'Paradepaardje' heeft het moeilijk

DEVENTER - Bij de officiele opening struikelde je een jaar geleden over de VIP's. Minister Dales, staatssecretaris Van Rooy, regionale bestuurders en lokale prominenten, ze waren er allemaal bij de opening van de Oosterse Bazar aan de Smedestraat in Deventer.

De Oosterse markt met dertig winkeltjes en een horeca-gelegenheid, was het paradepaardje van het Deventer allochtonenbeleid. De bazar zou als voorbeeld moeten dienen voor al die andere gemeenten die buitenlandse inwoners met ondernemersgeest de kans willen bieden voor zichzelf te beginnen.

Een miljoen gulden kostte het opzetten van het ambitieuze project. Het meeste geld, dat door de Stichting Oosterse Bazar werd geleend van een bank en de gemeente Deventer, ging op aan de verbouwing van de voormalige gereformeerde kerk waarin de bazar is gehuisvest.

Amper een jaar na de opening zijn dertien van de dertig buitenlandse ondernemers, op advies van de sociale dienst, afgehaakt wegens gebrek aan resultaat. Of ze ooit nog in staat zullen zijn de, door de sociale dienst voorgeschoten, starterskredieten - varierend van 10 000 tot 30 000 gulden per ondernemer - af te lossen, is de vraag.

Een andere groep huurders van de bazar heeft het huurcontract al dan niet tijdelijk opgezegd, omdat de overdekte markt op dit moment wordt verbouwd. Of deze huurders nog terugkomen als de werkzaamheden in augustus achter de rug zijn, is onduidelijk. “Een aantal van hen zien we liever niet terug”, stelt directeur R. Kavak van de Stichting Oosterse Bazar onomwonden.

Terwijl de bouwvakkers hun werk doen, proberen alleen de Turkse wijnhandelaar, zijn landgenoten die respectievelijk een reisbureau, een kapperszaak en een schoenenwinkel bestieren, de Cambodjaanse verkoper van snuisterijen en de handelaar in Egyptische kunst hun nering nog draaiende te houden.

Zingen

Bestuurslid H. Grave van de Stichting Oosterse Bazar ontkent ten stelligste, dat de stichting door de uittocht van huurders met een faillissement wordt bedreigd en dat de deur op slot zou moeten. “Dit jaar zingen we het zeker nog wel uit”, voorspelt Grave. “In augustus maken we een nieuwe start. De bazar wordt door de verbouwing een stuk aantrekkelijker voor het publiek.”

“Toen we begonnen was het toch nog te veel kerk, de typische oosterse sfeer ontbrak. Van het Europees Sociaal Fonds hebben we drie ton subsidie gekregen om noodzakelijke aanpassingen te treffen. De bezettingsgraad ligt nu rond de 50 procent. Ik reken er op dat die na de verbouwing weer zal oplopen tot 80 a 90 procent. Dat is nodig voor een gezonde exploitatie.”

Grave erkent dat de Stichting Oosterse Bazar in het eerste jaar leergeld heeft betaald. “We hebben ons vooral verkeken op de ondernemersgeest van een aantal allochtonen. We gingen er vanuit dat de handel die mensen in het bloed zit, maar dat viel bij sommigen erg tegen.”

“Er zijn er bij, die het hun door de sociale dienst verstrekte startkrediet aan andere dingen hebben besteed dan waarvoor het bedoeld was. Je ziet het gebeuren, maar kunt er niks aan doen. Als het ondernemingsplan is goedgekeurd door het Instituut voor het Midden en Klein Bedrijf (IMK) en de sociale dienst de lening heeft verstrekt, is er verder geen controle meer op.”

Machteloos

Directeur Kavak van de Stichting Oosterse Bazar voelde zich bij tijd en wijle machteloos. “Je zag dat voorraden niet werden aangevuld, omdat starterskredieten voor andere zaken werden gebruikt. Verder hield een aantal zich niet aan het ondernemingsplan. Het was de bedoeling om hier typisch oosterse produkten te verkopen, maar je kwam in de winkels zaken tegen die je ook bij de Hema kunt kopen. Daar komt het publiek niet voor.”

“Voortaan gaan we het anders doen”, kondigt H. Kleine Staarman van het IMK aan. Hij beoordeelde de ondernemingsplannen van de allochtonen, die voor een starterskrediet van de sociale dienst in aanmerking wilden komen. “Ik heb die plannen bestudeerd, er mijn kanttekeningen bij geplaatst en vervolgens zijn ze er mee naar de sociale dienst gestapt.

Of mijn aanwijzingen inderdaad zijn opgevolgd, viel niet meer te controleren. Zonder goedgekeurd ondernemingsplan, gaat er voortaan niemand meer in de bazar aan de slag.''

Kapper Bajram Halavurt (28) onderschrijft het relaas van Kavak, Grave en Kleine Staarman in grote lijnen. Halavurt behoort tot het kleine groepje ondernemers dat ook tijdens de verbouwing stug doorzet.

“Dat het niet goed is gegaan, ligt aan de ondernemers zelf”, zegt de Turkse barbier, die sinds drie jaar in Nederland woont. “Sommigen zeggen dat de huur (55 gulden per vierkante meter, red.) te hoog is, maar dat is onzin.” Halavurt zegt bewust voor de bazar te hebben gekozen. “Ik heb ook nog een bakkerij en een shoarmazaak, maar die heb ik nu onderverhuurd. Ik was in Turkije ook kapper, dus... Mijn zaak loopt goed, maar door de verbouwing loopt de omzet de laatste tijd terug. Maar dat komt wel weer goed, daar ben ik van overtuigd.”

Belangstelling

In andere gemeenten worden de ontwikkelingen rond de oosterse markt in Deventer met belangstelling gevolgd. Vertegenwoordigers van de gemeenten Hengelo, Enschede, Arnhem, Groningen, Zaandam, Apeldoorn, Gouda, Amsterdam en Rotterdam zijn volgens Grave al langs geweest of hebben aangekondigd dat te zullen doen.

“Die weten dan in elk geval wat ze wel en beslist niet moeten doen.

Wij gaan de bazar nu ook openstellen voor Nederlandse ondernemers. We doen daarmee misschien een concessie aan het oosterse karakter van de markt, maar Nederlandse ondernemers brengen wel een bepaalde mentaliteit mee waaraan het hier heeft ontbroken''.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden