Pakistaanse taliban wil strijden in Afghanistan

In het wetteloze stammengebied langs de grens met Afghanistan sluiten steeds meer Pakistaanse strijders zich aan bij de taliban, om te vechten tegen westerse troepen in Afghanistan. Correspondente Suzanna Koster was in het gebied en sprak met hen.

Suzanna Koster en Bannu

Stof waait op zodra de auto het stadje Bannu bereikt. Langs de weg staan zandkleurige stenen schuren met dichte rolluiken. Mannen in lange witte overhemden en wijde broeken slenteren er langs. Paarden met wagens, kleurige riksja’s en enkele auto’s razen hen voorbij. Vrouwen zijn nergens te bekennen. Niets in deze rust wijst op de desastreuze gevolgen van een intense machtsstrijd.

De auto draait de parkeerplaats van een hotel op. Hier vindt de ontmoeting plaats met vier Pakistaanse talibanstrijders. Zij zijn bereid te vertellen waarom zij strijden tegen de buitenlandse troepen in het buurland Afghanistan.

De tussenpersoon en bemiddelaar, noodzakelijk om dit soort ontmoetingen te regelen, neemt polshoogte en geeft aan dat het veilig is.

In het hotel leidt een lange trap naar een als vergaderruimte ingerichte kelder. Naar lokaal gebruik zijn er geen stoelen en tafels, alleen een tapijt, ronde kussens en asbakken. Buiten is het 40 graden. Een paar ventilatoren brengen enige verkoeling.

Als de tussenpersoon de strijders boven opwacht, klinkt er plotseling geschreeuw. Er is consternatie omdat de interviewer een westerse vrouw blijkt te zijn, een ongehoordheid voor een puriteinse radicale moslim. Vrouwen en mannen die geen familie van elkaar zijn, behoren volgens talibanregels strikt gescheiden te leven. Ook het ontbreken van een boerka is een probleem.

Pas als de bemiddelaar zegt dat journalisten, net als artsen, taken moeten uitvoeren die belangrijker zijn dan het geslacht of gezichtsbedekking, gaan de strijders overstag. Later bekent de bemiddelaar dat hij niet van tevoren heeft gezegd dat het interview door een vrouw zou worden afgenomen.

Op de trap klinkt gestommel. Een reusachtig dikke, bebaarde man betreedt de ruimte. Hij stelt zich voor als Maulana Attaullah Shah Bukhari, en is leider van de Pakistaanse taliban in Bannu, een stadje in West-Pakistan waar een machtsstrijd gaande is tussen de overheid en extremisten. Bukhari is tevens hoofd van een madrassa, een religieuze school.

Het grijze krulhaar van zijn baard hangt bijna op zijn borst en hij draagt een grijswit geblokte tulband. Hoewel hij na ieder antwoord vriendelijk zijn tanden bloot lacht, is het wat hem betreft oorlog. „Hier in Pakistan voeren we represailles uit, maar de Navo, de Amerikaanse en Britse troepen aan de andere kant van de grens zullen het meest lijden onder deze situatie.”

’Deze situatie’ – daarmee doelt Bukhari op het verbreken van de vredesverdragen tussen de Pakistaanse overheid en militanten.

Door die verdragen werden de Pakistaanse taliban oppermachtig, constateren analisten, ze hebben hele gebieden overgenomen. Regelmatig worden muziekwinkeltjes en kapperszaken in brand gestoken. De taliban eisen dat vrouwen boerka’s dragen en mannen hun baarden laten staan. Onlangs werden nabij Bannu twee vrouwen vermoord die ’van onzedelijke activiteiten’ beschuldigd werden, voor zover bekend de eerste keer dat vrouwen direct doelwit waren.

Bandieten en ontvoerders, die vóór deze zogenoemde talibanisering door het ontbreken van een effectief functionerende overheid een groot probleem vormden, werden gevangen genomen. „We martelden hen en brachten de gestolen goederen terug naar de rechtmatige eigenaren”, zegt Bukhari trots.

Nog trotser is de lokale talibanleider op de ’heropvoeding’ van 200 drugsverslaafden. „We martelden hen niet, maar zorgden voor medische hulp. Nu hebben ze allemaal baarden, bidden ze vijf keer per dag en leiden ze vreedzame en goede levens.”

Bukhari is al bijna dertig jaar een djihadi, vrijheidsstrijder, in Pakistan en Afghanistan, zegt hij. Jaren bracht hij door in de beruchte Haqqania-madrassa in Akora Khattak, in het noordwesten van Pakistan. Deze ’djihad universiteit’ leidde verschillende belangrijke Afghaanse talibanleiders op. Onder hen was Mullah Omar, de illustere leider die de Afghanen van 1996 tot 2001 een strenge interpretatie van islamitische wetgeving oplegde. Hij is nog altijd voortvluchtig.

Een jongeman in een shalwar kameez, een traditioneel gewaad, en een korte baard meldt zich. Hij heeft een wit islamitisch bidpetje op. Het is de 26-jarige Pakistaanse talibancommandant Majnoon. Hij doet zijn uiterste best om oogcontact te vermijden. Hij zegt dat de vrijheid van de Pakistaanse taliban voorbij is. „Nu is het oorlog tussen ons en de misdaad bestrijdende diensten”, zegt hij. Sinds juli kwamen meer dan 200 politiemensen en militairen om in gevechten en bomaanslagen in de regio, vermoedelijk door Pakistaanse taliban, hoewel die aanslagen niet officieel zijn opgeëist.

Majnoon is getrouwd, heeft een dochter van zes, die niet naar school gaat, en een zoon van drie. Zijn familie heeft een vrachtwagenbedrijf en vervoert goederen. Zelf ging de talibanstrijder naar school tot zijn veertiende. Daarna sloot hij zich aan bij een religieuze school. Verrassend is zijn levensverloop niet. Volgens de overheid is 94 procent van de mensen hier analfabeet en leeft zeker 60 procent onder de armoedegrens.

Eerder hield Majnoon zich vooral bezig met het uitvoeren van morele controles. „Ik liep patrouilles om illegale handelingen in de gaten te houden, dingen die tegen de sharia waren”, zegt hij terwijl hij zo ver mogelijk de andere kant op kijkt.

Toch wil Majnoon liever weer naar naar Afghanistan. Hij verwijst naar het vredesakkoord dat vorig jaar werd gesloten tussen de Pakistaanse autoriteiten en de lokale stammen. Afgesproken werd dat de stammen geen strijders meer naar Afghanistan zouden sturen. In ruil daarvoor trok het Pakistaanse leger zich terug uit de wetteloze stammengebieden in West-Pakistan. Maar het vredesakkoord is inmiddels verbroken, en dus trekken er weer strijders de grens over.

„In het vredesakkoord was afgesproken dat we niet naar Afghanistan zouden gaan en Pakistan daarmee een slechte naam zouden bezorgen”, zegt Majnoon. „Nu de vrede voorbij is, is onze eerste prioriteit om de grens over te gaan. Nu zijn we grenzeloos. De operationele trainingskampen die we hier hadden, zijn nu gesloten. Velen zijn op weg naar Afghanistan om trainingen in zelfmoordaanslagen en dergelijke te krijgen. Het is wel veel moeilijker geworden om ons in groepen of colonnes te verplaatsen, want militairen en politiemannen zijn nu overal.”

Er lijkt in Pakistan een nieuwe generatie strijders te zijn opgestaan. Zij vechten liever tegen Navo-militairen in Afghanistan dan tegen het Pakistaanse leger. „De Amerikanen zijn ergere vijanden dan het Pakistaanse leger”, zegt Majnoon. Voordat de vredesverdragen vorig jaar van kracht werden, vocht hij ook al tegen buitenlandse troepen in Afghanistan. Ooit lokte hij naar eigen zeggen twintig tot dertig Amerikanen in een hinderlaag in de Afghaanse provincie Khost. Zes of zeven Amerikanen kwamen toen om, zegt hij. Na de vredesovereenkomst keerde hij terug naar Pakistan.

De militaire operaties in Afghanistan waren simpel, vertelt Majnoon. „Eerst stuurden we een paar mensen vooruit die een ruwe schets van de omgeving maakten. In de middag stuurden we iemand om de situatie te bekijken. Twee of drie uur later, als het donker was, vielen we aan. We verbrandden alles wat in ons bereik lag, of het nu Amerikansen waren of mensen van de Noordelijke Alliantie (Afghaanse anti-taliban troepen - red.)”, zegt hij.

Een andere Pakistaanse talibanstrijder – hij wil niet met naam worden genoemd – schept op over de communicatiemogelijkheden tussen de Afghaanse en Pakistaanse taliban. „We weten hoe we elkaar moeten bereiken. We hebben een draadloos systeem waarmee we communiceren en ophelderen wanneer ze komen en wanneer ze gaan.”

Bukhari zegt dat de strijd uit eigen zak wordt betaald. „We gebruiken ons eigen geld voor dit soort zaken. We verlaten ons niet op Arabieren. Deze djihad is van ons.”

Rekrutering van nieuwe troepen vindt elke dag plaats, zegt hij. „En ja, onze studenten gaan er ook heen. Het is een volledige oorlog.” Hij knikt naar twee in Afghanistan strijdende volgelingen die hij heeft meegetroond als bewijs.

De grens oversteken is geen enkel probleem, beweren de strijders. „We hebben geen enkele angst dat iemand ons in de gaten houdt of dat de overheid ons arresteert”, zegt Bukhari. Vermoedens in enkele media dat Pakistaanse inlichtingendiensten hen zouden helpen wijst hij van de hand. „We hebben geen enkele hulp nodig. Juist als iemand onze hulp nodig heeft, kan hij op ons rekenen”, zegt hij met een triomfantelijke glimlach.

De Pakistaans-Afghaanse grens is moeilijk te bewaken. De landen grenzen over een lengte van 2640 kilometer aan elkaar. De regio bestaat uit ruige zandkleurige bergen, grote droge stukken land, lemen huisjes, veel stof. In de zomer is het er verstikkend heet. Bovendien leven stammen aan beide zijden van een grens die ze vaak niet eens erkennen. „Het concept ’de grens overgaan’ bestaat niet, want als we de grens overgaan naar Afghanistan zijn we weer in ons thuisland”, zegt Bukhari. De talibangroeperingen in beide landen hebben dezelfde etnische Pasjtoen achtergrond. Vechten tegen de Amerikanen in Afghanistan is voor de Pakistaanse talibanstrijders daarom niet meer dan logisch. „Amerika is hier niet om onze gebieden te ontwikkelen. Ze zijn hier om ons te exploiteren en af te maken. Daarom moeten we tegen hen vechten”, zegt Bukhari. „De sharia is de ideologie van Pakistan. Daar werken we aan, ook in Afghanistan. We hebben een pure islamitische staat nodig.”

Bukhari begint een beetje ongeduldig te wiebelen, zijn grote buik wiegt mee. Uit de luidsprekers van de moskee aan de overkant van het hotel klinkt al enige tijd een zangerige gebedsoproep. Hij moet gaan bidden maar wil nog wel een oproep doen. „We verzoeken het westen, Holland, Nederland, Engeland, Japan en andere landen om hun steun aan de VS in te trekken. Anders ondergaan ze hetzelfde lot als de Amerikanen.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden