’ Pak je spullen en donder op’

De Argentijn Sergio Bizzio. (JULIA GUTTIEREZ) Beeld
De Argentijn Sergio Bizzio. (JULIA GUTTIEREZ)

Geëngageerde romans zijn soms prekerig geschreven. Dat geldt niet voor ’Razernij’, waarin een gekleurde bouwvakker door racisme tot wanhoop gedreven wordt. En zich verstopt in een nette buurt.

’Toen jij geboren werd, kwam ik net klaar...’ Met die eigenzinnige woorden verklaart de veertigjarige José María zijn liefde aan de vijftien jaar jongere Rosa. Of het klopt doet er weinig toe: Rosa is in elk geval verrukt over de romantiek die zij in José María’s verklaring bespeurt.

De twee leren elkaar kennen in de supermarkt Disco. Hij is een donkergekleurde bouwvakker, zij werkt als inwonend dienstmeisje bij een middenklasse gezin. De wijk waar ze elkaar ontmoeten, houdt er een impliciete gedragscode op na, die buitenlanders het gevoel moet geven dat ze niet welkom zijn: „Globaal gesproken werden vreemde lichamen ’gemarkeerd’, voornamelijk met de blik, waardoor mensen het gevoel kregen dat ze in de gaten werden gehouden: een heel effectieve vorm van onbeschaamdheid, gesteund en toegepast door de hele wijk, inclusief een groot aantal huisdieren.”

Het duurt niet lang of José María krijgt het, in de buurt waar hij werkt, aan de stok met ene Israel. Van iemand met die naam zou je het niet verwachten, maar de man is een neonazi en bestempelt José María afwisselend als een klotebuitenlander of als een ’vuile joodse klotedwerg’.

Ook al komt hij graag stoer over, in feite is Israel achterbaks. Samen met zijn bondgenoot, de portier van een flatgebouw, dient hij stiekem een klacht in bij José María’s opzichter. Dan blijkt opnieuw de hachelijke positie van een buitenlandse bouwvakker in het overwegend blanke Argentinië – zeker als de crisis er in de jaren negentig hard toeslaat: „Je bent ontslagen. Omdat je herrie loopt te schoppen, omdat je te laat op je werk komt, omdat je jij tegen me zegt en omdat je een flikker bent. Pak je spullen en donder op.” Zo simpel is dat.

José María ontsteekt in woede en het duurt niet lang of hij heeft een misdaad op zijn geweten. De enige schuilplaats die hem veilig genoeg lijkt, is de zolder van het herenhuis waar zijn geliefde Rosa werkt. Zonder wie dan ook op de hoogte te brengen, zelfs Rosa niet, verschuilt hij zich daar samen met een immense rat, en houdt zichzelf in leven door de koelkast voorzichtig en beredeneerd te plunderen.

Wel drie jaar lang blijft hij daar verscholen en observeert hij hoe ook zij slachtoffer is van de hypocrisie van haar burgerlijke werkgevers. Hij leidt daarbij een spookachtig bestaan, glijdt geluidloos als een schim door het huis en volgt alle ontwikkelingen in Rosa’s leven op de voet. Met zijn jaloezie brengt hij zichzelf regelmatig in gevaar, wat de spanning steeds verder opdrijft.

Het zal niet verbazen dat de Argentijn Sergio Bizzio (1956) in Spanje met ’Razernij’ de Internationale Prijs voor de Diversiteit won. Hij stelt immers de discriminatie aan de kaak van Argentijnse halfbloedarbeiders (ook wel mestiezen genoemd, met Indiaanse voorouders en meestal uit de Andesregio afkomstig). Hij wijst op hun precair bestaan, hun eenzaamheid, hun isolement.

Toch is ’Razernij’ veel meer dan een geëngageerde roman. De sociale problematiek vormt hooguit het kader waarbinnen zich een bijzonder fragiel en tegelijk hartstochtelijk liefdes- en misdaadverhaal afspeelt. José María’s lange verblijf op de zolder van het herenhuis krijgt een bijna absurd en minimalistisch karakter. Hij raakt totaal afgesneden van de buitenwereld en leeft puur op zijn instincten, op zijn liefde voor Rosa en zijn haat voor alles wat die liefde verstoort. Daarin herkennen we de eigenlijke Bizzio, een meester in het schrijven van absurde toneelstukken, die meer ontlenen aan Kafka of Beckett dan aan welk sociaal engagement ook. Toch is het ongetwijfeld de combinatie van beide aspecten die het boek tot zo’n pareltje maakt: het ijle, wezenloze en fragiele bestaan van José María wordt bruusk verstoord door zijn woede-uitbarstingen, de wanhoop waartoe een meedogenloze maatschappij hem telkens weer drijft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden