Palestijnen werken in Israël. Maar werken in een nederzetting, dat doe je niet

Said Rasjed Samhan (95) is de oudste man van het dorp. Zijn neef heeft tien jaar vastgezeten vanwege stenen gooien. Beeld Geert van Kesteren

Veel inwoners van het Palestijnse dorp Ras Karkar werken in Israël. Daar verdienen ze nu eenmaal meer. Maar werken in een nabijgelegen nederzetting, dat doe je niet.

Ras Karkar is zo'n typisch Palestijns dorp. Eén toegangsweg is afgesloten met grijze betonblokken. Die staan plompverloren, lijkt het wel, midden op de weg. Bezetting en esthetiek hebben weinig raakvlakken. Het is niet de bedoeling dat de inwoners van Ras Karkar die weg nog gebruiken, want het is een aftakking van de 'kolonistenweg'. 

Die is speciaal voor de kolonisten verbreed en strak geasfalteerd. Bij de andere toegangsweg tot het dorp staat een wachttoren. Je kan de Israëlische soldaten daarin niet zien, de kijkgaten zijn klein. Fedwa Samhan (51) woont in hun blikveld: "Wij kunnen hen niet zien, zij ons wel. Zij hebben ook een camera."

Als er demonstraties zijn van jongeren uit het dorp of als de kolonisten hier dreigend komen rondhangen, dan komen er meer soldaten, vertelt ze. Hoe de nederzettingen van die kolonisten in de buurt heten, dat weet ze niet. Ze komt daar nooit, zou er trouwens ook niet naar binnen mogen.

Fedwa woont in het eerste huis van het dorp. Ze durft bijna niet op de foto, want als de soldaten dat zien, gaan ze hun misschien wel pesten. "Soms patrouilleren ze 's nachts langs ons huis. Wij zijn altijd als eerste aan de beurt als er iets is."

Ze is hier geboren en één jaar ouder dan de bezetting. Een huis voor haar zoon en zijn gezin bouwen, op het land naast het hare, dat ging niet door. Ze begonnen er wel aan, maar het Israëlische leger gooide het plat. "Militair terrein, zeiden ze."

Bij de toegangsweg tot Ras Karkar staat zo'n immens, knalrood bord dat je het onmogelijk kan missen. Het waarschuwt dat hier een Palestijns dorp is: The Entrance for Israeli Citizens is Dangerous. Dit is namelijk 'Gebied A'. Het valt formeel onder controle van de Palestijnse Autoriteit. Bij de Oslo Akkoorden werd de Westoever verdeeld in verschillende gebieden. 'Gebied C' is het grootste, ruim zestig procent van al het land. Daar is het Israëlische leger de autoriteit, daar zijn ook de nederzettingen.

Nieuwe moskee

Abu Yousef (70) neemt me mee naar de nieuwe moskee in aanbouw, midden in het dorp. Een ruime open hal, hoge ramen. De oude werd te klein. Alle inwoners hebben gedoneerd. "De een wat meer dan de ander, wij hebben veel gegeven." Ras Karkar (zo'n 2300 inwoners) is best een welvarend dorp, vertelt hij. "Er zijn een paar boeren, sommigen werken bij Coca Cola of de Palestijnse Autoriteit in Ramallah, maar de meesten werken in Israël, in de bouw."

"Maar hoezo wil jij een verhaal schrijven over de bezetting?", zegt Abu Yousef ironisch, als we bij hem thuis aan een klassiek Palestijns ontbijt zitten. Brood, olijfolie, zatar, olijven, thee met salie. Hij is voormalig directeur van de jongensschool hier. 

Nu loopt hij in trainingspak, en heeft hij lekker de tijd om de Koran te lezen. "Is er iemand in de wereld die iets geeft om de bezetting die al vijftig jaar duurt? Israël doet toch wat het zelf wil." Hij doelt niet alleen op desinteresse van het Westen. "De Golfstaten dragen ook niks bij."

Iets hoger op de heuvel waarop Ras Karkar is gebouwd, komen we langs de oude moskee. Op vrijdagen is het zo druk dat de dorpelingen ook buiten bidden. Aan de muren hangen posters met portretten van martelaren, de meesten zijn een collage van hun gezicht, op de achtergrond de gouden Rotskoepel van Jeruzalem en een Palestijnse vlag. 

Martelaren zijn de jongens (slechts enkele meisjes) die zijn gedood door het Israëlische leger. "De laatste jaren zijn hier geen martelaren gevallen", zegt Abu Yousef. En jongens in de gevangenis? "Een stuk of vier, vijf op het moment".

In het huis van de familie Said Rasjed Samhan (95) hangt ook een portret aan de muur. "Jihad, een neef van ons. Hij is tijdens de tweede intifada vermoord door de joden", vertelt Said, de oudste man van het dorp. Hij rookt de ene sigaret na de andere. In de ruime woonkamer met donkerbruin meubilair en goudkleurige kleedjes op de bijzettafeltjes, heeft zich ter gelegenheid van ons bezoek een hele reeks familieleden verzameld.

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Het Palestijnse dorp Ras Karkar op de Westoever is een relatief welvarend dorp. De meeste inwoners werken in de bouw in Israël. Formeel valt het dorp onder controle van de Palestijnse Autoriteit. Beeld Geert van Kesteren

Tien jaar cel

Een van hen is Abdel Khalek Samhan (32). Hij kwam onlangs vrij. Tien jaar geleden, het was de tweede intifada, werd hij opgehaald in het dorp. "In de militaire rechtbank getuigden de soldaten dat ik stenen naar hen had gegooid. Tien jaar. Natuurlijk ben ik boos. Vergelijk het eens met de Israëlische soldaat die een Palestijn doodschoot in Hebron. Achttien maanden krijgt die."

Abdel loopt tien jaar achter op zijn leeftijdsgenoten, de jongens met wie hij op school zat, zegt hij. "Maar nu ben ik getrouwd. Mijn vrouw is zwanger van ons eerste kind." Psychologische hulp voor ex-gevangenen is er niet. Over dat soort dingen wordt hier niet gepraat.

Wat hij doet met zijn boosheid? "De enige oplossing is politiek, geweld is geen oplossing meer. Mij is het trouwens verboden om aan politiek doen. Ze houden me heel goed in de gaten." Abdel hoopt op twee staten, die als buren naast elkaar leven. "Nee, ik heb geen problemen met Israëliërs, ook al hebben ze me vastgezet."

In dit gezelschap heeft niemand iets tegen joden, ze behoren allemaal tot de gematigde Fatah-partij. Dat is weleens anders, in andere dorpen, en de vluchtelingenkampen vooral, waar je regelmatig hoort dat het hele Israël maar beter kan verdwijnen. Said grinnikt als hij onthult: "Elke avond voor het slapen gaan vraag ik God om Abu Mazen (president Abbas) een natie te laten maken. In de Westbank, naast die van de joden."

Hij herinnert zich hoe Israël, toen het in 1967 'hier kwam', met het dorp wilde overleggen. "Wij hebben hier drie grote families. Elke familie koos één afgevaardigde. Dat ging door tot in de jaren tachtig. Maar toen kwam premier Sharon en begon de nederzettingenbouw. Ze zetten de joden tussen onze dorpen in. Toen werd de relatie slecht."

Vanaf toen begonnen de wegafsluitingen, de vernielingen, het omhakken van de olijfbomen door de kolonisten. "De kern van het probleem is", zeggen Said en de anderen in het gezelschap, "dat Israël het héle land wil hebben".

Haj Abed Fheida (72) weet daar alles van. Hij neemt me mee naar zijn familieland net buiten het dorp, op de berg aan de andere kant van de kolonistenweg, bij de militaire wachttoren. Kwiek klautert hij ondanks de hitte over de rotsen omhoog, in zijn keurige blauwe blazer en gestreken pantalon. Hij is getraind, doet dit bijna elke dag.

Dit is niet 'Gebied A', zoals het dorp zelf, maar 'C'. De Palestijnen hebben hier niks te zeggen, het leger is de baas. Er is weleens op hem geschoten, als hij naar zijn olijfbomen ging. "Ik zat op mijn ezel, ze schreeuwden: stop! Ik zei: ik stop niet. Dit is mijn land."

Eenmaal boven blijkt het familiebezit een weelderig park, met honderden olijfbomen, bloemen en kruiden. In het midden heeft Abed zelf een waterput uitgehakt. Hij vangt het regenwater op voor de jonge aanplant. Vanaf hier kun je aan alle kanten over het heuvelland uitkijken.

Bij het volgende Palestijnse dorp rijst een rookpluim op. Er wordt afval verbrand, vuilnisophaal is hier nauwelijks geregeld. Daarnaast ligt Deir Ammar, een dorp met veel vluchtelingen van 1948, toen Israël werd gesticht. Naar het westen de Middellandse zee, de torens van Tel Aviv schitteren in het zonlicht.

Aan de andere kant liggen de nederzettingen, strategisch op de heuvels gebouwd. Abed kent ze allemaal bij naam. "Daar zijn Talmon, Talmon 2 en Talmon 3. Dat daar is Dolev. En daar is een nieuwe bijgekomen. De boeren daar hebben nu een vergunning van het leger nodig om hun olijven te plukken. Een paar dagen krijgen ze, dat is niet genoeg om de hele oogst binnen te halen."

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Waarschuwingsbord bij Ras Karkar. Beeld Geert van Kesteren

Land afpakken

Ook van hem heeft Israël geprobeerd het land af te pakken. Hij is naar de militaire rechter gegaan (een civiele is er immers niet voor Palestijnen). Zes jaar heeft de zaak geduurd. "Ze vroegen me: wil je geld? Hoeveel wil je? Je krijgt een open cheque. Ik heb gezegd: je krijgt nog niet één rots van me." Niemand wil hier grond aan de joden verkopen, zegt Abed. "Want zodra ze één dunam hebben, beginnen ze een nieuwe nederzetting."

Als we in het late zonlicht de heuvel aflopen, is het een komen en gaan van auto's en busjes bij de ingang van Ras Karkar. De arbeiders komen terug uit Israël. Plastic tasje, stoffige werkbroek, en een heleboel 'salaam en tot morgen'. Daar tref ik Baha Samhan (36), de broer van Fedwa. Hij werkt momenteel in een nieuwbouwproject in de stad Ra'anana. "Ik vind het geen enkel punt om met joden te werken. Dat zijn gewoon mensen."

Baha heeft een hele reeks studies gedaan. Hij heeft een BA in economie (in Jordanië gehaald), een BA in geografie en advocatuur (op de Al Quds universiteit in Oost-Jeruzalem). "Er zijn hier geen banen, in geen van deze richtingen. Bij de Palestijnse Autoriteit zou ik hooguit 700 tot 1000 dollar per maand krijgen. In Israël verdien ik nu 2500 dollar." Daar moet dan wel het bedrag af voor de werkvergunning, 2500 shekel per maand - zo'n 650 dollar. Al met al beter dan wat hij op de Westoever kan krijgen.

"Mensen willen gewoon geld verdienen, aan beide kanten. Werken in Israël heeft niks met het conflict te maken. De joden verdienen eraan en wij ook. Alle bouwvakkers spreken Hebreeuws", zegt Abu Yousef.

Eén uitzondering daarop: werken in een nabijgelegen nederzetting, dat doe je niet, legt voormalige schoolmeester uit. "Dan moeten we werken op het land dat ze van ons hebben afgepakt, dat gaat niet. En daar komt bij: we zijn bang voor elkaar. De kolonisten voor ons, wij voor de kolonisten." Maar wie zijn dan de Palestijnen die daar in de bouw werken? Abu Yousef: "Dat zijn mensen uit bijvoorbeeld Hebron, van ver weg. Zoals wij in de nederzettingen verder weg werken. Alleen die op je eigen land, dat doe je niet."

Zesdaagse oorlog

Dit verhaal is het slot van een serie over de gevolgen van de Zesdaagse Oorlog. Vijftig jaar geleden brak deze oorlog uit tussen de nog jonge, Joodse staat Israël en de Arabische landen. Israël kwam er gesterkt uit. De Palestijnen kwamen onder Israëlische militaire bezetting en die duurt voort tot op de dag van vandaag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden