'Pak niet de renners maar hoge instanties aan'

Ex-bondscoach Van Kessel: Jongens die nu dopingzonden opbiechten, worden ten onrechte aan kruis genageld

Dat in navolging van Lance Armstrong nu ook Nederlandse renners hun dopingzonden opbiechten, doet Egon van Kessel weinig. Wat de voormalig bondscoach betreft, houden de ex-coureurs hun mond. Of ze moeten met bewijzen komen waardoor 'de hoge heren' vallen. "Wat moet ik anders met getuigenissen van individuen, jongens die zich hebben laten slachtofferen door het systeem."

Van Kessel wil dat het kwaad bij de wortels wordt aangepakt. "We nagelen nu renners aan het kruis, maar het gaat om de instanties die dit alles mogelijk maakten. Degenen die echt verantwoordelijk waren, moeten gedwongen worden om écht te gaan praten."

Van Kessel pleit ervoor dat het Usada-rapport, waarin dé bewijzen tegen Armstrong stonden, beter gelezen wordt. "Want, als je het echt goed leest, is er meer gaande. Oké, er is een kopstuk van zijn sokkel gevallen, maar het voelt ongemakkelijk om nu te zeggen 'that's it'."

"Er is een beweging gaande die de theorie aanhangt dat als iedere renner maar bekent, het vanzelf goed komt. Maar zo simpel is het niet. Als ik nu zie hoe KNWU-voorzitter Marcel Wintels met zijn werkgroepje te werk gaat, en renners die hun dopingverleden van voor 2008 openbaar maken voor zes maanden straft... Dan denk ik: man, had in het verleden toch meer geld in controles gestoken. Ze deden testen van lik-me-vestje, waarvan ze wisten dat ze geen effect hadden."

"Renners voelen zich nu haast gedwongen om te bekennen. Thomas Dekker, Danny Nelissen en Marc Lotz. Straks misschien ook Michael Boogerd. Maar het lost niets op. Het zijn individuen, jongens die hopen dat ze hun baantje niet kwijtraken. Maar het gaat om het systeem. Dat bepaalde wat voor renner je werd."

De ploegleider van de Nederlandse semi-profformatie De Rijke-Shanks erkent dat je ergens moet beginnen. "Je hebt klokkeluiders nodig, jongens die het lef hebben om door te zetten. Maar het heeft dan geen zin om alleen op te biechten wat je zelf hebt misdaan. Dan beschadig je jezelf en de sport. We moeten de hogere instanties aanpakken."

Van Kessel heeft het niet alleen over teammanagers. De criticaster van de Rabobankploeg heeft niet eens zo heel veel aan te merken op Jan Raas, de stichter van die formatie. "Ik ben er van overtuigd dat hij één van de nettere heren was. Jan is stukken eerlijker geweest dan menigeen die nu nog in de wielersport rondloopt."

Hij baalt van het 'ons-kent-ons' in het wielrennen. "Renners worden van de een op de andere dag ploegleider, zonder opleiding. Welkom in de wereld van de vriendjes! Renners weten wat van hun vroegere kamergenoten die nu ploegleider zijn. Dat werkt een omerta in de hand. Toen ik in 2005 zei dat het een incestueus wereldje is, viel iedereen over me heen. Maar het is zo."

Bovenal richt Van Kessel zich op de sportautoriteiten. "Het is tijd voor een revolutie." Hij wil van de internationale wielrenunie UCI horen dat ze halverwege de jaren negentig 'een vrijbrief gaf' voor epo-gebruik. "Men wist ervan, maar men kon het niet opsporen. En toen kwam men met die maximale hematrocietwaarde van 50. Ik zou graag van de de wielerunie horen dat dit een fout was. Het was misschien goed bedoeld, maar het pakte ongelukkig uit."

Dat UCI-preses Hein Verbruggen deze week in Vrij Nederland toegeeft dat renners werden gewaarschuwd als hun bloedwaarden verdacht waren, is wat Van Kessel betreft een begin. "We moeten van de UCI exact weten hoe renners als Armstrong zo makkelijk konden wegkomen. Daar kunnen we van leren." Hulp van Armstrong is daarbij onontbeerlijk. "Het moet nu echt van hem komen, Lance zal alles op tafel moeten gooien."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden