PALEO-ANTROPOLOGIE

Wajak-1 en Wajak-2 zijn een belangrijke overgangsvorm in de evolutie van de mens. Althans: in één van de daarvoor geformuleerde modellen. Paleo-antropoloog Paul Storm promoveert morgen op een hernieuwde studie van deze op Java gevonden schedels. Niks overgangsvorm, stelt hij. Het multi-regionale ontwikkelingsmodel ligt weer wat dichter bij de schroothoop.

Morgen verdedigt Storm zijn proefschrift aan de Vrije Universiteit in Amsterdam; vrijdag zal hij in Den Haag de inhoud nog eens uit de doeken doen voor Britse, Franse en Amerikaanse collega's.

En dat terwijl je zijn onderwerp in Nederland gerust marginaal mag noemen. Hoeveel echte paleo-antropologen zijn er op dit moment in ons land? Twee à drie, de rest is naar het buitenland vertrokken. Anderhalf jaar geleden promoveerde in Utrecht Fred Spoor, maar die zat toen al in Groot-Brittannië. Twaalf jaar geleden was er Hilde Uytterschaut. In Groningen, ook weg. We maken geen aanspraak op volledigheid, maar veel zullen we er niet vergeten: 28 jaar geleden verdedigde Teuke Jacob zijn dissertatie aan de Universiteit Utrecht. Jacob kwam uit Indonesië en ging weer terug. Wat moest hij ook, zegt Storm, met een sombere blik naar zijn eigen toekomst: “Hier valt in dit vak geen droog brood te verdienen.”

Dit vak, dat is de paleo-antropologie. Storm definieert: hoe is de mens geworden? Een speurtocht aan de hand van tastbare resten: fossielen. De grondlegger was Eugène Dubois, een Nederlander. Vooral aan hem dankt ons land het bezit van een bijzondere collectie prehistorische, menselijke resten. Maar geld voor onderzoek, ho maar. Je kunt in ons land niet eens paleo-antropologie studeren.

Neem Storm. HBO zoölogie. Amanuensis biologie. Vakantie in Oost-Afrika, waar hij, na een bezoek aan het museum van Richard Leaky in Nairobi, door het onderwerp werd gegrepen. Zijn studieprogramma in Leiden moest hij, de nodige hindernissen nemend, zelf componeren. Zijn promotie komt uit eigen zak.

Hoe is dat mogelijk, bij een onderwerp dat zich in zo'n grote publieke belangstelling mag verheugen?

Vier redenen. De moeilijkste, de ongrijpbaarste: religie. Hij wijst op de discussie, de commotie, over evolutie en eindexamen deze zomer. “En dat ging over evolutie in het algemeen. De evolutie van de mens, dàt komt pas echt dichtbij.”

Geld is natuurlijk ook een oorzaak. “Maar daar hebben alle wetenschappers last van.” En: er worden in Nederland geen fossielen gevonden. België heeft Spy, Duitsland het Neandertal. “Maar in de Verenigde Staten is nog nooit iets uit de grond gehaald, en daar is het universitaire studie.”

“Het meest voelbaar voor mijzelf”, noemt hij de vierde reden: de paleo-antropologie past niet in één van onze hokjes. Het is geen biologie, geen archeologie en geen geneeskunde, het is van dat alles een beetje. Kom je dan om geld, dan kun je het overal schudden. “Het vak heeft geen eigen huis.”

Tegen de klippen op zal hij morgen promoveren. Op een nieuwe interpretatie van de plaats in de menselijke wordingsgeschiedenis van twee schedels: de Wajak-schedels, Wajak-1 en Wajak-2, die eind vorige eeuw bij het gelijknamige dorpje op Java werden gevonden.

Storm plaatst deze schedels in een Javaanse context. Dat kan zelfs politieke gevolgen hebben - dáárover straks iets meer. Wetenschappelijke consequenties zijn er zeker. Eén van de modellen voor de oorsprong van de moderne mens ligt weer wat dichter bij de schroothoop.

Het multi-regionale ontwikkelingsmodel heet dat. De hypothese: Homo erectus, de 'rechtopgaande mens', trok één miljoen jaar geleden vanuit Afrika over de wereld. In Azië, Europa, Australië en natuurlijk Afrika ontwikkelde hij zich tot Homo sapiens, de moderne, 'wetende mens' die we, in de fossielen, in de afgelopen honderdduizend jaar overal zien verschijnen.

Als het model klopt, moet de fossielenverzameling op elk van de vier continenten een geleidelijk verandering in de tijd laten zien. En het klopt, zeggen de aanhangers. Kijk bij voorbeeld naar Zuidoost-Azië en Australië. Daar klopt het dus niet, meent Storm.

De Nederlander vergeleek de Wajaks met 30 prehistorische schedels. Met 8 stuks die elders op Java, bij het plaatsje Ngandong, werden gevonden. En met nog eens 22 exemplaren die in China, ook op Java, op Nieuw-Guinea en in Australië uit de grond werden gehaald.

De Ngandongs zijn de oudste, meer dan 100 000 jaar. Ze zijn uitgesproken 'erectus'. De leeftijd van de 22 andere varieert: van 2 000 tot 30 000 jaar. De morfologie van hersenpan, aangezicht en onderkaken van deze schedels is typisch 'sapiens'.

Daar kan een aanhanger van het model nog mee leven. Dertigduizend, honderduizend: een gat van 70 000 jaar, tijd te over voor ontwikkeling. En we hèbben nog de Wajaks. Die zijn robuust, zeg maar een beetje 'erectus'. Ze doen ook denken aan de Aboriginals, dat 'oervolk' in Australië. Daar heb je, zegt de aanhanger, de ontbrekende schakel.

Fout, meent Storm. De Wajak-schedels hebben geen Aboriginal-trekken. Naast de 32 prehistorische schedels bestudeerde hij ook nog eens 274 eigentijdse exemplaren: koppen van maximaal een paar honderd jaar oud. Alle sapiensschedels uit China en Java, eigentijds en prehistorisch, zijn wat we tegenwoordig typisch Aziatisch noemen. Ze zijn tamelijk rond (“net bolletjes”), hebben een vlak aangezicht en hoge jukbeenderen. Oók de weliswaar wat geprononceerdere Wajak-resten. Alle schedels van Nieuw-Guinea en uit Australië daarentegen zijn typisch 'Australisch'. Die hebben trekken die aan de Aboriginals doen denken: licht eivormig, met zware wenkbrauwbogen.

Over morfologie kun je natuurlijk eindeloos twisten. Maar datering, dat is hard. De schakel tussen Erectus en Sapiens moet tussen de 30 000 en 100 000 jaar oud zijn. Storm heeft de leeftijd van de Wajaks laten bepalen - dat was nog niet gebeurd. De klap: ze zijn maar 6 500 jaar oud.

Bezie de nieuwe situatie. Erectus verdwijnt. Een tussenvorm ontbreekt. En dan is daar plotseling Sapiens. Een ander model dringt zich op. Een model dat steeds meer paleo-antropologen voor zich begint te winnen. Out of Africa heet het in de populair-wetenschappelijke literatuur of, ironisch, 'Noachs Ark'.

Homo erectus evolueerde alleen in Africa tot Homo sapiens, zegt deze hypothese. Honderd- tot tweehonderdduizend jaar geleden volgde deze Afrikaan zijn voorganger naar de rest van de wereld. Ook naar Zuidoost-Azië, waar hij 50 000 tot 60 000 jaar geleden arriveerde. Waar hij de plaats innam van zijn voorganger en de oversteek naar Australië begon.

Storm is wetenschapper, dus voorzichtig in de formulering van zijn conclusies. Zijn interpretatie ondergraaft het multi-regionale ontwikkelingsmodel, beaamt hij. En sluit het snelle-vervangingsmodel zoals paleo-antropologen liever zeggen, niet uit. Hij beklemtoont: zijn conclusies gelden alléén 'Australazië'. Maar dan nog zijn ze meer dan een speldeprik. Het multi-regionale ontwikkelingsmodel werd immers onder andere op basis van de fossielen in dìt gebied ontwikkeld.

De Wajak-schedels werden eind vorige eeuw gevonden. Door B. D. van Rietschoten (1888) en de toegesnelde Eugène Dubois (1890). Geïnspireerd door On the origin of species van Charles Darwin (1859) arriveerde die in 1889 op Sumatra, op zoek, als eerste, naar de missing link tussen aap en mens.

De Wajaks konden dat niet zijn, constateerde Dubois al snel. Ze waren te modern. De grondlegger van het vakgebied verplaatste zijn aandacht van Zuid- naar Midden-Java. Naar Trinil, waar hij in 1892 een kies, een schedelkapje en een dijbeen ontdekte van een betere kandidaat: Pithecanthropus erectus, de 'rechtopgaande aapmens' - tegenwoordig weten we: Homo erectus.

Dubois vond de Wajak-schedels zó oninteressant dat hij er pas in 1922 over publiceerde. Hij was het die ze beschouwde als 'proto-Australisch', voorlopers van de Australiërs. Die interpretatie hield liefst zeventig jaar stand. Min of meer, nuanceert Storm. Cynisch: “Zo gaat dat als je wel materiaal maar geen geld voor onderzoek hebt. Hier ligt de zaak in een kluis. En in het buitenland denken ze: dat hebben ze daar al bekeken.”

Storm deed onderzoek van belang - het internationale symposium spreke voor zich. Het multi-regionale ontwikkelingsmodel klopt niet voor Australazië: het is een resultaat dat staat.

En er is meer. De Wajaks waren proto-Australisch en worden nu proto-Javaans. Met een leeftijd van 6 500 jaar zijn het nu de oudst bekende Sapiens-resten met een Aziatisch aangezicht die op Java zijn gevonden.

Hij heeft wel eens over een krantekop gegrapt: “Onderzoeker vindt oer-Javaan in Leiden.” Het deed collega's schrikken: “Als je dat van de daken schreeuwt, zou het tot claims van Jakarta kunnen leiden.” Iets dergelijks geldt voor één van de Australische schedels, die hij als eerste beschrijft. Deze 'Mungo' is waarschijnlijk de oudste moderne Aboriginal tot dusverre gevonden.

Dat is dan de positieve kant van zijn eenzame positie. Welke jonge wetenschapper krijgt de kans om zulk onderzoek te doen? “Ik zag het al direct, in 1986, toen ik begon. Student, hè, dan ben je nog overmoedig. Ik dacht: dit is een bal voor open doel. Ik moet zeggen, het heeft nog heel wat moeite gekost om hem erin te krijgen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden