Pablo Neruda: 'Wie kwam ik tegen? De lucht'

Vanavond 20.15 u. Rode Hoed, A'dam: progr. met o.a. Barber van de Pol, samenstelster recente tweetalige bloemlezing 'Pablo Neruda'.

Een enkele krant vond het de moeite waard om zoveel jaar later terug te kijken naar 1973, toen op 11 september in Santiago generaal Augusto Pinochet de macht greep en Allende het leven liet. Nu bestaan er bij de media een gezonde weerzin tegen kalenderjournalistiek en ook een kersverse zestig- of zeventigjarige moet wel heel uniek zijn om belicht te worden. Nog zeldzamer is de dode die na een decennium of wat het toetsenbord in beweging brengt. DerkJan Eppink had voor NRC Handelsblad op 11 september jongstleden dan ook een originele invalshoek gekozen - kastijding, nog sterker: zelfkastijding van een paar journalisten die engagement stelden boven journalistieke integriteit. Zo was het aantal slachtoffers van de coup geen 30 000 maar 3000 en was Allende niet vermoord maar bleek hij zelfmoord gepleegd te hebben.

Als zij ons dit inderdaad altijd vals hebben voorgespiegeld, dan is dat niet juist. NRC-columnist J.L. Heldring verbaaste zich een kleine week later nog eens over deze geengageerde, van kritiek gespeende journalisten, die zo laat mondjesmaat de 'intellectuele balans' opmaken.

Juist reflectie op een datum van enige tijd geleden is gebaat bij zo'n analyse als Heldring maakt en z'n column is daar een uitgelezen plaats voor. Maar wat is in een woord: moord is moord, ook als iemand met alle geweld geen andere uitweg ziet dan zichzelf te doden. De hoogte van het aantal slachtoffers bleef lang in het ongewisse, wie was er bovendien vermist en wie in ballingschap, en heeft niet pas na het bewind van Pinochet een onderzoekscommissie onder president Aylwin zo om en nabij het juiste aantal kunnen vaststellen?

Bij ontstentenis van een evaluatie van Allende's experiment valt echter nog sterker op, dat door de richteren van de NRC terloops met een zelfde toucher de geschiedenis wordt herschreven: het volk morde, minderheidspresident Allende maakte er een potje van, Pinochet (weliswaar 'een ordinaire dictator') voerde een 'liberaal economisch beleid' en dat geldt helemaal voor de christendemocraat Aylwin. Vergeten zijn de boycot van Allendes met 44 % verkozen coalitie, door CIA-geld gesteunde stakingen, VS-piloten die het Monedapaleis bombardeerden, de door het Pentagon beschermde coup.

Ik was begin jaren zeventig nog jong en geen journalist, kon me dus enig engagement veroorloven. Boycot, staking, bombardement, ik wist die details toen niet zo exact, ik was voornamelijk in de ban geweest van het eten voor de armen en een eerste verdeling van het grootgrondbezit. En van de Cancion Nueva, nog voordat de muziekgroep Quilapayun in ballingschap over de wereld trok - vooral van zanger Victor Jara:

Mijn gitaar heeft een hart van aarde en de vleugels van een duif ze is als gewijd water tot zegen in vreugde en pijn.

Na de coup werd Jara gevangen genomen, werden zijn vingers verbrijzeld en werd hij vermoord.

Ik was ook in de ban van Pablo Neruda. Vandaag twintig jaar geleden, 23 september 1973, stierf hij, moe en ziek; soldaten sloegen in zijn huizen in Santiago en Valparaso alles kort en klein. Hij was geestverwant van Allende, maar een grotere bedreiging was zijn poezie. Terwijl hij een bon vivant was geweest, zich graag ophield met de groten der aarde, Stalin verheerlijkte tot de ontluistering door Chroesjtsjov en megalomane memoires had geschreven, gingen zijn gedichten over bergen, zee, bossen, brood en wijn. 'Ik ben de dichter, kind / van de armen'. Chilenen kenden z'n werk uit het hoofd, hij schreef over hun aarde, hun lucht:

Ik was uit wandelen gegaan en wie kwam ik tegen? De lucht. Ik groette hem met ontzag en zei: 'Wat ben ik blij dat u die doorzichtigheid nu eens hebt uitgetrokken, nu kunnen we wat praten.' De onvermoeibare bleef maar dansen, woei door de bladeren heen, blies met zijn glimlach het stof van mijn zolen, hief toen zijn hele blauwe tuigage, zijn glazen skelet, zijn briezen oogleden, omhoog en als een mast zo pal hoorde hij mij aan.

Maar dat berustte op een misverstand, meende Pinochet - hij ging over de aarde, en de lucht.

Onmiskenbaar stond Neruda in Nederland in de belangstelling dank zij sympathie voor Allende's waagstuk om diezelfde armen zeggenschap over hun lucht en hun aarde te geven. Toen niet alleen Allende maar ook de dictatuur verleden tijd werd, raakte Neruda uit de mode. Komt dat door de activisten die de dichter te exclusief voor hun zaak hadden aangewend? Of is Neruda meegezogen in de grote schoonmaakbeurt van het cleanen, dat het engagement terecht op zuiverheid toetst maar niet aanraakt waar het ook al weer om ging.

Misschien ligt het eenvoudig aan Neruda's grootste en bekendste werk, zijn 'Canto General', een epos over Chili en Latijns-Amerika: te bombastisch, wulps soms, overvloedig aan gewassen en delfstoffen, kleuren en geuren. Misschien heeft dat zijn jonge poezie in 'Twintig liefdesgedichten en een wanhoopszang' en zijn latere werk doen vergeten. Maar toch ook prachtige gedichten bnnen het 'Canto General', zoals 'Vrede':

Vrede de dalende schemeringen, vrede de brug, vrede de wijn, vrede de letters naar mij op zoek en omhoog mijn bloed in, het oude zingen omrankend met aarde, met liefdes, vrede de stad bij ochtend als het brood ontwaakt...

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden