Parel aan de Zijderoute

Paul Veyne vond het zijn plicht de pracht van Palmyra te beschrijven na de verwoesting door IS

Hij weigerde te vluchten toen IS zijn woonplaats in mei 2015 veroverde. De Syrische tachtigplusser Khaled al-Asaad had zich zijn leven lang ingezet voor de archeologische site van Palmyra, het Pompeï van Syrië. Hij deed er belangwekkende opgravingen, was curator van grootse tentoonstellingen en zorgde er met zijn inspanningen voor dat de historische stad een plaats kreeg op de Werelderfgoedlijst.

Mister Palmyra, zoals zijn bijnaam luidde, werd door islamitische strijders gevangengenomen, onthoofd en ondersteboven opgehangen. Om het middel van de archeoloog hing een bordje waarop stond dat hij een 'geloofsafvallige' was, een 'directeur van de verafgoding'. Khaled al-Asaad, martelaar van de beschaving.

De Franse historicus en archeoloog Paul Veyne heeft zijn boek 'Palmyra. De onvervangbare schat' opgedragen aan zijn vermoorde vakbroeder uit Syrië. Veyne vertelt het niet, maar ongetwijfeld zullen de generatiegenoten elkaar in het verleden veelvuldig zijn tegengekomen. Als emeritus hoogleraar Romeinse geschiedenis aan het Collège de France heeft Veyne deelgenomen aan meerdere opgravingsprojecten in Palmyra en daarbij kon je niet heen om Al-Asaad, patron van het Palmyreense erfgoed.

Het hart van Veyne bloedde toen hij vernam over de wrede dood van zijn collega en de vernietiging van de oude stad. Tempels, triomfbogen en graftombes werden door IS-strijders opgeblazen. "Ondanks mijn hoge leeftijd was het mijn plicht, als voormalig professor en als mens, om te verklaren hoe verbijsterd ik ben over deze onbegrijpelijke verwoesting en om een beeld te schetsen van wat eens de pracht van Palmyra was, die we vanaf nu alleen nog uit boeken kunnen kennen," schrijft hij in het voorwoord.

Hoewel in Frankrijk een bestseller, is 'Palmyra. De onvervangbare schat' niet het beste van wat onlangs in dat land van de persen rolde. Het is geen uitgebalanceerde biografie van de stad, maar een schets aan de hand van enkele thema's: opkomst en ondergang, economie, godsdienst, en de melting pot die Palmyra ooit was. Aramese invloeden mengden zich met Arabische, Perzische met Grieks-Romeinse, Oost en West kwamen er samen. Wat het boek bij de Fransen tot zo'n verkoopsucces maakt, is de wetenschap dat de zo goed bewaard gebleven architectuur uit de Oudheid waar Veyne hier over schrijft, voorgoed verloren is.

Een Romein die aan het begin van de derde eeuw de oasestad aan de Zijderoute aandeed, keek zijn ogen uit. Wat opviel was de kleding: niet gedrapeerd, zoals in de rest van het keizerrijk, maar genaaid, net als de garderobe van vandaag de dag. Vrouwen droegen er geen sluiers, wat ongebruikelijk was in de Helleense wereld. Het aantal juwelen waarmee ze zich sierden, verblufte elke bezoeker. Evenmin te tellen was de hoeveelheid sculpturen, zuilen en mausolea. "Je mocht je dan midden in de woestijn bevinden, alles ademde rijkdom."

Mooier dan onder Zenobia werd het niet in Palmyra. Deze Syrische koningin kwam in het jaar 267 aan de macht, en breidde in de vijf jaar daarna haar rijk uit met grote delen van Mesopotamië, Egypte en Klein-Azië. De Cleopatra van Syrië wordt ze wel genoemd, en dat verleidde archeoloog Al-Asaad ertoe om een van zijn dochters naar haar te vernoemen. Het ging mis toen Zenobia ook haar oog op Rome liet vallen. De coup mislukte. Keizer Aurelianus wachtte haar op bij de Bosporus en maakte met zijn leger een eind aan de ambities van de Palmyreense heerseres.

Aurelianus maakte zich meester van Palmyra en de stad zou op het toneel van de geschiedenis amper nog een rol spelen. Maar de eeuwenoude zuilen die fier overeind bleven staan, vormden een blijvende herinnering aan de glorietijd. Van de pracht en praal van weleer was nog tot een jaar geleden in de woorden van Veyne een 'overrompelend complex van half vervallen bouwwerken' zichtbaar. Meest in het oog springend: de tempel van Bel, die uittorende boven de rest van de gebouwen.

Waarom moesten de restanten van dit heiligdom in 2015 tegen de vlakte van IS? Niet omdat er twee millennia terug een vreemde god werd aanbeden, is de overtuiging van Veyne. Nee, omdat het voor hedendaagse westerlingen monumentale waarde had. Met de plundering van de 'Stad van Duizend Zuilen' wilden de jihadisten tonen dat ze anders zijn dan wij, geen enkel respect hebben voor wat het Westen hoogacht.

Constructies die wel mochten blijven staan, werden voor dezelfde propagandadoeleinden ingezet: de weerzinwekkende beelden van de massa-executie van Syrische soldaten in het oude Palmyreense theater schokten de wereld.

In 'Palmyra. De onvervangbare schat' deelt Veyne zijn kennis van en visie op Palmyra en de Klassieken. Dat levert veel fraais op. Zo rekent hij af met de stelling dat men in de Oudheid voedsel bij een dode legde omdat geloofd werd dat de gestorvene dan in het hiernamaals zou voortleven - "Wanneer wij bloemen op een graf leggen, geloven we ook niet dat de overledene de geur ervan komt opsnuiven."

Het boek is een monumentje voor de stad die twee keer ten onder ging, in de derde eeuw en in de eenentwintigste. Veyne had het nog beter kunnen doen door preciezer te beschrijven wat waar te zien was in het antieke Palmyra, als hij er een reisgids naar het verleden van had gemaakt. Want juist daaraan is behoefte nu reizen naar het 'Venetië van het Zand' niet langer gaat.

Paul Veyne: Palmyra. De onvervangbare schat (Palmyre. L'irremplaçable trésor) vert. Rokus Hofstede. Athenaeum; 127 blz. euro 17,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden