Paramaribo riekt

Let op, ik zeg niet: Paramaribo stinkt. Waarnaar weet ik niet precies. Het is een zware geur van ik vermoed roti-tentjes, rottend hout, wie weet de beerput, jungle.

Mijn neef, met wie ik hier rondwandel en die hier tien jaar geleden woonde, heeft ernaar uitgekeken. Hij snuift het genietend op. Het is kennelijk een lokkertje, zoals de groene zeep in mijn grootouderlijk huis dat was, de lucht van rotan en riet uit mijn Haarlemse jaren. Mij doet het Paramaribose (opgezocht in het woordenboek) aroma vooral denken aan Afrikaanse en Indiase steden: geurende steden zoals wij ze niet kennen. Wat is de lucht van Dordrecht? Hoe ruikt Zwolle? Venlo?

In Nederland wordt een luchtje in het algemeen niet als een aanbeveling beschouwd maar hier kun je er goed mee leven. Paramaribo doet me een beetje aan Maputo denken, de hoofdstad van Mozambique. Wat daar Portugees is, de taal, de westerse cultuurresten, is hier Nederlands. Je kunt veel van zeevarende, slavenhandelende naties zeggen maar niet dat ze de boel de boel lieten. Als wilde dieren lieten ze hun geurspoor achter; hier ben ik, dit is van mij!

Wij gaan Paramaribo ’doen’, dat wil zeggen rondlopen, de stad nog wat preciezer opsnuiven: presidentieel paleis, waterkant, palmentuin. Maar vooral: Fort Zeelandia moet worden bezocht. Ik bedoel, je kunt wel doen of je geen toerist bent maar reiziger en globetrotter die de neus optrekt voor ordinaire trekpleisters, maar om sommige dingen kun je niet heen. Het ligt er natuurlijk al eeuwen met het wapen van Zeeland ergens in de muur gemetseld, allemaal geschiedenis maar het is toch vooral de plaats van de decembermoorden van 1982. Voor veel Surinamers is het daarom nog steeds een beladen plek die toen er weer een museum in kwam ritueel moest worden ontsmet.

Als wij er komen is er net een tentoonstelling gaande van de Surinaamse kunstenaar Erwin de Vries, van het omstreden Slavernijmomument in het Amsterdamse Oosterpark, die in de jaren vijftig in Nederland bij de Cobragroep thuishoorde maar allang weer in Suriname woont. Mooi spul, vooral zijn bronzen ’Orgasme’ bevalt me, maar eerlijk gezegd wordt onze aandacht meer getrokken door de knalgele auto die op het middenterrein van het fort staat, met de tekst ’Brunswijk, King of the Marowijne’ erop. Kijk aan: Ronnie Brunswijk, nog altijd omstreden, voormalig Robin Hood, tegenwoordig parlementslid maar ook eigenaar en keeper van de voetbalclub Inter Moengo Tapoe dat hij desnoods, dat wil zeggen bij verlies, met geweld en een pistool naast het doel, verdedigt.

Als we een foto van zijn opmerkelijk geparkeerde partijpolitieke automobiel willen maken komt er een opgewonden man aanrennen die zegt dat het niet mag en dat we die foto moeten wissen. We willen geen ruzie met de Brunswijk-klanten die graag iets van ’black pride’ uitdragen. Inbinden en excuses dus maar. Maar wat een onzin zeg, aandacht trekken en dan boos worden bij belangstelling. Enfin, foto’s kun je misschien tegenhouden, columns niet. Het vrije woord meneer! Nu ook in Suriname!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden