Papierdorpen Eerbeek en Loenen: met dank aan de waterval en de koning.

’Papier hier!’, zou de slogan kunnen zijn van Eerbeek en Loenen. Want voor een groot deel danken de Veluwse dorpen hun bestaan aan de productie van papier (en karton). Papier van de Veluwe heeft een naam in de wereld. Eerbeek en Loenen vormen het epicentrum van de papierindustrie – of het nu gaat om kartonnen vouwdozen, grafisch papier, papier uit olifantenmest of om papier voor Japanse haiku-schrijvers. Naar verluidt hebben zo’n 2500 inwoners van Eerbeek en Loenen werk in de branche.

In Loenen staat zelfs nog een papiermolen die op ambachtelijke wijze geschept papier produceert. Als laatste van de 194 molens die omstreeks 1700 op de Veluwe maalden, draait De Middelste Molen nog steeds aan de Loenense beek, een van de vele ’sprengen’ die ooit gegraven zijn om permanent water aan te voeren voor olie-, graan- en (later) papiermolens. Het is een werkend museum waar het publiek het oude productieproces kan bekijken.

Hoewel onze wandelroute de drukte aardig mijdt, is aan het verkeer goed merkbaar dat deze streek leeft van papier en toeristen. We beginnen bij bushalte ’t Veentje aan de weg Eerbeek – Laag-Soeren en vluchten de Den Texweg in. Daar genieten we van smalle bospaden en steken zelfs een spoorweg zonder overweg over: lopen over de rails, waar mag dat nog in Nederland? Als het aan NS lag, stond er al een hek voor in het kader van het treurige frustreer-de-wandelaarbeleid. Maar dit is het tracé van de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij (VSM), die sinds 1975 een toeristentrein tussen Dieren en Apeldoorn exploiteert. De lijn is aangelegd met steun van koning Willem III (1887) en werd vooral gebruikt voor het vervoer van personen en van hout en papier. De laatste goederentrein reed z’n ritje in 1984, ironisch genoeg getrokken door een stoomloc van de VSM.

Het Apeldoorns Kanaal, dat van Dieren tot Hattem loopt, is ook al een erfenis van de (voorlopig) laatste koning van Nederland, en ook met dit project wilde de vorst de industrie in de regio stimuleren. Met weinig succes: het kanaal was al snel te klein voor de scheepvaart. Nu is het een fraai natuurgebied, waar je (aan de oostkant) ook nog verrukkelijk kunt wandelen en fietsen. Varen is uit den boze.

Via de Hallsebrug keren we terug naar de Veluwse kant en passeren weldra de Eerbeekse beek die sinds oudsher de gracht van het Huis te Eerbeek van water voorzag, maar ook een koper- en oliemolen aandreef. De kopermolen maakte plaats voor een café; de oude oliemolen draait nog steeds op beekwater.

Het bruggetje over en je betreedt het landgoed Huis te Eerbeek met een huis dat de Heren van Bronckhorst in de 14de eeuw als jachtslot lieten bouwen. In 1665 hielden Johan Maurits van Nassau, Jan de Witt en de legerchef van Lodewijk XIV hier krijgsraad over hun tactiek in de Tweede Engelse oorlog. In 1895 kwam het landgoed in handen van de beroemde bioloog prof. Max Weber, die er tal van exotische planten en bomen achterliet. Er is nog één vleugel van het huis over, maar die is zo fraai geconserveerd dat hotelgasten, conferentiebezoekers en bruidsparen er met genoegen komen. In de idyllische vijver houden twee zwarte zwanen het oog op al te nieuwsgierige passanten.

We passeren Eerbeek over de Ringlaan. Op nummer 50 heeft Willem de Mérode gewoond, van 1924 tot zijn dood in 1939. De Groninger, zijn echte naam was Willem Eduard Keuning, was een dichter uit de ’fijn-christelijke’ hoek, die nadat hij een gevangenschap vanwege seksuele escapades met jongetjes had uitgezeten, bij juffrouw Doom op hoeve Bergzicht twee kamers huurde. De dichter is veel geciteerd in rouwadvertenties. Hij ligt begraven in Eerbeek, waarover hij eens zei: ’Het is hier zoo stil dat je de vliegen kunt hooren gapen en ’t gras groeien.’

Dat is nóg steeds zo, vooral na het passeren van het stoomspoorlijntje. Ook het Loenense kasteel Ter Horst is in rust gedompeld. Gebouwd in 1559 in opdracht van de Arnhemse burgemeester Wijnand Hackfort, vererfde pas na zeven generaties Hackfortjes uit de familie maar wordt nog steeds privé bewoond. In de bijgebouwen zetelt een houthandel; de tuin is in 1913 door de beroemde architect Springer onder handen genomen. Je kunt er trouwen en er zijn rondleidingen in het kasteel, dat nog een stokoude, met bladzink beklede ijskast heeft.

Hoog(s)tepunt is de Vrijenberg, waar de hoogste waterval in Nederland (15 m) spettert – aangelegd in de Vrijenberger spreng om het snelstromende water te gebruiken voor het aandrijven van koren- en oliemolens, de papierindustrie en wasserijen en nu om het Apeldoorns Kanaal van schoon water te voorzien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden