Pace speelt Busoni uit hand en vingers

ROTTERDAM - Met 75 minuten speeltijd is het Concert voor piano, mannenkoor en orkest in C, opus 39 van Ferruccio Busoni het langste werk voor piano en orkest uit de muziekliteratuur. Niet alleen door de lengte verdient het een plaats in het Guinness Book of World Records. Geschreven door een van de grootste pianovirtuozen aller tijden is het ongetwijfeld ook het moeilijkst uitvoerbare in het genre van de laat-romantische pianoconcerten.

CHRISTO LELI

Dit alles verklaart waarom deze megalomane compositie zelden klinkt. Des te vreemder was het dat de grote Doelenzaal zaterdag maar halfgevuld was voor de spectaculaire uitvoering van dit werk door Enrico Pace, het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor onder Tuomas Ollila. Het vormde de hoofdmoot van het derde concert van de serie 'Sporen van Brahms' die de AVRO dit seizoen in Rotterdam organiseert.

Brahms zelf was dunnetjes vertegenwoordigd met een charmant Ave Maria voor vrouwenkoor en orkest. Dit werk werd gespiegeld aan een Ave Maria van Gustave Holst voor a capella vrouwenkoor. Deze devote werken werden voorafgegaan door een levendige uitvoering van de Ouverture Amphitryon van Johan Wagenaar.

Busoni's pianoconcert staat dichter bij Brahms, in die zin dat de componist de pianopartij integreerde in de weelderig georkestreerde, symfonische structuur van dit werk, op dezelfde wijze waarop Brahms diens 2e pianoconcert had vormgegeven. Toch lijkt mij niet dat Brahms Busoni's eerste inspiratiebron was, maar eerder Liszts pianoconcert in A, dat ook zo'n symfonische opzet heeft.

Ondanks het feit dat Busoni een halfbloed Italiaan was, blijkt hij geen meester van de melodie te zijn. In dit pianoconcert zijn nauwelijks melodieën te vinden die blijven hangen. Het wonderlijke van dit werk is dat het desondanks geen seconde verveelt en dat het als totaliteit in je geheugen gegrift blijft. Dat komt vermoedelijk vooral door Busoni's knap uitgewerkte orkestratie en bovenal zijn vermogen naar hoogtepunten toe te werken. Busoni's gevoel voor klank uit zich ook in de rol die hij het slotdeel aan een mannenkoor toebedeelt. Hij schrijft voor dat dit koor onzichtbaar dient te blijven, om 'een nieuw register toe te voegen aan de klanken die vooraf gingen'. In de Doelen was dit slim opgelost door de heren van het Groot Omroepkoor in de zaal op de voorste rijen van de parterre zittend te laten zingen, met hun rug naar het publiek toe, wat voor een bijzondere atmosfeer zorgde.

Behalve van de pianist vraagt dit werk, waarvan de delen zonder onderbrekingen aan elkaar zijn vastgecomponeerd, veel van het architectonische inzicht van de dirigent. De bescheiden maar gewiekste Fin Tuomas Ollila bleek wat dat betreft een bijna ideale figuur. Ook Enrico Pace bleek zich niet vertillen aan dit werk. Onverstoord en onvermoeibaar wist hij zich door de notenbrei heen te werken. Alleen al het feit dat hij het aangedurfd heeft dit werk op z'n repertoire te nemen dwingt respect af, dit te meer aangezien de pianopartij ondanks de virtuositeit feitelijk niet zo dankbaar voor de solist is. Het ging Busoni immers onmiskenbaar om het totaal. Bovendien is het bijna onmogelijk om tegen het immense orkest op te boksen. Maar dat is ook een van de moeilijkheden van dit concert: het vraagt om pianisten met kolossale handen en armen en een donderend toucher. Zo'n type pianist is Pace niet, want hij speelt vooral vanuit hand en vingers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden