Parelsnoer of plastic collier

Al vanaf de oertijd draagt de mens sieraden. Niet alleen om zich mooier te maken, maar ook om bij de groep te horen.

Waarom kiest de een voor een coltrui met parelketting en de ander voor een diep decolleté met zes gouden kettingen? Het zijn belangrijke vragen voor bezoekers van de beurs Sieraad Art Fair in Amsterdam, waar vanaf 4 november de nieuwste Nederlandse en internationale sieraden te zien en te koop zijn.

Iedereen heeft natuurlijk zijn eigen smaak, maar het gaat hier niet alleen maar om persoonlijke voorkeur. Er speelt veel meer, weet kunsthistorica Marjan Unger (1946), die begin dit jaar promoveerde op de geschiedenis en context van het Nederlandse sieraad.

Vanaf de oertijd draagt de mens al sieraden, maar waarom? Natuurlijk omdat ze ons mooi(er) maken, maar sieraden hebben ook een historische, emotionele, sociale, financiële en vooral maatschappelijke functie. Unger: „Vanuit sociologisch oogpunt wil iedereen ergens bij horen, maar daarbinnen weer net even anders zijn dan de rest”. En sieraden zijn bij uitstek geschikt om de aandacht af te dwingen, je aan te passen of juist af te zetten tegen bestaande groepen. Unger: „Met een sieraad markeer je jouw identiteit tegenover de anderen.”

Ringen, kettingen, armbanden en hoofdtooien – hoe klein ook – zitten vol betekenis. Zo kan de draagster van een grote knalgele ketting bewust willen provoceren en probeert de eigenaar van pareloorbellen zich te conformeren aan bestaande tradities (tenzij iedereen fluorescerende plastic sieraden draagt, dan provoceert de parelketting juist).

Het eerste sieraad van Unger was opvallend: „Toen ik acht jaar was, mocht ik een nieuwe jurk uitkiezen van mijn moeder. Ik koos een jurk, maar het ging me eigenlijk meer om de plastic broche die erop zat, dan om de jurk zelf. Direct bij thuiskomst verwijderde mijn moeder de broche, want die was van plastic en dat dragen wij niet, zei ze.”

Nederlanders zijn – in vergelijking met andere volken – terughoudend als het gaat om pracht en praal. De zogenaamde ’afkeer van ornamentiek’ zit diep verankerd in de Nederlandse cultuur. Unger: „Terwijl een Surinamer pas meetelt als hij een paar gouden kettingen heeft, is het voor Nederlanders ongebruikelijk om welstand op het lichaam te dragen.” Dat dit met het ’Hollands calvinisme’ te maken zou hebben, vindt Unger een cliché.

Ze hecht daarentegen veel waarde aan het begrip ’wellevendheid’, dat voortkomt uit het zestiende-eeuwse humanisme. „Wellevendheid gaat over de omgang tussen mensen en over de manier waarop verschillende mensen in dezelfde maatschappij rekening met elkaar houden.” Kennis en macht waren belangrijk in de zestiende eeuw, maar niet bedoeld om mee te koop te lopen. Het uiterlijk mocht geen middel zijn om de rijkdom uit te drukken. Het was bijvoorbeeld ’fatsoenlijk’ om – in economisch zware tijden – bescheiden sieraden te dragen, vertelt Unger. „Matigheid en conservatisme waren dan gepast.”

Voor de ontwikkeling van het Nederlandse sieraad is het belangrijk geweest dat de adellijke klasse minder te zeggen had dan die in bijvoorbeeld Engeland of Frankrijk. De burgers waren in Nederland het rolmodel. Zij introduceerden de regentendracht; de typisch zwart-witte kleding met bescheiden parels en diamanten. En het klassieke parelsnoer is nog altijd het meest geliefd onder Nederlandse vrouwen.

Unger droeg op haar promotie een zwarte coltrui met een roze parelbroche in de vorm van een varkenskop. Wat zou dat nu toch betekenen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden