Palestijnse leider tegen wil en dank

Toen haar man, de charismatische Palestijnse leider Marwan Bargoeti, bijna tien jaar geleden door het Israëlische leger werd opgepakt, werd Fadwa Bargoeti ineens een leider. Bij elke demonstratie op de Westoever voor de vrijlating van politieke gevangenen wordt haar aanwezigheid verlangd. 'Ik sta onder grote druk. Soms voel ik me net een machine.'

Fadwa Bargoeti weet precies wat haar echtgenoot het liefst wil doen als hij vandaag of morgen opeens op vrije voeten komt. Marwans grootste wens, zegt ze over de bekendste Palestijnse politicus in Israëlische gevangenschap, was altijd om zijn kinderen te zien afstuderen. Drie van de vier rondden hun opleiding inmiddels af, maar de jongste zoon is juist begonnen aan het laatste semester van zijn studie.

"Het afgezonderd zijn van zijn kinderen en zijn familie is voor hem de allerzwaarste straf", aldus zijn vrouw. "We hebben als gezin zoveel gemist."

En heel even leek het alsof Marwan Bargoeti (52) daadwerkelijk trots de plooien uit het afstudeerkleed van zijn jongste zoon, de 21-jarige Arab zou kloppen. In oktober, toen Hamas en Israël de overeenkomst over de lijst met de 1027 vrij te laten gevangenen in ruil voor de gekidnapte militair Gilad Sjaliet beklonken, zoemde direct het gerucht de wereld rond dat ook de prominente leider van de Tweede Intifada aan zijn laatste dagen in de Hadarimgevangenis was begonnen. Die hoop werd van Israëlische kant kordaat de kop ingedrukt - waarna Bargoeti de rest van zijn ongeveer vierhonderd jaar achter tralies kon voortzetten.

Bij die teleurstelling en bij het analyseren van de fouten die tijdens de gevangenendeal gemaakt werden, wil de 47-jarige advocate echter niet te lang stilstaan. "Toen ik de moeder van Gilad Sjaliet haar zoon zag omhelzen, was ik oprecht blij en tot in het diepst van mijn hart geroerd", vertelt ze in het kantoor van waaruit ze de campagne voor de vrijlating van haar man voert. "Als moeder weet ik dat het verlies van een kind het ergste is wat een vrouw kan overkomen. Dat gun ik niemand. Dat Marwan toen niet is vrijgekomen, ligt nu in het verleden; in plaats van daar bij te blijven steken, is het beter om naar de toekomst te kijken."

Het zijn moeilijke jaren voor het gezin Bargoeti. Het eerste deel van zijn gevangenschap mocht Fadwa haar echtgenoot helemaal niet zien; hij verkeerde in eenzame opsluiting. Sinds zeven jaar mag ze eens in de twee weken, begeleid door het Rode Kruis, 45 minuten lang bij hem op bezoek. Glas scheidt hen en spreken doen ze via een telefoon.

Een privilege, want de vier kinderen - drie zonen van 26, 22 en 21 jaar en een dochter van 25 - hebben hun vader de afgelopen negenenhalf jaar slechts drie keer mogen zien. "Natuurlijk zijn ze trots op hem", zegt ze zacht. "Zeker als ze horen met hoeveel respect de mensen hier spreken over Marwan. Maar het is voor hen ook moeilijk. Ze zien hoe hun leeftijdgenoten wel met hun vaders samen dingen doen, met hen praten of hun om advies vragen. Ook is het hier de gewoonte dat op ouderavonden de vader naar school gaat, maar bij ons moest ik altijd gaan. Vooral Roeba, het meisje, heeft het er heel erg zwaar mee gehad."

Als vrouw van de prominentste politieke gevangene wordt haar aanwezigheid op de Westoever verlangd telkens wanneer er een demonstratie voor of een bespreking over deze kwestie is. Als echtgenote van de man die in het buitenland wel wordt omschreven als de 'Palestijnse Nelson Mandela' vliegt ze de hele wereld over om te lobbyen voor zijn vrijlating. Dinsdag naar Marwan, somt ze haar agenda voor de komende dagen op. Dan Amman, Parijs en het Europese Parlement.

"Soms voel ik me net een machine. Er rust een enorme last op mijn schouders en ik sta steeds onder grote druk. Ik moet altijd maar mensen ontmoeten, en ondertussen kan ik niet met Marwan over de kinderen praten of onze toekomst plannen. Ik móét dit doen, maar ik betaal wel een hoge persoonlijke prijs. En de kinderen natuurlijk ook."

Fadwa en Marwan Bargoeti groeiden beiden op in Kobar, een dorp in de buurt van Ramallah op de Westelijke Jordaanoever. Haar vader zat bij de politie en vond dat niet alleen zijn twee zoons, maar ook zijn vijf dochters hoog moesten worden opgeleid en sterke persoonlijkheden moesten ontwikkelen. Daarin verschilde het gezin van de rest van het dorp.

Het resultaat beviel de vijf jaar oudere Marwan, die vaak over de vloer kwam en in de verte familie van haar is. Ook Fadwa voelde iets kriebelen. Wat dat betekende, begreep ze toen Marwan als jonge activist van het toen verboden Fatah in 1976 door Israël werd gearresteerd. In het laatste van zijn vier jaar in de gevangenis schreef hij haar een brief en vroeg haar zich niet met een ander te verloven.

Nadat hij was vrijgekomen, duurde het nog anderhalf jaar voor ze met elkaar konden trouwen. "Telkens als we een datum hadden vastgesteld", schetst Fadwa Bargoeti hoe de toekomst zich voorafschaduwde, "werd er roet in het eten gegooid. Dan werd hij weer eens opgepakt, dan weer verhoord."

Door zijn politieke activisme miste Marwan Bargoeti bovendien de geboorten van zijn kinderen. Hij werd opgepakt tijdens de Eerste Intifada, begonnen in 1987, en met zijn gezin naar Jordanië gedeporteerd. Daar stimuleerde hij Fadwa een rechtenstudie te beginnen, omdat er volgens hem te weinig Palestijnse juristes zijn en omdat hij het belangrijk vond dat vrouwen binnen de samenleving voor hun eigen rechten op kunnen komen. Als zijn vrouw zat te blokken voor tentamens, zorgde Marwan voor de kinderen.

Na de ondertekening van de Osloakkoorden keerden ze in 1994 terug naar Ramallah. Marwan Bargoeti, die vloeiend Hebreeuws sprak, was een van de grootste voorstanders van het door Jitschak Rabin en Jasser Arafat begonnen vredesproces. Dat veranderde in het jaar 2000, nadat besprekingen in Camp David waren mislukt en de Tweede Intifada uitbrak. Met de megafoon aan de mond leidde hij betogers naar de bekende wrijvingspunten waar het Israëlische leger, meestal schurkend tegen de grenzen van de stad Ramallah, aanwezig was en waar vervolgens de rituele confrontaties tussen militairen en Palestijnse jongeren uitbraken.

Zijn populariteit en opzwepende toespraken deden de charismatische Fatahleider op Israëls zwarte lijst belanden. In 2001 overleefde hij een liquidatiepoging. In april 2002 werd hij door het een specialistische legereenheid in de boeien geslagen en afgevoerd naar Jeruzalem.

Daarmee keerde Fadwa's wereld zich binnenstebuiten. "Tot tien jaar geleden was ik altijd op de achtergrond bezig. Ik was als advocate gespecialiseerd op het gebied van vrouwenzaken en rekruteerde in de jaren tachtig van de vorige eeuw onder de dekmantel van een organisatie voor maatschappelijke dienstverlening vrouwen voor het toen illegale Fatah. Ik had mijn eigen kantoor. Dat was ook precies hoe ik het graag had; ik hoefde niet zo nodig in de schijnwerpers te staan."

Maar na de arrestatie van de 'ingenieur van de Intifada' richtten alle schijnwerpers zich plotseling fel op haar. "Die dag gaf ik mijn eerste interview", herinnert ze zich. "Dat was op Al-Jazeera. We wisten niet of hij dood was of gevangengenomen, en beide opties waren slecht nieuws. Ik deed het omdat ik de mensen een hart onder de riem wilde steken. Iedereen belde me daarna op, sprak me aan. Toen zag ik mezelf voor de keuze gesteld: of ik ging thuis zitten en alleen maar denken aan Marwan en aan al die duizenden anderen die gearresteerd zijn, of ik kon mijn rechtenkennis en mijn ervaring inzetten om te proberen de situatie te veranderen."

Bargoeti's veroordeling in 2004 tot vijf keer levenslang plus veertig jaar wordt door sommigen gezien als controversieel, onder meer omdat hij slechts beschuldigd werd van indirecte betrokkenheid bij de hem ten laste gelegde aanslagen. De Palestijnse leider wordt gesteund vanuit Europa, maar ook in Israël. Linkse politici bezoeken hem, vredesactivisten strijden voor zijn vrijlating en schrijver Amos Oz stuurde hem een van zijn boeken met daarin de wens hem spoedig aan gene zijde van de gevangenismuren te zien.

De populaire politicus geldt dan ook als de enige persoon die zijn volk zou kunnen verbroederen en genoeg steun heeft onder de bevolking om een eventueel vredesakkoord met Israël te kunnen ondertekenen. Zelfs vanuit de gevangenis zou hij een belangrijke rol hebben gespeeld bij het bemiddelen tussen Hamas en Fatah voor een coalitieregering na de verkiezingen van 2006. In december 2004 trok hij onder druk zijn kandidatuur voor het Palestijnse presidentschap op het laatste moment terug ten bate van Mahmoed Abbas en het behoud van de eenheid. In 2009 werd hij verkozen tot de partijleiding van Fatah.

Volgens Fadwa Bargoeti heeft haar man geen kans op een presidentieel pardon zolang zich geen politieke oplossing aan de horizon aftekent. Op de huidige regering van Benjamin Netanjahoe hoeft ze daarbij niet te rekenen, want die is '100 procent tegen vrede gekant en alleen geïnteresseerd in het voortduren van de bezetting en het bouwen van nederzettingen'.

De advocate geeft bovendien fel af op de door Hamas in de Gazastrook verworven vrijlating van meer dan duizend Palestijnse gevangenen, na de ontvoering van Gilad Sjaliet. Terwijl Fatah, dat de gewapende strijd jaren geleden staakte en een politiek proces met Israël is aangegaan, niet als bewijs van goede wil op een soortgelijk gebaar heeft mogen rekenen. "Dat geeft een heel verkeerde boodschap af."

In de Hadarimgevangenis zit Marwan Bargoeti ondertussen allesbehalve bij de pakken neer. Hij heeft geen toegang tot internet, maar leest elke dag vier Israëlische en een Palestijnse krant, luistert naar de radio en kijkt televisie. Hij verslindt Arabische, Hebreeuwse, Engelse en Franse boeken over geschiedenis, filosofie, politiek en literatuur. En tussendoor heeft hij, zonder dat zijn bewakers het merkten, een proefschrift geschreven en pagina voor pagina naar buiten gesmokkeld. Daar kwam Israël pas achter nadat hij, bij wijze van grote uitzondering langs schriftelijke weg, aan de universiteit van Caïro was gepromoveerd.

Haar man is rustiger geworden, meent Fadwa Bargoeti, en heeft door de honderden boeken die hij las een diepere visie ontwikkeld. "Het is waar dat mijn loyaliteit jegens hem een verplichting is, maar ik heb nooit gedacht: 'Was ik maar met een arts getrouwd'. De vrouw van Marwan Bargoeti te zijn is iets heel unieks."

Marwan Bargoeti
Na het uitbreken van de Tweede Intifada in 2000 werd Marwan Bargoeti leider van de Al-Aksa Martelarenbrigade en van de Tanziem. Beide aan Fatah gelieerde organisaties namen deel aan de gewapende strijd en waren verantwoordelijk voor een reeks van aanslagen. In interviews zei Bargoeti destijds aanvallen op kolonisten en militairen te zien als legitiem verzet.

Na een bijna twee jaar durend proces werd de Intifadaleider op 20 mei 2004 schuldig bevonden aan betrokkenheid bij vier aanslagen, waarbij in totaal vijf doden vielen. Hij zou de desbetreffende eenheden hebben bewapend en gefinancierd. Twee van deze aanslagen vonden plaats binnen Israël, ofschoon Bargoeti altijd stelde tegen aanvallen op burgerdoelen te zijn. Hij werd vrijgesproken van betrokkenheid bij de dood van 32 anderen.

Zelf omschreef Bargoeti de rechtsgang als een politiek proces. Hij weigerde zich te verdedigen. Volgens hem had de rechtbank geen bevoegdheid om hem te veroordelen en is hij een politieke gevangene.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden