Pakistaanse muzikanten beginnen tweede leven

Jazz-orkest bestormt internationale hitlijsten met eigenzinnige versie van klassieker 'Take Five'

Pakistan en jazz lijkt geen combinatie die garant staat voor wereldsucces, maar het Pakistaanse Sachal Studio Orkest lijkt daar verandering in te brengen. Met hun cd 'Sachal Jazz' scoorden ze het afgelopen jaar hoog op de jazz-hitlijsten in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Canada.

Het meest tot de verbeelding sprekende muziekstuk op de cd is een interpretatie van het beroemde jazznummer 'Take Five' van het Dave Brubeck Quartet uit 1959. De spannende combinatie van cello en violen met Zuid-Aziatische instrumenten zoals de veelsnarige sitar en tabla-trommels kreeg grote waardering, niet in de laatste plaats van Brubeck zelf. Hij noemde het "de meest interessante en andersklinkende opname van Take Five" die hij ooit beluisterde.

Dat is een prestatie voor een Pakistaanse muziekgroep waarvan veel leden voorheen nog nooit van jazz gehoord hadden. De aandacht voor het album kwam na een reportage over het orkest op de Britse BBC. De videoclip van Take Five op Youtube is inmiddels 304.000 keer bekeken.

De muzikanten van het zeven jaar geleden opgerichte Sachal Studio Orkest kunnen hun succes nauwelijks bevatten. "We horen dat mensen naar onze muziek luisteren, maar dat weten we alleen van horen zeggen", zegt de 60-jarige cellist Umer Draz met een bescheiden glimlach in een van de oefenruimtes.

Opvallender is misschien nog wel de achtergrond van vooral de oudere cellisten en violisten, die ruim de helft uitmaken van het orkest. Draz had jarenlang zijn eigen damesondergoedwinkel en de 52-jarige Ghulam Abbas Popu hield zijn gezin in leven met een theekraam langs de weg. Anderen verkochten fruit op een duwwagen, werkten in een elektronicawinkel of anders bij de politie.

Ooit maakten Draz en Popu muziek voor de filmindustrie. Pakistaanse films zijn musicals met grote nadruk op zang en dans. Maar de machtsgreep van de islamistische dictator Zia-ul-Haq in 1977 betekende het begin van het einde voor de industrie. Na Ul-Haq's dood in 1988 was de dictatuur voorbij, maar voor de filmindustrie bleef het lastig om uit die neerwaartse spiraal te komen.

Pakistan produceerde ooit zo'n honderd films per jaar, nu amper tien. Vooral veel cellisten en violisten hielden op met spelen. Met de westerse klanken die hun instrumenten voortbrachten, konden zij nergens terecht. Muzikanten die traditionele Zuid-Aziatische instrumenten bespeelden hadden het iets makkelijker. Zij werden gevraagd voor feesten en partijen.

Izzat Majeed, een in Pakistan opgegroeide miljonair, filantroop, muziekliefhebber en voormalig zakenman, gaf muzikanten hoop toen hij in 2005 de deuren van een hypermoderne muziekopnamestudio opende. "Er waren geen cello's meer toen we begonnen, want ze waren verboden", zegt Majeed. "En er waren maar een paar violen. Nu hebben we vier cello's en 40 tot 60 violen in het orkest."

Popu, die in de filmindustrie als een van Pakistans topcellisten gold, geloofde aanvankelijk niet dat hij weer aan de slag kon als cellist. "Toen de religieuzen aan de macht kwamen, was er geen werk meer. Het vak was dood voor mij."

Collega Nijad Ali, de 35-jarige assistent-arrangeur en eerste violist die bij Popu in de oefenruimte zit, begint te lachen. "Hij verkocht zijn theekraam de dag nadat hij de opnameapparatuur in de studio had gezien. Hij zei, dit is mijn werk niet. Ik ben cellist."

Ali denkt even na. "Deze geweldige muzikanten waren bij wijze van spreken al gestorven, maar de Sachal Studio heeft ze een nieuw leven gegeven." Nu spijt het Popu dat hij zijn kinderen geen cello heeft leren spelen, zoals muzikanten volgens de Zuid-Aziatische traditie behoren te doen.

Majeed hoopt dat zijn orkest in de toekomst optredens kan geven in binnen- en buitenland, maar erkent dat dat door terrorismedreigingen en moeilijk te verkrijgen visa lastig zal zijn. Toch is hij al heel dankbaar dat hij een deel van Pakistans verborgen talent over het voetlicht heeft kunnen brengen.

"De verruwing van onze samenleving heeft het misschien verborgen, maar als je wat lucht geeft wordt het zichtbaar", zegt Majeed over de Pakistaanse wereld van muzikanten en orkesten. "Het was nooit gestorven."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden