Papieren mijn via de Maagdeneilanden

Nederlandse aandeelhouder: Aardvark Uranium echt niet bedoeld om fiscus te omzeilen

Stofbakkies ligt tien kilometer verderop en naar Suikerhoek is het net zo ver. De weg naar Henkries is prima, hoewel de stenen vlijmscherp zijn. Wie hier een lekke band krijgt, loopt het risico zeer lang op hulp te moeten wachten.

De wereld bezuiden de Oranjerivier, de grens van Namibië en Zuid-Afrika, is een verlaten paradijs voor bloemenliefhebbers en mijnbouwers. De regio is al sinds de negentiende eeuw in de ban van de mijnbouw. Diamanten, koper, lood, zink en zilver worden er al jaren gewonnen en met de komst van kerncentrales werd ook het delven van uranium lucratief.

Dat is ook de reden dat Aardvark Uranium op de Britse Maagdeneilanden werd opgericht. In 2007 kocht de nu in Canada woonachtige Nederlander Robert van Doorn 74 procent van de aandelen op van het bedrijf Namakwa Uranium. Dat bedrijf had al eerder een exploratievergunning verkregen voor de in 1979 ontdekte uraniumvoorraden. Het project bij Henkries had het eerste mijnbouwproject in dagbouw moeten worden, maar het wachten is nog op de benodigde vergunning.

Aardvark Uranium is een van de bedrijven die voorkomen in de 2,5 miljoen documenten tellende database van de trustkantoren Portcullis Trustnet en Commonwealth Trust, een database die momenteel wordt doorzocht door het Internationaal Consortium of Investigative Journalists (ICIJ); een groep onderzoeksjournalisten waarbij Trouw is aangesloten. Uit de stukken van het trustkantoor blijkt dat het op de Britse Maagdeneilanden opgerichte bedrijf drie aandeelhouders telt: Van Doorn, de Canadese Chantal Gosselin en Tainli Mining Company. De Nederlander Marco van der Werff, die via Dadco holding meerdere directieposten vervult in de mijnbouw, is bij Aardvark Uranium een van de drie directeuren. Van Doorn en Van der Werff kennen elkaar overigens al uit de tijd dat zij beiden de opleiding tot mijnbouwingenieur volgden in Delft.

Aardvark Uranium is oprecht bedoeld om een mijn te bouwen, en niet om vermogen buiten het zicht van de fiscus te houden, meldt Robert van Doorn vanuit Vancouver, Canada. "Dat is niet makkelijk. Bij het departement dat over de mijnbouw gaat, is niet al te veel commitment. Het verkrijgen van permissie is een langdurige kwestie." Volgens Van Doorn een kwestie van gebrek aan kwaliteit bij de overheid. Volgens Van der Werff is gebrek aan interesse in uranium na de problemen met de Japanse kerncentrale ook een reden. Een aantal jaren geleden, in 2008 en 2009, leek de investering verhandelbaar. Het aan de beurs van Londen genoteerde Niger Uranium leek de exploratierechten wel over te willen nemen. In het voorlopige koopcontract werd gerept over een overnameprijs van 7,25 miljoen dollar cash en 10 miljoen aandelen in Niger Uranium. Het uithoudingsvermogen van Niger Uranium bleek niet bestand tegen de traagheid van de Zuid-Afrikaanse overheid. De overname ketste af.

Waarom koos Van Doorn voor een bedrijf op de Britse Maagdeneilanden? Zijn redenering is vrij simpel. Het opzetten van een mijn is een stevige investering, met de opbrengsten van die investering zijn nieuwe investeringen te doen. Wordt het geld naar Canada overgeheveld, dan moet daar belasting over worden betaald. De winsten op kapitaal zijn op de Britse Maagdeneilanden wel onbelast. "Alle bedrijven doen het zo. Het beeld van de boef is helemaal niet juist. We zijn bereid om belasting te betalen over de activiteit, maar dan wel in een later stadium. Je bouwt bezit op voor nieuwe investeringen, feitelijk stel je het betalen van belasting uit. Het is maar hoe je tegen de wereld aankijkt. In de liberale visie zie je dat landen tegen elkaar op concurreren. Kijk maar naar Nederland, dat ook met een gesubsidieerd klimaat investeerders lokt. Zelfs binnen de Europese Unie is die concurrentie. Kijk maar naar Ierland, dat het door lage belastingen toch een tijd lang goed heeft gedaan."

Dat Aardvark Uranium geen uitzondering is, illustreert Van Doorn met een verwijzing naar de cijfers voor buitenlandse investeringen. Wat Cyprus is, of wellicht was, voor de Russen, zijn de Britse Maagdeneilanden voor China. De eilandengroep in het Caribische gebied is na Hongkong de tweede buitenlandse investeerder in de Chinese economie, zo blijkt uit cijfers van het IMF. De economie van de Britse Maagdeneilanden is 1 miljard dollard klein, bijna 300 miljard dollar wordt echter vanuit de eilandengroep in China geïnvesteerd. En dat is niet het spaargeld van de eilandbewoners. Dat is in China verdiend geld dat eerst wordt overgeboekt naar de Britse Maagdeneilanden. Daar wordt geen belasting betaald en vervolgens komt het geld weer terug als buitenlandse investering China in, en ook dan wordt er weer geen belasting betaald.

Elke grote opkomende economie kent dat verschijnsel, en eerder dit jaar lieten deze zogeheten BRICS-landen tijdens hun overleg weten dat er paal en perk aan deze constructies moet worden gesteld. Want wat de Maagdeneilanden zijn voor China, is het nietige Mauritius voor India. Dat eiland sluist bijna 60 miljard dollar per jaar door naar India. En Nederland is met 175 miljard dollar de grootste investeerder in Brazilië, en dat is weer echt niet allemaal Nederlands geld. In de economische wereld stroomt het geld nu eenmaal van het laagste belastingputje naar de plek waar het hoogste rendement kan worden gehaald.

Volgens de Amerikaanse econoom Jeffrey Sachs zijn de belastingparadijzen niet de gaten in het financiële systeem. Zij zijn het systeem, schreef hij deze week cynisch in de Financial Times.

Leuker kan Nederland het niet maken
Toen de Tweede Kamer onlangs debatteerde over de vele brievenbusfirma's in Nederland, haalde slechts één motie een meerderheid. Daarin werd gesteld dat de term 'belastingparadijs' niet voor Nederland gebruikt zou mogen worden.

In het buitenland wordt daar vaak heel anders tegenaan gekeken. Nederland valt in statistieken over wereldwijde geldstromen altijd behoorlijk op. Recente cijfers van de Oeso laten bijvoorbeeld zien dat tot en met vorig jaar voor ruim 3500 miljard dollar aan buitenlandse investeringen ons land binnenkwamen. Daarvan kwam echter slechts 573 miljard dollar terecht in de Nederlandse economie zelf. Het restant liep via Nederlandse trustkantoren en brievenbusfirma's, waarvan voor de buitenwacht vaak niet zichtbaar is welke bedrijven of personen daar achter zitten.

Nederland is als belastingroute vooral aantrekkelijk voor bedrijven. De afgelopen tijd werd duidelijk dat grote multinationals als Google, Ikea en Starbucks Nederlandse dochters gebruiken om geld door te sluizen. Het grote voordeel is dat Nederland veel belastingverdragen met andere landen heeft, waardoor bedrijven in het thuisland vaak niet nog eens belasting hoeven betalen. Daarnaast kent het Nederlandse belastingstelsel een aantal zeer gunstige regelingen, zoals een zeer lage belasting op royalties voor intellectueel eigendom. Bedrijven met sterke merknamen 'betalen' dan veel geld aan Nederlandse dochtermaatschappijen voor het gebruik van die merknaam.

De Belastingdienst sluit bovendien geheime overeenkomsten met grote bedrijven over de mate van belastingheffing. Dit vaak tot woede van andere landen. Onlangs moest de directie van Starbucks in Groot-Brittannië zich voor het parlement verantwoorden, omdat het bedrijf nauwelijks belasting afdraagt. Starbucks gaf toe een overeenkomst met de Nederlandse Belastingdienst te hebben en beriep zich tot woede van de Britse parlementariërs op het zwijgrecht over de inhoud daarvan. Zo was dat nu eenmaal afgesproken met de Belastingdienst.

Langzaamaan lijkt er een kentering in het denken te komen over al deze handige routes voor bedrijven. Oeso-topman Angel Gurría riep overheden op een einde te maken aan alle ontwijkingsmogelijkheden die door landen zelf worden opgesteld om aantrekkelijk te worden voor bedrijven. En Luxemburg, dat naast Nederland en Ierland een populair belastingland is in Europa, heeft deze week al aangekondigd bereid te zijn openheid van zaken te geven over de geheime afspraken met multinationals.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden