Pakistanen verliezen respect voor hun oppermachtige leger

Het invloedrijke leger van Pakistan heeft te maken met ongekend felle kritiek sinds Bin Laden in dat land werd ontdekt. Maar deuken in het imago wist de krijgsmacht tot nu toe altijd weg te werken, 'omdat andere instituten veel minder goed functioneren'.

Welkom bij de hotline van het Pakistaanse Leger. Kies 1 voor onroerend goed, 2 voor bankzaken, 3 voor bouwwerkzaamheden, 4 voor logistiek, 5 voor landbouw. Voor beveiliging belt u met beveiligingsbedrijf Brinks.

Dit wrange grapje wordt sinds vorige maand via sms, Twitter en e-mail verspreid in Pakistan. Het slaat op de enorme hoeveelheid bedrijven die gerund worden door actieve en gepensioneerde militairen, van logistieke en aannemersbedrijven tot kunstmestfabrieken. Het grapje impliceert dat deze bedrijven het leger weerhouden van het uitvoeren van zijn hoofdtaak: het land verdedigen.

Het leger ligt in de Pakistaanse samenleving onder vuur sinds de dood van Osama bin Laden vorige maand. Daarbij vlogen 47 Amerikaanse commando's in vijf helikopters, tot grote schrik van veel Pakistanen, schijnbaar ongemerkt het Pakistaanse luchtruim binnen om vervolgens Bin Laden te doden en mee te nemen.

Dezelfde maand viel, wederom tot afschuw van een grote groep Pakistanen, een handjevol bewapende militanten marinebasis PNS Mehran in Karachi binnen en blies twee geavanceerde patrouillevliegtuigen op.

De gevreesde Pakistaanse geheime dienst Interservices Intelligence Directorate (ISI) moet het eveneens ontgelden. Eerder deze week werd de gerenommeerde Pakistaanse onderzoeksjournalist Saleem Shahzad dood gevonden. Dat was vlak nadat hij een verhaal publiceerde waarin hij banden tussen PNS Mehran marinemensen en Al-Kaida beschreef. Zijn collega's en mensenrechtenactivisten wijzen met een beschuldigende vinger naar de geheime dienst. Shahzad had in een e-mail naar een mensenrechtenorganisatie geschreven dat hij door de ISI bedreigd werd. De dienst ontkent betrokkenheid.

Ook Pakistaanse parlementsleden en televisiepresentatoren nemen het leger en de ISI op de korrel. De tirade van Asma Jehangir, een bekende Pakistaanse advocaat en activiste, veroorzaakte veel ophef. Ze noemde legerofficieren 'sukkels' die meer interesse tonen in het selecteren van geschikte bouwgrond, dan in het verdedigen van hun land. Het leger wordt in Pakistan regelmatig beschuldigd van het stelen van stukken grond. Legerwoordvoerder generaal-majoor Athar Abbas wilde hierop deze week in geen enkel medium reageren.

Het zijn ongekend kritische geluiden over een tot voor kort bijna heilig leger. Het leger beslist in Pakistan over alle zaken die met veiligheid te maken hebben, zeggen analisten. Daaronder valt ook het buitenlandbeleid, zoals de relaties met bondgenoot Verenigde Staten, bondgenoten in Afghanistan en aartsvijand India. Een Pakistaanse ambtenaar klaagde eens over bedreigingen aan zijn ministerie van buitenlandse zaken vanwege de onpopulaire relatie van zijn ministerie met de VS. "Maar dat beleid wordt hier helemaal niet gemaakt", zei hij, verontwaardigd zijn schouders ophalend, en verwees naar Pakistans militaire hoofdkwartier.

De politieke invloed van het Pakistaanse leger begon al vlak na de oprichting van Pakistan in 1947. Het werd al snel gezien als het enige goed draaiende instituut in de samenleving. Een overheid moest nog opgezet worden en leider Mohammad Ali Jinnah, alias de vader van de natie, overleed een jaar later, te kort om het land richting te geven. Sindsdien is het land ongeveer de helft van zijn bestaan geregeerd door het leger.

Nog steeds zien veel Pakistanen het leger als het enige functionerende en gedisciplineerde instituut ten opzichte van falende en corrupte overheden. Ook voelen veel Pakistani constant de dreiging vanuit India, in dit gevoel bevestigd en opgestookt door de lokale media en de staat. Onder meer daarom accepteren velen dat hun land nog geen fractie van het defensiebudget (wat zo'n 26 procent bedroeg van het totaal in 2011-2012) spendeert aan sociale voorzieningen, onderwijs en volksgezondheid.

De gevreesde ISI, ook bekend als de afdeling list en bedrog van het leger, wordt ook zelden ter discussie gesteld uit angst voor represailles. De dienst zou al tientallen jaren lang politieke verkiezingen beïnvloeden en ongewenste personen uitschakelen, beschuldigingen die de dienst van de hand wijst. Het aantal vaste medewerkers wordt door sommigen geschat op 10.000. Van de uitgaven van de dienst bestaan niet eens schattingen.

Toch weet het Pakistaanse leger deukjes in het imago altijd weer glad te poetsen en daar hoeft het weinig voor te doen, zegt oud-majoor-generaal en voormalig nationaal veiligheidsadviseur Mehmood Ali Durrani. "Het leger komt altijd vanzelf weer op zijn pootjes terecht omdat andere instituten veel minder goed werken", zegt hij.

Het leger hoeft ook niet te vrezen voor inperkingen van zijn macht ondanks de ongekende kritieken, aldus Imtiaz Gul, hoofd van het Center for Research and Security Studies in Islamabad. "Hoe kan een bevolking druk uitoefenen? Een manier is het parlement, want het parlement representeert de burgers. Maar op 13 mei heeft dit parlement een onzettend grote kans voorbij laten gaan om een concreet draaiboek te maken voor nauwkeurige toezicht en verantwoordingsplicht ten opzichte van de krijgsmacht." Luitenant-Generaal Shuja Pasha, het huidige hoofd van de ISI, moest zich op 13 mei van dit jaar tegenover het parlement verantwoorden voor de inval van de Amerikanen op Pakistaans grondgebied en de aanwezigheid van Bin Laden. Hij kreeg nauwelijks kritische vragen.

De Pakistaanse defensieminister Ahmed Mukhtar erkent dat zijn macht beperkt is. Hij is slechts verantwoordelijk voor het beleid en de administratieve zaken van Pakistans verdedigingstroepen. "We hebben nog geen systeem waarin de defensieminister bepaalt." Hij denkt echter wel dat de relatie tussen Pakistans overheid en leger kan veranderen, mits Pakistans relaties met India verbeteren. "Als we dit doel, het voorkomen van oorlog met India, voor ogen houden, zal de rol van de krijgsmacht in politiek opzicht op den duur verminderen."

India en Pakistan praten sinds vorig jaar weer met elkaar en sinds dit jaar zijn ook de legerleiders van beide landen weer met elkaar in gesprek. In 2008 werden de veelbelovend genoemde vredesgesprekken afgebroken, nadat terroristische aanslagen in de Indiaase havenstad Mumbai 166 mensen doodden. De terroristen bleken uit Pakistan te komen.

Een verbeterde relatie met India zou ook gevolgen hebben voor het budget van het leger, dat Mukhtar een 'in de watten gelegd instituut' noemt. "Als we vrede sluiten met India of een goede overeenkomst met India sluiten zal er veel minder geld naar de krijgsmacht gaan. Daarmee zouden we een heleboel goede dingen kunnen doen voor de armen in Pakistan." Het zijn opvallende uitspraken voor een defensieminister. Maar Mukhtar heeft dan ook geen defensieverleden, maar een zakenachtergrond. Naast zijn ministerschap is Mukhtar ook hoofd van Pakistans nationale vluchtvaartmaatschappij PIA.

Maar is een leger dat altijd zo in de watten is gelegd wel bereid om macht en financiële voordelen terugte geven onder deze voorwaarden? Mukhtar denkt van wel. Het leger zelf ontkent politiek actief te zijn en zegt zich te schikken naar de wensen van het parlement. Sommige analisten denken dat het leger volop aan de slag kan in het westen van Pakistan in de strijd tegen de taliban en consorten. Pas als die strijd ook gewonnen is, zou het leger mogelijk kunnen inkrimpen, zeggen zij.

Een betere relatie tussen Pakistan en India lost dan wel veel op, maar zal één probleem opleveren: Pakistans identiteit is gebaseerd op het niet-Indiaas zijn, zeggen analisten. Pakistan heeft op een bepaalde manier geprobeerd aan haar Indiase achtergrond te ontsnappen - historisch, geografisch en beschavingsgewijs, schrijft Aparna Pande in haar boek 'Explaining Pakistan's foreign policy: Escaping India'. Dat deed het land onder andere door een nieuwe ideologie centraal te stellen. De islam en het vormen van een islamitische eenheid moest het nationalisme gaan vervangen als basis voor een Pakistaanse identiteit. Deze ideologie ging ook deel uitmaken van het Pakistaanse buitenlandse beleid. Daarbij bleef India toch in beeld, als existentiële bedreiging van de natie Pakistan, een beeld dat de oprichters van Pakistan cultiveerden.

Ook het leger ging de islam als motivatie gebruiken, zo illustreert een gesprek tussen een analist en een hoge militaire officier, waarover die analist onlangs vertelde bij een lezing over nationale veiligheid in Islamabad. De militair had gezegd dat de islam gebruikt werd ter motivatie van de troepen. "Maar in Frankrijk gebruikt het leger toch ook het christendom niet om haar leger te motiveren", had de analist gepareerd. "Daar had de militair geen antwoord op." Andere middenkadermilitairen zeggen in gesprekken dat ze geen specifieke religieuze trainingen hebben ondergaan.

Volgens de militairen zelf vindt radicalisering, als het gebeurt, op eigen houtje plaats, mogelijk door de sociale ongelijkheden die de militairen zien. Dat roept het gevaar op dat ook binnen de gelederen van het leger religieus-fundamentalistische groepen kunnen ontstaan.

Het is moeilijk te bepalen in hoeverre Pakistaanse militairen extremistische ideologieën aanhangen. Volgens Pervez Hoodbhoy, een Pakistaanse fysicus en analist, is het leger te verdelen in een lager-, een midden- en een hoger kader. Het hogere kader doet zich voor als behoorlijk religieus, maar is dat eigenlijk niet. Het hogere kader heeft door de vele buitenlandse trainingen, zoals in de Verenigde Staten, ook meer contact met de wereld buiten Pakistans grenzen. Het lager- en middenkader is volgens Hoodbhoy vaker extreem religieus.

Er zijn verschillende aanwijzingen dat actieve en fundamentalistische militairen betrokken waren bij aanslagen. Zo moeten de terroristen die marinebasis PNS Mehran aanvielen hulp hebben gehad van binnenuit, geloven veel analisten en dat schreef Shahzad ook in het laatste artikel dat hij publiceerde voor zijn dood. Een ander belangrijk voorbeeld is een achttien uur durende gijzelingsactie op het hoofdkwartier van het Pakistaanse leger in Rawalpindi in 2009. Daarbij kwamen negen militairen en twee burgers om het leven.

Het is oneerlijk om het leger volledig verantwoordelijk te houden voor hun dominante invloed op de Pakistaanse burgerlijke overheid, schrijft politiek econoom S. Akbar Zaidi in de Pakistaanse krant Dawn. 'Ook de bange, weifelende, zwakke civiele elite en de compromissen die zij sluiten met het leger zijn hiervoor verantwoordelijk', schrijft hij. 'Ze dragen allebei bij aan het feit dat Pakistan als staat geen nationale zekerheid kan bieden.'

Nationale veiligheid is ook meer dan alleen fysieke verdedigingscapaciteiten, zegt oud-admiraal Fasih Bukhari. Toegang tot goed onderwijs, voedsel, gezondheidszorg en alle andere instrumenten van de staat bepalen de gevoelens van nationale veiligheid, zegt hij. Burgers die zich geborgen voelen in hun identiteit en economische omstandigheden kunnen harmonieuzer omgaan met hun omgeving dan iemand die constant het gevoel heeft van alle kanten bedreigd te worden.

Een nationaal veiligheidsbeleid is gebaseerd op drie vragen, zegt Bukhari. Nationale identiteit is de eerste. "Zijn we in de eerste plaats islamitische of menselijke wezens?" Pakistan heeft gekozen voor een islamitische identiteit, waardoor religieuze minderheden worden buitengesloten, zegt hij. De tweede en derde vraag draaien om het nationale doel en belangen. "Is het onze haat jegens India? Is ons algemeen belang het ontsnappen aan India? Als dat zo is, zorg je wel dat het leger alle financiering en middelen krijgt. Maar als je een staat wil die zorgt voor zijn burgers, dan is een goed draaiende economie je eerste doel, want voor zo'n systeem is geld nodig."

Pas als duidelijk gekozen is voor het laatste, zo betoogt Bukhari, kunnen de Pakistaanse overheid en het leger hun relatie verbeteren en meer in balans brengen. "Maar dat is een lang proces, want iedereen moet het gevoel houden eigenaar te zijn van de nationale identiteit, en mensen moeten erin onderwezen worden."

Enige nucleaire macht in de moslimwereld
Het Pakistaanse leger heeft zo'n 619.000 actieve militairen, 528.000 reserves en rond de 290.000 paramilitairen, schat Jane's Defense, een Brits bedrijf dat zich specialiseert in defensiezaken. In het noordwesten van Pakistan vechten zo'n 160.000 troepen tegen de Tehrik-e-Taliban (Pakistaanse taliban) en consorten. Sinds 2003 zijn bij deze strijd 3699 militairen om het leven gekomen, volgens South Asia Terrorism Portal, een website die op basis van openbare bronnen aantallen doden en gewonden bij aanslagen in Azië bijhoudt. Pakistan heeft naar schatting honderd nucleaire wapens. Het is in de moslimwereld de enige nucleaire macht. Sinds 2001 heeft Pakistan van de VS ruim 12 miljard Amerikaanse dollars ontvangen voor 'veiligheidsgerelateerde' kosten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden