Papier passé? ’Het boek is vitaler dan ooit!’

Ontwerper Irma Boom maakt boeken die je betast, dubbelvouwt, leest en bewaart in een vitrinekast

Een hagelwit boek: het is de nachtmerrie van elke uitgever, maar ontwerper Irma Boom wilde geen afbeelding op het omslag. „De kunstwerken in het boek hebben veel kleur en het lag voor de hand om een werk van de kunstenaar op het omslag te zetten. Maar de kleur wilde ik voor het binnenwerk bewaren. Dat doet meer recht aan haar kunst.”

De Amerikaanse textielkunstenaar Sheila Hicks vroeg vier jaar geleden of ze een boek voor haar wilde maken. Boom zit aan tafel in het souterrain van haar Amsterdamse studio, en heeft het resultaat voor zich liggen: op de voorkant is in reliëf alleen de structuur van een geweven doek te zien. De snede voelt aan als rafelige stof. Boom liet de zijkant van de 3500 exemplaren speciaal bewerken, maar wil niet verklappen hoe. „In het werk van Hicks is de zelfkant van de doeken die ze weeft belangrijk. Dat wat zo specifiek is aan het weven, wilde ik in het boek laten terugkomen.”

De boeken van Boom zijn tastbare en zichtbare monumenten die je niet snel vergeet. Niet voor niets verzorgde ze in 2004 de vormgeving van ’False flat. Why Dutch design is so good’, een boek dat het succes probeert te verklaren van Nederlandse vormgeving. De lijst met haar nationale en internationale prijzen wordt elk jaar langer. Het boek ’Sheila Hicks. Weaving as metaphor’ werd gisteren bekroond met de gouden medaille bij de verkiezing Schönste Bücher aus aller Welt op de Leipziger Buchmesse. Ook kreeg ze een bronzen medaille voor ’Oog/Eye’, een boek in opdracht van het Oogziekenhuis in Rotterdam.

Boom (1960) ging naar de kunstacademie in Enschede om kunstschilder te worden, maar studeerde af in grafische vormgeving. In 1996 kreeg ze internationale bekendheid als ontwerper met haar opdracht voor SHV Holdings: ze had vijf jaar lang aan één boek gewerkt in opdracht van Paul Fentener van Vlissingen. Een opdrachtgever die haar alle tijd en vrijheid gaf. Het resultaat: een boek van 2136 ongenummerde pagina’s. Het werd over de aandeelhouders verspreid en was nooit te koop in de winkel. Inmiddels is het een onbetaalbaar collector’s item. Mede voor dit boek kreeg Boom in 2001 de prestigieuze Gutenbergprijs voor haar oeuvre. Inmiddels heeft ze meer dan tweehonderd boeken gemaakt.

Haar boeken zitten vol opmerkelijke details, letters die kleiner worden, gaten in de pagina’s, bloemetjesmotieven en gedichten die op de snede zijn gedrukt. In het boek voor het Oogziekenhuis hebben de pagina’s een subtiel verloop van zacht, mat papier naar hoogglans, één pagina is in braille. In het boek over de architect Petra Blaisse vallen de pagina’s bladerend van links naar rechts open op de interieurprojecten, van rechts naar links op de landschapsprojecten.

Het atelier in Amsterdam-Zuid deelt ze met haar enige assistente, Sonja Haller. „We zouden makkelijk een groter kantoor kunnen zijn. Maar dat wil ik niet. Nu kunnen we speciale projecten blijven doen, dat lukt niet als je nog groter wordt. We werken aan tien tot vijftien projecten tegelijkertijd, in verschillende stadia. Het maken van een boek kost tijd, veel tijd, dat vergeet men vaak.”

Boom heeft uiteenlopende opdrachtgevers, van kunstenaars tot multinationals, maar de opdrachten hebben altijd met kunst en vormgeving te maken. Ze ontwerpt de typografie voor het Rijksmuseum in de Philipsvleugel en de banieren aan de buitenzijde, de huisstijl van het CPNB en Koninklijke Tichelaar Makkum en het Prins Claus Fonds. Maar ook van Ferrari kreeg ze een opdracht.

De kunstboeken van Irma Boom zijn niet te vergelijken met de luxueuze salontafelboeken - „Die haat ik”. Haar boeken lees je niet alleen, het zijn kunstwerken die je betast, omdraait, dubbelvouwt, doorbladert, nog beter leest en vervolgens in een vitrinekast wil zetten om er vaker naar te kunnen kijken. Het zijn geen leesboeken óver kunst, maar een wisselwerking tussen papier, vorm en inhoud. Vaak is het project het resultaat van een intensieve samenwerking met de kunstenaar.

„Ik kan niet tegen autoriteit. Absoluut niet. Ik maak iets mét iemand, niet vóór iemand. Mensen die met mij werken verwachten een weerwoord. Ik besteed veel aandacht aan de opdrachtgever; omdat het een gezamenlijk project is verwacht ik dat hij ook tijd aan mij besteedt. Als hij daar niet voor open staat, dan werkt het niet. Met Sheila Hicks heb ik gereisd, tentoonstellingen bezocht, maar ook door het park gelopen.” Ze zakt even terug in haar stoel. „Tijd en vertrouwen is het allerbelangrijkste.”

De bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam verzamelt al haar werk. Niet alleen de boeken zelf, maar ook schetsen en zelfs haar administratie: een onderzoekscollectie bestemd voor latere generaties. Veel musea hebben werk van haar in hun collectie, eind 2008 organiseert het Metropolitan Museum of Modern Art in New York een tentoonstelling over het werk dat het museum heeft aangekocht.

In dezelfde periode zal een oeuvrecatalogus verschijnen. Toen ze de Gutenbergprijs kreeg is er een boek gemaakt op basis van elf van haar boeken, als onderdeel van de prijs. „Ik was er toen nog niet aan toe om een boek over mezelf te maken. Een studente heeft het als afstudeerproject voor haar studie gemaakt. De afmetingen van de uitgave waren vooraf bepaald door de organisatie, maar het formaat is zo’n belangrijk onderdeel van een boek. Het enige wat ik de ontwerpster toen heb voorgesteld is om het boek een snede te geven zodat je het kunt dubbelklappen.” Triomfantelijk: „Zo staat het nu bij mij in de kast.”

Ze heeft nog geen literair werk vormgegeven. „Het lastige is dat je bij een roman weinig met het totaal van een boek kunt doen. Ik wil graag meewerken aan de inhoud. Maar misschien komt het ooit nog een keer.” Een favoriet heeft ze wel: de serie Privé Domein van de Arbeiderspers vindt ze ’helemaal geweldig’.

Iedereen vraag haar waarom ze nog boeken maakt. Is het niet te laat voor papier en inkt? „Ik denk dat juist in deze tijd, nu bijna alles op internet te vinden is, boeken een andere status hebben gekregen. Een gedicht op de snede, zoals bij het SHV-boek, dat werkt niet op internet, dat kan je alleen met een boek doen. Doordat het zwart op wit staat is het een ding, op internet is een boodschap vluchtig. De vitaliteit van het boek is sterker dan ooit!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden