Palestijnse portretten / Het vechten moe

De tweede intifada heeft zijn beste tijd gehad. Zonder geloofwaardig leiderschap, met alle verzetshelden gevangen dan wel vermoord, onder uitgaansverboden en in armoede, tobt de Palestijnse bevolking voort. Ze zijn moe, vreselijk moe. Maar van opgeven willen ze niet horen.

De Fatah-aanhanger

,,Wat je voor me mee zou kunnen nemen uit Nederland? Een flesje frisse lucht.. En, misschien een stukje grond voor mij alleen, waar ik het flesje zou openen en langzaam, heel langzaam de vrijheid kan opsnuiven.'' Rada Ibrahim had het droogjes aan de telefoon gezegd. Pas bij het bezoek is haar wens te begrijpen. Ibrahim komt uit een vooraanstaande familie, die vanouds El Fatah sympathieën heeft en dichtbij Arafat staat. Vier maanden geleden confisqueerde het Israëlische leger in Ibrahims dorpje op de Westelijke Jordaanoever de vier vuilniswagens. Officiële redenen werden niet gegeven. ,,Zal wel 'veiligheid' zijn'', veronderstelden de dorpelingen spottend, goed op de hoogte van het Israëlisch jargon.

Spanje had de trucks geschonken als ontwikkelingshulp. Ze waren de trots van de gemeenteraad van de Palestijnse Autoriteit. De stank van verrotting hangt nu over het dorp. Langs de straten stapelen opengereten plastic tassen zich op, en dat terwijl het 35 graden heet is. Maar de Israëliërs lijken niet van zins het vuil ophalen te hervatten.

,,Als ze niet oppassen krijgen we nog cholera en de Joden zijn te dom om in te zien dat dat wel eens zou kunnen overslaan naar hun eigen land'', zegt Rada wraakzuchtig. Maar langzamerhand slaat haar gekanker op Israël over naar de Palestijnse leider Arafat, nog altijd met koosnaam Aboe Ammar (de bouwer) aangeduid. Ibrahim werkt normaliter bij het Palestijnse ministerie van financiën in Ramalla, maar de laatste tijd is ze er niet meer geweest vanwege het uitgaansverbod. Ze komt het stinkende dorp niet meer uit, ingeklemd als het is tussen twee checkpoints.

,,Mijn baas Nofal, was een vriend van Djibriel Radjoeb (hoofd van de inlichtingendienst op de Westelijke Jordaanoever - TB). Aboe Ammar heeft Radjoeb altijd als bedreiging gezien van zijn machtspositie. Bij de gevechten tussen het Israëlische leger en de troepen van Radjoeb bij Ramalla, werd Radjoebs kantoor omsingeld. Aboe Ammar heeft toen de Palestijnse strijders de opdracht gegeven om zich over te geven en niet om Radjoeb en hun land te verdedigen. Iedereen heeft het er hier nu nog over, hoe laf Aboe Ammar was en hoe hij zich alleen inzet voor zijn eigen positie. Vroeger respecteerden we hem, nu niet meer. Laatst kwam ik Radjoeb nog tegen in een hotel in Jordanië, hij had twee Jordaanse lijfwachten bij zich, en geen Palestijnse. Dat betekent dat Aboe Ammar hem definitief heeft uitgeschakeld. Mijn vader woont naast hem, hij loopt nog wat rond in de tuin, dat is alles. En waar is al die machtsstrijd goed voor geweest? Doordat Aboe Ammar afrekent met veel van zijn vroegere getrouwen, ligt de hele Palestijnse Autoriteit op zijn gat. Op ons ministerie heeft Nofal nu niets meer in te brengen, en er wordt gewoon niet meer gewerkt. Ik denk erover mijn ontslag in te dienen, ik zou niet weten waarom ik nog voor de Palestijnse Autoriteit zou willen werken.''

Haar analyse hoor je veel op de Westelijke Jordaanoever. Direct na zijn aantreden zette Aboe Ammar zijn vriendjes uit Tunesië op hoge functies in het leger en in de bureaucratie. Ze hielden zich vooral bezig met louche praktijken. Ze waren loyaal aan Arafat, maar ook stuk voor stuk gehaat door de bevolking. In ruil voor deze loyaliteit liet Arafat ze hun gang gaan, hij was volledig op de hoogte van de kwaliteiten van zijn discipelen. Uit zijn ervaring met andere Arabische machthebbers wist hij dat een oogje dichtknijpen een redelijke garantie was om zelf in het zadel te blijven.

Onder internationale druk om de corruptie uit te bannen heeft Arafat vooral tegenstanders uit eigen kringen uitgeschakeld. Slechts een paar van de door Palestijnen meest gehate ministers ruimden het veld.

Volgens Ibrahim hebben de wisselingen Arafats geloofwaardigheid nu helemaal aangetast en is hij impopulairder dan ooit. Het machtsvacuum in Palestijns gebied stemt haar heel somber. ,,Vroeger kwam Aboe Ammar nog wel eens bij mijn vader thuis. Nu zou ik hem niet eens meer willen ontvangen.'' En het alternatief? Ibrahim is een goede vriendin van Marwan Bargoeti, de ongekroonde koning van het Palestijnse verzet die nu in de Israëlische gevangenis beschimmelt. ,,Marwan is de enige eerlijke, haram (vreselijk, schande), hoe hij gemarteld wordt. Alleen hem kunnen we vertrouwen. Maar denk je dat hij ooit nog vrijkomt? Hoelang denk je dat dit allemaal nog duurt?''

De fundamentalist

Een huisje is een groot woord voor die ene gammele kamer met bijgebouwtjes, al noemt moeder Maliha Zoehdi het wel zo. Het is geen Gaza, maar hartje Oost-Jeruzalem, Bab al Amoed, waar ook joodse kolonisten hun oog op hebben laten vallen. De gemeente Jeruzalem is hier inmiddels achter hoge hekken en met bewaking, een betonnen wijk aan het neerzetten voor Israëliërs. Maliha woont met haar vier kinderen al enkele jaren in haar kamertje met grijze betonnen vloer. Met haar dochtertje en jongste zoon slaapt ze in het enige bed, de twee oudste jongens hebben matrassen op de vloer, die 's ochtends worden opgestapeld en boven op de ene kast gelegd. Om naar de WC en douche te gaan moet Maliha buiten naar een scheefhangend schuurtje. Ernaast in een ander gebouwtje ter grootte van een kast, de keuken, staat een driepitsgastoestel.

Haar man werkt in Eilat in een Israëlisch restaurant en komt maar eens in de maand thuis. De oudste jongens gaan regelmatig met elkaar op de vuist, slaan elkaar met stokken en treiteren de jongste twee. En tot overmaat van ramp heeft Morad van 15, zich nu helemaal gestort op het islamitische geloof.

Maliha: ,,Het enige wat hij nog doet is bidden, de Koran lezen en naar de moskee gaan. In de zomervakantie had hij nog wat werk, en ik hoopte dat ik wat meer geld zou krijgen. Maar wat doet hij? Die paar honderd sjekel brengt hij naar de moskee. Hij draagt alleen nog maar lange witte kleren en verbiedt ons van alles. We mogen niet meer naar allerlei tv-programma's kijken, die vindt hij onzedelijk, of te vrolijk, of te weinig respect hebben voor de islam. Zijn zusje slaat hij, omdat ze een t-shirtje draagt en hij wil dat ze een hoofddoek omdoet. Tegen mij zegt hij dat ik moet binnenblijven en als ik boodschappen moet doen, vertelt hij me dat dat niet nodig is. Hij maakt ook ruzie met zijn oudere broer, omdat die wel van een pleziertje houdt en er wel eens 's avonds uitgaat. Ik weet niet meer wat ik met hem aan moet.'' De tranen staan in haar ogen.

Hoe is haar zoon zo ineens veranderd? Morad zat eerst op een hele strenge islamitische school op de Westelijke Jordaanoever die geleid werd door twee broers met Hamas-connecties. Het gezin besloot toen, vier jaar geleden, naar Jeruzalem terug te keren, waar Maliha is geboren, omdat de gemeente Jeruzalem dreigde alle Israëlische identiteitskaarten van Palestijnen uit Jeruzalem te zullen intrekken. Het betrof diegenen die langer dan 7 jaar op de Westelijke Jordaanoever woonden. Met die maatregel zouden ze ook niet meer in hun geboortestad mogen komen.

Maliha: ,,Toen we van ons huis in Ramalla naar Jeruzalem verhuisden kwam Morad in aanraking met een stel oudere jongens, helemaal geen slechte hoor, en die namen hem mee naar de moskee. Ze vinden dat wij veel te gemakkelijk leven, en zijn afgedwaald van de Koran.'' Is ze niet bang dat Morad zich bij Hamas zal aansluiten en misschien zelf ooit explosieven om zijn buik zal binden? Ze begint hard te lachen: ,,Morad? Nee, dat durft hij nooit, dat weet ik zeker!''

De kinderen

Een groepje Israëlische soldaten hangt tegen de betonblokken van het beruchte checkpoint Al Ram, hun geweren bungelen aan de schouder. Het is elf uur 's avonds, de ellenlange rijen wachtende auto's zijn opgelost, verhitte Palestijnen zijn er niet meer. De enkele auto mag op een verveeld gebaar van de soldaat doorrijden. Alleen drie kleine jongens, naar schatting 7 tot 11 jaar, zijn nog druk in de weer. Ze proberen de taxichauffeur naar pepermunt riekend stopverf te verkopen, wat voor kauwgom moet doorgaan. Maar de Palestijn wijst ze resoluut van de hand. Het jongste kind komt dichterbij, gaat door het open raam hangen en dringt aan: ,,Een sjekel maar, een sjekel''. De chauffeur volhardt in zijn weigering en begint het raampje dicht te draaien.

Het jongetje trekt nu een wanhopig gezicht en zegt smekend: ,,Toe oompje, je kent de situatie, mijn vader heeft geen werk meer, hij mag niet meer in Israël komen, we hebben niks te eten''. En hij wijst op de andere twee kinderen, die zijn broertjes blijken te zijn. Mopperend haalt de Palestijn wat losse sjekels uit zijn zak en ruilt ze in voor het pakje stopverf.

De volgende morgen om negen uur zijn de gebroeders weer op dezelfde plek. Weer, of nog? Misschien hebben ze wel bij het checkpoint overnacht. Het is er al heet, stoffig en druk. De jongste heeft blijkbaar iets niet goed gedaan, hij ziet zijn oudste broertje op hem af komen en krimpt al in elkaar. Hardhandig draait de oudste zijn oor om. Kermend van de pijn zakt hij door zijn benen.

Werkloosheid en armoede, maar ook het gebrek aan mobiliteit, treffen kinderen hard. ,,We kunnen onze kinderen geen fatsoenlijk leven meer aanbieden'', zegt lerares Diba al Djoelani. Ze wijst naar haar oudste zoontje Tarik van 10, die met wallen onder zijn ogen uitgezakt voor de tv hangt, om negen uur 's avonds. Haar overweging heeft het gezin er toch niet van weerhouden om een derde kind op de wereld te zetten. ,,We hebben ze sinds het begin van de zomervakantie drie maanden geleden, nergens mee naar toegenomen. Vanwege de gevaarlijke toestand waren bovendien alle zomerkampen afgelast. Tarik gaat ook niet meer naar zijn karateles, de weg er naartoe is te gevaarlijk''.

Het gezin was net naar een nieuw huis in Ramalla verhuisd, toen het Israëlische leger begon met de herbezetting. Daarop besloten ze toch maar naar Jeruzalem terug te keren in hun huurhuis. Hun woning in Ramalla staat nu te koop. ,,Sinds die tijd zitten we hier en komen er niet meer uit. We worden er gek van. Mijn man zegt: wat wil je dan, ik kan je van het ene checkpoint naar het andere rijden, een tochtje van tien minuten, maar erdoorheen wil je voor de kinderen toch ook niet meer?''

De kampbewoner

De steegjes in het vluchtelingenkamp Deheisje bij Bethlehem, zijn zo smal dat er geen tank doorheen kan. Dat is een geluk bij een ongeluk, want de toestand in het kamp is slechter dan ooit. Vlak voor de herbezetting van het Israëlische leger van Palestijnse steden, dorpen en kampen hadden alle vrouwen zelfgemaakte molotov-cocktails in colaflessen klaarstaan om de soldaten op een warm welkom te trakteren. Voor tanks hadden ze andere doeltreffende middelen.

De theorie werd nooit in praktijk gebracht, want het Israëlische leger brandde zich niet aan een guerrilla in het strijdbare Deheisje en liet de tanks aan de poort staan. Wel ging het over tot een systematisch uitkammen van het kamp, waarbij alle mannen uit huis werden gehaald. Naim Sbeih (37), econoom, vertelt hoe hij met alle mannen in het kamp geblinddoekt en geboeid werd. Ze dienden allemaal te knielen en bleven vier uur in de brandende zon zitten. De ondervraging die er op volgde was volgens hem zo dom, dat het enige doel van de excercitie vernedering moet zijn geweest.

Namen de inwoners altijd de bevolkingdichtsheid, die zodanig is dat je de zucht van de buurman kunt horen, voor lief, nu ergert iedereen zich aan elkaar. De armoede is er verpletterend. Burenruzies aan de orde van de dag.

Sbeih, werkzaam voor een buitenlandse non-gouvernementele organisatie, is geboren en getogen in het kamp. ,,Tegenwoordig vragen alle jongemannen me of ik visa kan regelen om naar het buitenland te gaan. Alle papieren zullen ze ervoor leveren, ze kunnen alles vervalsen als het nodig is, zeggen ze. Voor mij tekent dat de situatie.''

,,We zullen moeten toegeven dat we de strijd hebben verloren. Hier in de buurt van Bethlehem waren bij het begin van de intifada misschien een paar honderd mannen actief in cellen van Fatah, Hamas en het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina. Inmiddels zijn ze of allemaal vermoord, of gearresteerd. De joden houden tienduizenden gevangen in de woestijn. Het doet pijn, maar ze zijn er in geslaagd de hele infrastructuur van de intifada te vernietigen. We hebben nauwelijks wapens meer, alles is ingenomen door de Israëlische soldaten. En iedereen is moe, doodmoe. Maar we geven ons niet over.ro infos-mas

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden