Paars, denk er niet te licht over

Augustus 1994: de onderhandelaars van het eerste paarse kabinet. Van links naar rechts: Bolkestein (VVD), Wallage (PvdA) en Van Mierlo (D66) staan de pers te woord.Beeld ANP

Van oorsprong mogen ze dan neefjes zijn, liberalen en sociaal-democraten blijken vooral antipoden. Met een misschien wel voorgoed onmachtig CDA zijn ze ertoe veroordeeld zich tegen elkaar af te zetten, maar net zo goed af en toe samen te werken.

Ruud Koole werd in 2001 gekozen als voorzitter van de Partij van de Arbeid mede vanwege zijn kritiek op de paarse samenwerking. Het tweede van twee kabinetten van PvdA, VVD en D66 was volgens hem toen al 'uitgeregeerd': "Het had geen missie, was veel te technocratisch." Intern blokkeerde de coalitie de discussie. Koole, tegenwoordig hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit Leiden: "De met VVD en D66 bereikte compromissen werden verheven tot partijstandpunten. Alleen al het begin van een discussie over hypotheekrenteaftrek werd gesmoord door Kok en Melkert, bang als die waren voor chocoladeletters in de Telegraaf."

Diezelfde hypotheekrenteaftrek komt dezer dagen ongetwijfeld ter tafel, als de informateurs Henk Kamp en Wouter Bos spreken met de VVD-onderhandelaars Mark Rutte en Stef Blok, en de PvdA-tandem Diederik Samsom en Jeroen Dijsselbloem. Als ze er uitkomen, gaan liberalen en sociaal-democraten samen een kabinet vormen. Uitzonderlijk, want de twee zetten zich in ruim een eeuw parlementaire geschiedenis vooral tegen elkaar af. In 1913 kwam het bijna tot samenwerking in een regering. In 1948 mochten beiden meedoen met de confessionelen, omdat het land in puin ook nog eens Indië verloor. Pas in 1994 kwam het tot Paars. De coalitie zonder CDA duurde acht jaar, en begon met elan maar eindigde met sleet en visieloosheid.

In de VVD-top speelde rond de millenniumwisseling eenzelfde versmelting met paars als in de hoogste regionen van de PvdA, zegt Patrick van Schie, directeur van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de liberalen. Als historicus was hij in 1994 ten tijde van het aantreden van het eerste paarse kabinet samensteller van de bundel 'Tussen polarisatie en paars - de 100-jarige verhouding tussen liberalen en socialisten in Nederland'.

Bolkestein bleef bij Paars I als politiek leider van de VVD in de Tweede Kamer. "Als fractievoorzitter deed hij het goed, door nadrukkelijk afstand te blijven houden van het kabinet. Maar zijn opvolger Hans Dijkstal vereenzelvigde zich te veel met het beleid van Paars II, waardoor de VVD volledig ging samenvallen met de lijn van dat kabinet." Het maakte onder meer de stormachtige opkomst van Pim Fortuyn mogelijk.

Na de verkiezingen van 2010 verbaasde Van Schie er zich openlijk over dat er eerst over Paars-plus (de oude drie met GroenLinks) werd gesproken. Volgens hem had de kiezer zich duidelijk uitgesproken 'voor rechtse oplossingen op het gebied van immigratie, integratie en criminaliteitsbestrijding'. Hij pleitte voor een kabinet van CDA, VVD en PVV. Nu kan dat niet meer. "Op het moment dat het moeilijk werd, is Geert Wilders weggelopen in plaats van zijn verantwoordelijkheid te nemen. Nu heeft de combinatie ook geen meerderheid meer. Het CDA gaf trouwens voor de verkiezingen al aan niet met de PVV verder te willen. En bij de VVD is er ook wat geknapt."

Nog een cruciaal verschil met 2010: er zitten nu twee ongeveer even grote partijen aan de onderhandelingstafel. Van Schie: "En niet vier, waarvan drie van de linkerkant van het politieke spectrum." Ook Koole denkt dat die nu ontstane situatie gesprekken vergemakkelijkt.

Maar laat niemand er licht over denken. Het stoort zowel Koole als Van Schie dat VVD en PvdA in sommige media opeens middenpartijen worden genoemd. De VVD schoof de laatste jaren naar rechts op. De PvdA heeft onder Samsom en Spekman weer een deel van de onder Kok afgeschudde ideologische veren opgeplakt. Niks middenpartijen - laat staan, zoals sommigen opperden, met een gemeenschappelijke visie.

De tegenstelling tussen liberalen en sociaal-democraten voert terug naar de jaren dat hun partijen ontstonden, eind negentiende eeuw. "De sociale kwestie zorgde voor een scheiding der geesten", constateert Koole. "De sociaal-democraten verzetten zich tegen de laissez-faire-instelling van de liberalen, die de markt vrij spel wilden geven en de rol van de overheid zo beperkt mogelijk wilden houden. Tegelijkertijd waren beide bewegingen natuurlijk kinderen van de Franse Revolutie. Neefjes eigenlijk. De links-rechts-tegenstelling van die dagen was ook een andere dan die van tegenwoordig. Rechts was klerikaal. Links was anti-klerikaal - de liberalen en de sociaal-democraten."

Van Schie onderstreept het belang van die scheidslijn destijds. "In de dagboeken van de conservatief-liberale politicus De Beaufort tref je als lezer bezorgdheid over het opkomende socialisme aan, maar zijn afkeer van Abraham Kuyper was nog veel groter."

Nederland kende nog een districtenstelsel. Liberalen en sociaal-democraten waren geen vrienden, maar ze steunden wel elkaars kandidaten als die het in een tweede en beslissende stemronde moesten opnemen tegen een vertegenwoordiger van de confessionele partijen.

Van Schie: "De programma's van liberalen en sociaal-democraten vertoonden ook raakvlakken. Beide wilden een duidelijkere scheiding van kerk en staat. Confessionelen wilden veel regelen in samenspel tussen werknemers en werkgevers. Liberalen wilden de overheidsbemoeienis beperken, maar als maatregelen noodzakelijk waren, dan moest dat via het Rijk gebeuren. Daarom hadden de liberalen evenals de sociaal-democraten invoering van het staatspensioen in hun programma staan."

Gebeurtenissen in 1913 leveren een aardig voorbeeld van what if-history op. Hoe anders was de politieke geschiedenis gelopen als de sociaaldemocraten toen regeringsverantwoordelijkheid hadden geaccepteerd? Formateur Dirk Bos, vrijzinnig-democraat (en geen familie van de informateur van nu), bood de SDAP drie van de negen ministersposten aan. "Algemeen kiesrecht en staatspensioen konden geregeld worden", vertelt Van Schie. "De SDAP-parlementariërs Vliegen en Schaper wilden het aanbod accepteren. Maar SDAP-leider Troelstra wilde niet verder gaan dan het gedogen van een liberaal kabinet. Zijn visie won het."

Koole kan het geen onverstandige beslissing vinden. "Voor de SDAP van dat moment ging regeringsdeelname nog echt te ver. 'De staat verdrukt, de wet is logen', we zingen het nog steeds in 'De Internationale'. Maar in de eerste jaren was dat ook nog echt de houding van de partij. Met het congres van Deventer in 1908 veranderde dat. De orthodox-marxisten vertrokken. De SDAP sloeg definitief de parlementair-reformistische weg in. De staat werd een middel om sociale doelen te verwezenlijken. Maar die koerswijziging ging met kleine stappen."

De beoogde coalitie kwam niet tot stand; uiteindelijk ging de liberaal Cort van der Linden regeren met een extraparlementair kabinet van uitsluitend liberale en vrijzinnig-democratische ministers.

Met de grondwetsherziening van 1917 verwaterde de oude tegenstelling tussen klerikalen en niet-klerikalen. Van Schie: "De leider van de Vrij-Liberalen Dresselhuys nam al in 1918 een nieuwe scheidslijn waar, die tussen voor- en tegenstanders van vergaande staatsbemoeienis. Zijn nieuwe antithese loopt als een rode, of liever blauwe draad door de geschiedenis van de Nederlandse liberalen. Ook de eerste VVD-leider Oud waarschuwde in de jaren vijftig voor een al te opgetuigde verzorgingsstaat. Rutte zegt bij herhaling dat de overheid geen geluksmachine is."

De nieuwe links-rechts-tegenstelling drukte liberalen en sociaal-democraten voor vele decennia in tegengestelde hoeken. Tussen de twee wereldoorlogen beleefden de confessionele partijen hun hoogtijdagen. De SDAP was besmet door de mislukte revolutieoproep van Troelstra in 1917. De liberalen waren verdeeld en onmachtig.

Na de bevrijding leek het alsof sociaal-democraten en liberalen de strijdbijl voor even begroeven. Stikker, directeur bij Heineken, werd voorzitter van de Partij van de Vrijheid, de voortzetting van de oude Liberale Staatspartij, maar presideerde ook in de Stichting van de Arbeid, waarin werkgevers en werknemers tot nadere afspraken probeerden te komen.

Een deel van de voormalige Vrijzinnig-Democraten geloofde in de zogenoemde doorbraak-gedachte, het afbreken van het vooroorlogse politieke bestel, en trad toe tot de nieuwe PvdA die met dat doel was opgericht. Van Schie: "Hun leider Oud had er niet zo'n trek in, maar volgde zijn oud-partijgenoten toch. De PvdA loste de belofte van de Doorbraakpartij niet in. Oud stoorde zich eraan dat het qua inhoud en vorm toch allemaal wel heel erg leek op de oude SDAP."

In 1948 richtten Stikker en Oud samen de VVD op. In hetzelfde jaar trad die partij met de PvdA, KVP, CHU en ARP toe tot het kabinet Drees/Van Schaik. Dat had veel te maken met de overdracht van de soevereiniteit aan de republiek Indonesië. De coalitie moest zo breed mogelijk zijn, omdat voor wijziging van de grondwet een tweederde meerderheid vereist was.

Vanaf 1952 zaten sociaal-democraten en liberalen lang niet samen in één kabinet. Voorafgaand aan de verkiezingen van 1959 sloten PvdA en VVD elkaar voor het eerste expliciet uit. Vanaf midden jaren zestig, toen het verval van de confessionelen flink doorzette, nam de polarisatie alleen maar verder toe.

"De VVD opereerde daarbij veel slimmer dan de PvdA", vindt Koole. "De sociaal-democraten zetten zich vooral af tegen de confessionelen, bijvoorbeeld met de anti-KVP-resolutie." Die polarisatie heeft de PvdA geen confessionele kiezers opgeleverd. "De jonge liberale leider Wiegel polariseerde net zo hard als links, maar hij zette zich niet af tegen de confessionelen, maar tegen 'ome Joop', waarmee hij de loopplank vanuit het midden naar de VVD openlegde."

Bij de verkiezingen van 1982 werd de PvdA de grootste. Van Schie: "Den Uyl heeft toen nog even met Nijpels gesproken. Een dag of twee, geloof ik. Het leidde tot niets. Een kabinet van die twee was toen ondenkbaar. Om sociaal-economische redenen. Maar er bestonden ook grote programmatische verschillen op buitenlands terrein, bijvoorbeeld over de plaatsing van kruisvluchtwapens."

En toch: aanvankelijk op initiatief van de liberale jongerenorganisatie JOVD kwamen vanaf 1976 op regelmatige basis vertegenwoordigers van PvdA, VVD en D66 bijeen om voorzichtig aan elkaar te snuffelen. Zouden die drie het ooit eens niet zonder het oppermachtig geachte CDA kunnen? Het was de centrale vraag tijdens dit Des Indes-beraad. PvdA-partij-ideoloog Bart Tromp constateerde niet voor niets dat de christen-democraten in Nederland al langer regeerden dan de communistische partij dat deed in de Sovjet-Unie.

Het laatstgenoemde rijk sneuvelde uiteindelijk eerder dan het imperium van het CDA, maar in 1994 kwam het toch voor een eerste keer tot Paars. Eigenlijk vrij onverwacht. "Bolkestein stond in 1994 zeker niet links in de VVD", zegt Van Schie. "Na de presentatie van het verkiezingsprogramma destijds zeiden andere partijen in een reactie dat de plannen zo rechts waren dat de VVD zich al bij voorbaat buitenspel zette voor een formatie."

Dat Paars er kwam, had veel te maken met het drastische verlies van het CDA dat jaar, en met de sleutelrol die D66 speelde. Koole noemt ook Wim Kok. Niet per se de grootste voorstander van Paars, wel de vleesgeworden compromissenman. "Als vakbondsleider had hij de socialistische en katholieke bonden al samengebracht en het Akkoord van Wassenaar met de werkgevers gesloten. Als partijleider nam hij afscheid van de polarisatiestrategie die de partij in een soort gettopositie had gebracht."

Hoe kan een nieuwe regeringssamenwerking tussen VVD en PvdA een succes worden? Ze moeten vooral duidelijk maken dat het een zakelijke overeenkomst betreft en geen huwelijk uit liefde, vinden Koole en Van Schie. Alleen dan kan de lastige spagaat - tussen een stabiel kabinet vormen, én als VVD en PvdA de leiderspositie binnen het rechtse en linkse blok vasthouden - lukken.

En het CDA? Is de ontzuiling voltooid en de rol van de christen-democraten definitief uitgespeeld? De historische trend laat weinig twijfel: van meer dan 50 procent in de jaren vijftig naar minder dan 9 procent nu. "De klassieke achterban van gelovige, kerkgaande christenen wordt kleiner en kleiner", constateert Van Schie. "Het automatisme om op een christelijke partij te stemmen is weg. De VVD is onder katholieken anderhalf keer groter dan het CDA, en onder hervormden twee keer zo groot. Maar je weet het niet. Onder Lubbers en Balkenende is het CDA ook tijdelijk boven zichzelf uitgestegen."

Koole wijst erop dat het CDA niet alleen last heeft van ontkerkelijking van het electoraat: "Het CDA is ook nog verwijderd geraakt van zijn klassieke middenpositie. De partij is naar rechts opgeschoven."

VVD en PvdA: afstoten en aantrekken

1885: Oprichting Liberale Unie

1894: Oprichting Sociaal-Democratische Arbeiderspartij

1901: Oprichting Vrijzinnig-Democratische Bond

1906: Oprichting Bond van Vrije Liberalen

1913: Kabinet met liberalen en sociaal-democraten ketst af op weigering van laatsten om mee te regeren

1921: Samengaan van liberale partijen in Liberale Staatspartij 'De Vrijheidsbond'

1946: Oprichting van Partij van de Vrijheid (PvdV), voortzetting Liberale Staatspartij van voor de oorlog, en oprichting van Partij van de Arbeid, samengaan van vooroorlogse SDAP, VDB en de Christelijk-Democratische Unie

1948: Oprichting Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD), samengaan van PvdV en oud-VDB'ers die niet tevreden waren in de PvdA. Later dat jaar aantreden van kabinet-Drees-Van Schaijk met confessionele partijen, PvdA en VVD

1973: Kabinet-Den Uyl, het meest linkse ooit, zonder VVD

1982: PvdA de grootste bij verkiezingen. Korte flirt tussen Den Uyl en Nijpels

1994: Paars I (Kok-I) met PvdA, VVD en D66

1998: Paars II

2010: Onderhandelingen over Paars-plus (met GroenLinks erbij). Aantreden kabinet-Rutte, het meest rechtse ooit.

2012: VVD en PvdA onderhandelen over vorming van kabinet

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden