist terreurdaden. En dat de veiligheidsdiensten een groter deel daarvan ondervangen is ongetwijfeld waar. Maar vroeg of laat slipt er altijd wel eentje door het net en dan slaat de schrik vernietigend toe. Precies zoals de plegers ervan beogen.

Vrijdag was het Parijs; eerder waren het Londen, Madrid of New York. Steeds ging het daarbij om wat de daders enerzijds beschouwden als een oorlogshandeling in een mondiaal conflict, en de getroffen samenlevingen anderzijds als een criminele daad in volle vredestijd. Het verschil tussen die twee verklaart veel van de verbijstering in het ene en de gevoelens van rechtvaardigheid, misschien zelfs van trots in het andere kamp. Beide zien eenvoudigweg niet dezelfde werkelijkheid.

In zeventig jaar vredestijd in de westerse wereld is de oorlog ongemerkt van gezicht veranderd. De klassieke strijd tussen twee of meer staten waarvan de legers een min of meer gereglementeerd handgemeen uitvechten, is naar de achtergrond gedrongen. Dat kon, gezien de vaak wederzijds gegarandeerde vernietigingskracht, moeilijk anders. Oorlogen konden hoogstens nog 'koud' gevoerd worden - onder de dekmantel van wat officieel voor vrede doorging.

Dat betekende niet dat de grootmachten elkaar niet gewapenderhand bestreden. Maar ze besteedden hun oorlogen uit aan locale potentaten, meestal in de derde wereld. Zo zoekt de oorlogszucht steeds weer opnieuw zijn geheime wegen.

Twee schoenen en een met bloed doordrenkt kledingstuk op de stoep voor de concerthal Bataclan. Beeld epa
Twee schoenen en een met bloed doordrenkt kledingstuk op de stoep voor de concerthal Bataclan.Beeld epa

Geen klassieke oorlog
In het terrorisme dat zich vrijdag in Parijs vertoonde, doet het dat op een andere manier. De oorlog die sinds minstens vijftien jaar heimelijk gaande is tussen de formele (in de eerste plaats, maar bij lange na niet uitsluitend westerse) staten en het gewelddadig islamisme dat nu eens Al-Qaida en dan weer IS heet, is evenmin een klassieke oorlog. Als er aan islamitische zijde al sprake is van een 'staat', dan gaat het daarbij om een zelf-uitgeroepen organisatie die door niemand wordt erkend.

Toch is de oorlog reëel genoeg: sinds kort in Syrië en al veel langer in Afghanistan. De vaststelling in sommige media dat het nu, na 'Parijs', echt oorlog is, komt dan ook veel te laat. Die oorlog was er al lang. Hij was alleen zo weinig klassiek dat hij maar zelden zo werd genoemd. Die nieuwe oorlog wordt door minstens één partij níet gevoerd met behulp van een geregeld leger - en dus ook niet volgens de voorschriften van het oorlogsrecht.

Niet alleen de afgrijslijke executiemethoden van IS bruskeren dat recht opzettelijk en met sadistisch genoegen. Ook de slachtoffering van weerloze burgers is volgens de gangbare normen een oorlogsmisdaad. En het lijkt wel alsof de nieuwe oorlogsvoering ze juist dáárom zo gretig omhelst. Niet alleen vormen ze een compensatie voor haar relatieve gebrek aan conventionele slagkracht. Bovenal biedt de schoffering van deze rechtstraditie haar een nieuwe legitimiteit - die ze volgens de klassieke staats-oorlogsvoering helemaal niet bezit.

Daarop is het oorlogsdenken van de gevestigde staten nauwelijks afgestemd. Al in de Vietnam-oorlog hadden de VS de grootste moeite met de guerillatactiek, die je een soort tussenvorm tussen de klassieke en het terrorisme van de 'postmoderne' oorlogvoering zou kunnen noemen. Die laatste ontsnapt vrijwel geheel aan de categorieën waarmee het grootscheepse conflict tussen staten denkbaar en in zekere zin ook handelbaar werd gemaakt.

Toetsen van vanzelfsprekendheden
Daarmee staat het oorlogsdenken voor een moeilijke opgave. Om greep te krijgen op de nieuwe situatie zal het veel van zijn grondslagen en vanzelfsprekendheden opnieuw moeten toetsen. Want het ziet er niet naar uit dat het terrorisme binnen afzienbare tijd achter ons zal liggen. Het zal, naar ik vrees, eerder steeds 'normaler' worden: een nieuwe vorm van strijd binnen een nieuwe politieke realiteit.

Die laatste bestaat niet alleen uit een ongelijke verdeling van macht, legitimiteit en hulpmiddelen tussen de nieuwe combattanten. Ze schuilt ook in de dubbelzinnigheid van de politieke allianties. Niet alleen, maar wel voorál de westerse wereld wordt inmiddels heimelijk bedreigd door sommige van haar innigste bondgenoten.

Het islamitisch terrorisme wordt financieel en moreel gevoed vanuit oliestaten die politiek afhankelijk zijn van een wereld die zij verachten. In de troebelheid van radicalisering en terrorisme beweegt hun dubbelhartigheid zich als een vis in het water. Met de klassieke stelregel van Clausewitz, dat oorlog de voortzetting is van de diplomatie met andere middelen, kom je dan niet ver.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden