Papoea's hebben gelijk, maar krijgen het niet

Nadat afgelopen weekeinde zo'n vijfduizend Papoea's in de Indonesische provincie Papoea (het vroegere Irian Jaya, en daarvoor Nederlands Nieuw Guinea) op onafhankelijkheid aandrongen, heeft de Indonesische regering Nederland verzocht de overdracht van het gebied aan Indonesië nog eens schriftelijk te bevestigen.

redactie buitenland

De Papoea's vinden namelijk dat de overdracht niet rechtsgeldig is, omdat Indonesië zich niet heeft gehouden aan de bepalingen van het Verdrag van New York dat de overdracht regelde. Eigenlijk vinden de Papoea's dat ze al sinds 1961 onafhankelijk hadden moeten zijn.

Volgens het Verdrag van New York, dat Nederland op 15 augustus 1962 sloot met Indonesië, zou Nederland de soevereiniteit over Nieuw Guinea op 1 oktober 1962 overdragen aan een overgangsbestuur van de Verenigde Naties. De VN zouden op hun beurt het gebied op 1 mei 1963 overdoen aan Indonesië.

Maar Nederland had daarbij bedongen dat de bevolking van Nieuw Guinea na de overdracht zou worden geraadpleegd en in een soort referendum over haar eigen toekomst zou kunnen beslissen. Die zogeheten Act of Free Choice moest in 1969 plaatsvinden en wel 'in overeenstemming met internationaal geldende normen'.

Nederland wilde Nieuw Guinea liever helemaal niet overdragen, maar werd met name door de Verenigde Staten tot het Verdrag van New York gedwongen.

Het referendum is nooit gehouden, althans niet zoals was voorgeschreven en het was zeker niet volgens 'internationaal geldende normen'. Indonesië dwong de Papoea's de volksstemming te houden volgens het Javaanse moesjawara-systeem, waarbij 1025 afgevaardigden voor alle ongeveer 800000 Papoea's moesten stemmen. Indonesië kreeg daarbij de goedkeuring van de VN-waarnemingsmissie die onder leiding stond van de Boliviaanse diplomaat Fernando Ortiz Sanz, die, na stevige Indonesische druk, ook vond dat je niet kon verwachten dat die 'primitieve' Papoea's in dat gigantische, uiterst ontoegankelijke gebied allemaal hun stem zouden kunnen uitbrengen.

En zoals dat gaat bij het moesjawara-systeem, de afgevaardigden overleggen net zo lang tot er overeenstemming is bereikt en dat die overeenstemming luidde dat Nieuw Guinea bij Indonesië moest horen, kon je aan de effectieve pressie van de Indonesiërs op de afgevaardigden wel overlaten. Jakarta was gewoon van tevoren al niet van plan een 'nee tegen Indonesië' te accepteren.

Al voor de 'volksstemming' was er in het gebied sprake van opstandige bewegingen, die zich in 1970 bundelden in de Organisatie voor een Vrij Papoea (OPM), die ook daadwerkelijk vocht tegen het Indonesische leger, maar door haar gebrekkige bewapening geen partij was. Die OPM heeft in 1984 de onafhankelijke staat West-Papoea ook al eens uitgeroepen, maar hard Indonesisch optreden heeft veel strijders naar het buurland Papoea Nieuw Guinea doen vluchten.

Nu in delen van Indonesië de roep om meer autonomie en zelfs onafhankelijkheid klinkt, zien ook de Papoea's nieuwe kansen en dat ze daarbij teruggrijpen op de Act of Free Choice is begrijpelijk. Ze hebben gelijk als ze zeggen dat de volksstemming niet eerlijk is verlopen. Maar gevreesd moet worden dat ze dat gelijk niet zullen krijgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden