Parijs was een feest

De zomer is hét moment om bij te lezen en dus krijgen veel klassiekers een nieuw jasje. Deze week: 'Parijs is een feest' van Ernest Hemingway.

Ernest Hemingway (1899-1961) is, samen met Scott Fitzgerald, dé iconische schrijver van Amerika van de eerste helft van de vorige eeuw. Flamboyant, avontuurlijk, een echte bohemien met een even kleurrijk als publiek leven. Maar lezen we zijn boeken nog wel? 'Farewell to Arms' en 'The Old Man and the Sea' zijn titels die bij iedereen nagalmen maar doen ze er nog echt toe, vraag ik me weleens af. In de jaren veertig en vijftig waren ze gezichtsbepalend, Hemingway kreeg in 1954 de Nobelprijs voor literatuur, maar als schrijver lijkt hij mij langzaamaan wat in de vergetelheid te raken. Het is meer zijn mythische leven, dat hij zelf overigens ruimhartig voor het voetlicht bracht, dan zijn literaire oeuvre dat in het collectieve geheugen blijft hangen: viermaal getrouwd geweest, over de aarde gezworven (Parijs, Spanje, Cuba), alcoholist, zelfmoord gepleegd na een behandeling wegens depressies met elektroshocks, hij was larger than life.

Interessant dus om te zien waar en hoe dit (zelf)beeld gevormd is. Bepalend voor zijn literaire carrière maar misschien evenzeer voor de loop van zijn bestaan waren zijn jonge jaren in Parijs. In de jaren twintig vertrok hij, als piepjonge verslaggever voor een Canadese krant, naar de lichtstad met zijn eerste vrouw Hadley, en verzeilde direct in het kunstenaarswereldje aldaar, met schilders als Picasso en Miró, en schrijvers als James Joyce en Scott Fitzgerald. En vooral ook met de merkwaardige Gertrude Stein, wier huis een soort ongeregelde salon was voor alles wat er in Parijs aan talent rondliep.

Die vroege jaren heeft Hemingway geprobeerd te beschrijven in een autobiografisch geschrift waar hij tot aan zijn dood aan bleef schaven en dat postuum werd uitgegeven onder de titel 'A Moveable Feast'. Er bestaan verschillende versies van maar een door zijn nageslacht geautoriseerde versie is nu in Nederlandse vertaling (van Arie Storm) verschenen onder de titel 'Parijs is een feest'. Korte schetsjes waarin Hemingway zijn leven in Parijs beschrijft, mensen die hij er leerde kennen, kroegen die hij bezocht, werk dat hij ondernam, alles in een ietwat rommelige maar levendige ik-stijl, die hij soms afwisselde met een heel gekke je-stijl, alsof hij tegen zichzelf sprak.

Zo lezen we hoe hij door een kritische Gertrude Stein op het juiste literaire pad werd gezet, ze vond dat zijn werk niet 'ínaccrochable', letterlijk onophangbaar, moest zijn, zoals een schilder iets schildert wat niet op een tentoonstelling kan hangen. Ook leerde hij de schrijver Ford Madox Ford kennen, die hem zeer terwille was; toch had Hemingway een hekel aan hem, naar eigen zeggen omdat zijn uiterlijk hem niet beviel en hij uit z'n mond stonk. Ook met Gertrude Stein brak hij om een onnozele reden; hij betrapte haar ooit op een bijzonder onduidelijk beschreven, zwak moment (kennelijk een liefdesmoment met haar vriendin Alice Toklas). De enige grootheid die Hemingway in zijn buurt kon verdragen was Scott Fitzgerald, aan wie hij een lang en liefdevol hoofdstuk wijdt, misschien omdat hij een nog grotere en minder would-be bohémien was dan Hemingway zelf.

Hemingway, de macho met het enorme ego, beschrijft in zijn vroege memoires ook een aantal zwakheden maar zo dat je er eigenlijk om moet lachen. Zo stelt hij zijn gevecht met zijn gokverslaving (hij wedde op paardenraces) voor als een soort titanenstrijd, en ook overdrijft hij zijn armoede geweldig, het lijkt alsof de Hemingways niks konden betalen en toch vertrekken ze soms naar Oostenrijk om te skiën; zijn eerste vrouw Hadley kreeg een aanzienlijke toelage en zijn tweede vrouw Pauline, die hij ook in zijn Parijse jaren opduikelde, was zelfs gefortuneerd.

Het tekent de man die zichzelf graag idealiseerde, zelfs als hongerkunstenaar. Maar hij is ook innemend, een man die je zou willen koesteren, bijvoorbeeld als hij schrijft over zijn gokverslaving: 'Op deze avond dacht ik deze heilzame weinig oorspronkelijke gedachten en voelde ik me buitengewoon deugdzaam omdat ik goed en hard had gewerkt op een dag dat ik heel erg graag naar de paardenraces had gewild.'

Je leest zijn stukjes eigenlijk met een mix van ergernis en vertedering, alsof er een groot kind tot je spreekt. Een onvergetelijke scène is die waarin hij de maat van Scott Fitzgeralds geslacht op diens verzoek neemt (de man is bang dat hij te klein geschapen is) en welwillend vaststelt dat het heel normaal is. Over seks en erotiek is hij verder trouwens opvallend preuts, de scène met Gertrude Stein is typerend, over de verhouding met Pauline, die hij tijdens zijn eerste huwelijk ontmoet, schrijft hij alsof het een noodlot is waar hij niks aan kan doen: 'Eentje is nieuw en vreemd en als hij pech heeft gaat hij van alle twee houden. Dan wint het meisje dat meedogenloos is.' Het beeld van de stoere held die niet tegen zijn nederlaag kan staat in 'Parijs is een feest' al helemaal in de steigers. En juist dat maakt hem in zekere zin kinderachtig maar ook buitengewoon menselijk.

Ernest Hemingway: Parijs is een feest (A Movable Feast) Vert. Arie Storm. Voorwoord: Patrick Hemingway. Inl. Sean Hemingway. Nawoord: Gustaaf Peek. Privé-Domein De Arbeiderspers; 239 blz. euro 24,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden