Palestijnse gebieden / Hamas contra Arafat

De Palestijnen zijn verdeeld in twee kampen. Voor wie moeten ze kiezen, voor Jasser Arafat of voor sjeik Jassin, de leider van het radicale Hamas. Als Arafat toegeeft aan de harde Israëlische eisen, die vergezeld gaan van zware militaire druk, kan de Hamas op nog meer steun rekenen. Veel Palestijnen voelen er niets voor om een leider te steunen die met de Israëliers heult. ,,Arafat, die is bang voor de Joden.'' En ,,moge Allah hem straffen.'' Een reportage uit het gehavende Ramalla.

Jasser Arafat of sjeik Ahmad Jassin, als Palestijns leider, dat is deze ochtend het belangrijkste onderwerp van gesprek in de Palestijnse supermarkt in Ramalla. ,,Geef mij maar Jassin'', zegt de jonge verkoper, ,,hij vreest alleen God, en niet de mensen. Zoals Arafat, die is zelfs bang voor de joden en doet wat ze willen.'' De verkoper is zo opgewonden dat hij een vergissing maakt bij het berekenen van de kosten. Een klant trekt slechts zijn schouders op en zegt gelaten: ,,Noch de een noch de ander, onze leiders zijn niks tegen de joden''.

Nog nooit is Jasser Arafats positie zo precair geweest als nu; hij zit volledig ingeklemd tussen de Israëlische hamer en het Palestijnse aambeeld van Hamas. Palestijnse analytici houden er ernstig rekening mee dat de Hamas-beweging in populariteit de Fatah-partij van Arafat zal voorbijstreven. Dat zal zeker gebeuren als de harde Israëlische onderdrukking zich voortzet.

De getrouwen en de leden sluiten de rijen achter de beide partijen en verdelen het land ruwweg in twee kampen. Dit komt vooral door de golf van arrestaties die Arafat liet verrichten onder leden van de Hamas-beweging. Na de Israëlische bombardementen had Hamas nog de mond vol van nationale Palestijnse eenheid tegen de Israëlische bezetting. Maar die houding is in korte tijd veranderd. Die eenheid is nu ver te zoeken.

Opvallend is dat de Hamas-beweging vooral populair is onder vrouwen. Rima, een jonge huisvrouw woont in een huis waar traditiegetrouw altijd Hamas-aanhangers hebben geleefd. De pater familias sjeik Baha, houdt iedere vrijdag opruiende preken in de nabijgelegen moskee. Zijn oudste zoon zat tweemaal vast in de Israëlische gevangenis tijdens de vorige intifada; de schoondochters maken hun tijd verdienstelijk in de gaarkeukens van de charitatieve instelling voor vrouwen, al Gansa', in el Bire.

Rima: ,,Geloof maar niet dat iedereen achter Jasser Arafat staat. Heel in het begin van de intifada geloofden we nog wel wat hij zei, maar hij deed nooit wat voor zijn eigen volk. Het is een slechte man.'' Sjeiha Aida, de vrouw van de sjeik, voegt er aan toe: ,,Je ziet wat hij gedaan heeft: moslims vechten nu tegen moslims. Moge Allah hem straffen.'' Ze komt net terug van het vrijdagmiddaggebed en heeft haar traditionele witte doeken omgewikkeld.

Beide vrouwen vinden dat de Israëlische premier Ariel Sjaron de Palestijnse leider Arafat in het nauw heeft gebracht, hij krijgt alle schuld van het geweld: ,,Sjaron wil Libanon herhalen, hij wil hier opnieuw een Sabra en Sjatila aanrichten'', zegt de sjeiha. (In Sabra en Sjatila werd in 1982 een slachting aangericht onder Palestijnse vluchtelingen, ook vrouwen en kinderen. De Libanese falangisten gingen uitzonderlijk wreed te werk. De slachting vond plaat onder verantwoordelijkheid van de Israëlische minister van defensie Sjaron -red.) aanrichten'', zegt de sjeiha.

Maar met het oog op de gemeenschappelijke Israëlische vijand krijgen moeder en schoondochter toch medelijden met Arafat en zeggen dat hij net zo 'zielig' is als zij zelf zijn. ,,Ze bombarderen vlakbij, er staan tanks in de straat, we kunnen nergens meer naar toe vanwege al die checkpoints, die controles. Zelfs de andere kant van Ramalla kunnen we niet meer bereiken en de soldaten sturen de sjeik terug bij het checkpoint voor Jeruzalem. Hoe de toekomst er uit zal zien, ik weet het niet meer, elk maand wordt het hier erger'', verzucht de sjeiha.

Het flatgebouw van het Palestijnse ministerie van volkshuisvesting staat op zo'n honderd meter afstand van het gebombardeerde hoofdkwartier van Jasser Arafat. Het presidentiële kantoor heet het in de volksmond. Het is een groot terrein met uit beton opgetrokken gebouwtjes; nu is er een groot zwart gat te zien. Het handjevol ambtenaren van het ministerie van volkshuisvesting rende naar buiten om te kijken. Maar Afnan Ajasj, ook werkneemster op het ministerie, zat thuis in Toelkarem omdat ze niet meer naar Ramalla had kunnen komen. De stad was hermitisch afgesloten.

,,Vroeger, vóór de intifada, zeiden we dat we na de Israëliërs een oorlog zouden beginnen met de Palestijnse Autoriteit. Nu beseft iedereen dat Arafat, ondanks alles, onze toekomst is. Minder dan ooit begrijpt het Westen ons nu. En dan bedoel ik vooral Amerika. Ze willen niet dat er ooit een Palestijnse staat komt. We staan alleen.'' Maar hebben de Hamas-zelfmoordaanslagen daar zelf niet voor gezorgd?

Ajasj: ,,Hamas is niet goed voor ons. Net nu de Amerikanen een speciale afgezant (generaal b.d. Anthony Zinni, red.) stuurden, gaat het helemaal mis. En wij hebben geen goede public relations, geen goede sprekers die het Westen kunnen beïnvloeden zoals minister van buitenlandse zaken Sjimon Peres en Benjamin Netanjahoe. Daarom beseffen ze in het Westen nog steeds niet dat wíj de slachtoffers zijn en niet de Israëliërs.''

Ajasj's echtgenoot is ook ambtenaar en ondanks hun gevoel van gedeelde verantwoordelijkheid voor hun land, vertrekken ze vermoedelijk binnenkort naar buurland Jordanië. Hoewel Ajasj vindt dat Arafat de toekomst van de Palestijnen vormt, kwam het echtpaar tot de conclusie dat hun leven niet synchroon loopt met dat van de Palestijnse Autoriteit.

Voor Arafats ambtenaren is het zonneklaar dat de Israëlische premier Sjaron uit is op de val van zijn aartsvijand en al zijn instituten. Het zou rampzalig zijn voor de op sterven na dode Palestijnse economie, want Arafat en de zijnen vormen de grootste werkgever in het gebied. Er is absoluut geen ander werk voor de 118000 ambtenaren, die met hun salaris gemiddeld per persoon zes mensen in leven houden.

Verreweg het merendeel van deze ambtenaren behoort tot El Fatah. Dat geeft Arafat een zeker reservoir van getrouwen. Het is niet altijd uit liefde, maar ook uit overlevingsdrang dat de ambtenaren de rijen achter Arafat sluiten. Deze kleine middenklasse ziet de radicale Hamas dan ook als een gevaar voor het hele overheidsapparaat. En voor hun eigen broodwinning.

Ghada Ibrahim, werkt op het ministerie van financiën in Ramalla en is altijd een fervent Fatah-aanhangster geweest, maar nu is ook zij bang. ,,Ik blijf Arafat trouw. Natuurlijk, ik zou liegen als ik niet bang ben dat de Palestijnse Autoriteit zal verdwijnen. En dus ook mijn baan. Nu al overleven we alleen door leningen van banken en donaties, dat is mijn salaris.''

Na het vrijdagmiddagmiddaggebed stromen de jongens uit het vluchtelingenkamp Kalandia weer traditiegetrouw naar het door Israëliërs bemande checkpoint om stenen te gooien. De soldaten kijken met de handen in hun zakken verveeld naar wat er allemaal gebeurt. Een Palestijnse loodgieter die uit Ramalla komt en naar Jeruzalem wil gaan om daar werkzaamheden te verrichten, wacht naast de chauffeur in de personenwagen de strenge controle af. De soldaat pakt zijn oranje identiteitskaart af en stopt hem in zijn zak. De loodgieter moet de auto uit en krijgt dan pas zijn identiteitskaart terug. Langzaam loopt hij weer terug naar huis. Er is nauwelijks een woord gewisseld. Dit kat en muis spel is iedereen hier tot vervelens toe bekend. Dag in, dag uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden