Paardenman tussen de koeien

Cor de Gier 1921-2015

FRANS DIJKSTRA

Als kleine boer heeft hij het niet gered. Maar hij vond een uitweg naar een goed bestaan.

Hij was opgelucht toen hij de boerderij verkocht. Er kwam een eind aan het sappelen en eindelijk had hij geld voor leuke dingen. Zoals de aanschaf van een encyclopedie, een onuitputtelijke bron van kennis waarnaar hij als jongen al had verlangd.

Toen dacht hij aan zijn vader, die ook zijn boerderij had verkocht om wat beter te kunnen leven. Destijds had hij dat zijn vader erg kwalijk genomen, vooral omdat hij vooraf niets aan de kinderen had verteld. Daar gaat mijn kans om zelf boer te worden, dacht hij. En dus moest hij ook zijn trouwplannen op de lange baan schuiven.

Cor de Gier wist niet beter dan dat hij boer zou worden. Het allerliefst was hij met paarden in de weer, maar dat was iets voor rijkelui, en dat waren ze niet bij hem thuis.

Zijn vaders kleine boerderij aan de Leidse Rijn in de Harmelerwaard bij Utrecht had een stuk of tien melkkoeien. Zijn ouders maakten kaas die ze zelf verkochten en ze brachten ook eieren naar de markt.

Ze hadden één werkpaard, De Zwart heette ze, voor het werk op het land en voor de ritten naar de kaasmarkten. Toen Cor acht was, mocht hij erop rijden. Met een oude riem, een lege meelzak en touw knutselde hij een hoofdstel en leidsels. Zonder zadel heeft hij zichzelf paardrijden geleerd.

Toen hij van de lagere school kwam, werd Cor, zoals hij zelf zei, 'voor dag en nacht verhuurd' aan een buurman die aan de overkant van de Leidse Rijn melkkoeien hield. Op zaterdagavond mocht hij naar huis. Dan stond hij aan de rivier en riep heel hard een paar keer 'Over'. Dan kwamen ze hem met een roeibootje halen. Zondags na de kerkdienst en het middagmaal werd hij weer teruggeroeid. Hij hield het er vijf jaar vol. Het mooiste vond hij dat de boer twee paarden had. Hij genoot als hij aan de slag was op de maaimachine met beide paarden.

Tijdens een barre winter kon hij wekenlang schaatsen op de rivier en deed hij aan wedstrijden schoonrijden mee. Met een rooms meisje kon hij zo goed zwieren dat ze eerste prijzen haalden. Daar waren zijn ouders ontstemd over. Ze waren gereformeerd en Cor had niets te zoeken bij een roomse meid, vonden ze. Voordat er ruzie van kwam, viel de dooi in.

In de avonduren trok Cor vaak naar de gereformeerde jongelingenvereniging. Ze hadden er zware discussies over theologische onderwerpen. Er was ook een bibliotheekje met als mooiste bezit een encyclopedie. Cor zat er avond aan avond in te lezen.

Vier winters lang volgde hij de Landbouwavondcursus. Om ook zijn praktijkkennis te verbreden, ging hij in IJsselstein werken bij een grote boer die behalve koeien ook akkers met graan en bieten had. Plus maar liefst drie paarden. Cor was er de tweede knecht. Het was een mooie tijd, vooral nadat hij op een bruiloft een meisje had leren kennen, Corrie de Koning uit het nabijgelegen Waarder.

Het was liefde in oorlogstijd. Cor had weinig gemerkt van de Duitse bezetting, totdat hij ging werken bij een boer aan de spoorlijn bij Harmelen. Dat was een gevaarlijke plaats, want het was voor geallieerde vliegtuigen een geliefd mikpunt voor beschietingen op Duitse treinen. Cor is er vaak in greppels gedoken als de salvo's hem om de oren vlogen. Als hij op het land aan het werk was, hield hij het paard goed in de gaten, want dat hoorde de vliegtuigen eerder dan hijzelf. Als het paard onrustig werd, kon Cor nog net de slootkant halen.

De boer had een open rijtuigje, een tilbury, om mee naar de kerk te gaan. Cor mocht het soms lenen. Met zijn meisje Corrie maakte hij dan een tochtje. Ze hadden serieus verkering, en ze wilden dolgraag trouwen. Maar zijn vader verkocht zijn boerderij, dus er leek geen toekomst voor het jonge paar.

Cor dacht aan de Noordoostpolder maar Corrie en beider ouders vonden de polder veel te ver weg. Een tante van Corrie bood uitkomst. Ze had geen kinderen en haar man wilde stoppen met zijn boerderij in Driebruggen. Cor en Corrie konden het bedrijf van zes hectare en zes koeien overnemen voor 13.000 gulden als oom en tante er mochten blijven wonen. Eindelijk had Cor zijn eigen bedrijf. Hij stel kon trouwen in 1948.

Al na een jaar ging de oude boer dood. Zijn vrouw woonde nog veertien jaar in en ze bemoeide zich overal mee. Echte ruzie is er nooit geweest. Het gezin groeide uit tot acht kinderen, onder wie twee tweelingen. Die sliepen allemaal op zolder, onder het rieten dak. Het was er ijskoud of snikheet. Als er griep heerste, lagen ze allemaal op een rijtje uit te zieken.

Voor een prikje pachtte Cor de bermen van de nieuwe Rijksweg 12 bij Waarder. Met zijn eerste tractor gevaarlijk schuin op de berm maaide hij het gras.

Ook buiten het boerenwerk was hij ondernemend. Toen de begrafenisondernemer stierf, nam Cor het werk over. Dag en nacht moest hij beschikbaar blijven; lange wandelingen met Corrie waren er niet meer bij.

Met zijn boerderij en zijn activiteiten voor de gereformeerde kerk en het verenigingsleven was hij een drukbezet man, die thuis weleens knorrig en prikkelbaar kon zijn.

Hoe hard hij ook werkte, de boerderij leverde weinig op. De rekeningen stapelden zich op. In 1967 stopte hij ermee. Er werd 'boelhuis' gehouden om alle spullen te verkopen. Cor verpachtte zijn land en bij de toenmalige gemeente Driebruggen kreeg hij werk in de buitendienst: allerlei onderhoud en de plantsoenen. Zo kwam hij er weer bovenop. Ze bleven op de boerderij wonen.

Toen hij zijn tweede tweeling voor hun verjaardag een pony gaf, kreeg hij een idee: een ponyclub. Kinderen uit de buurt waren enthousiast en er kwam een meisje om les te geven.

Het leven was goed, tot hij op een ochtend in 1978 tijdens het onderhoud van de picknickplaats in Waarder een hartaanval kreeg. Hij moest er maandenlang van herstellen. Dat ging goed, maar hij werd wel afgekeurd voor zijn werk bij de gemeente. Dat pakte niet verkeerd voor hem uit: hij had alle tijd voor zijn verenigingen en zijn hobby's.

Via via hoorde hij dat er een bestemmingsplan in de maak was voor een nieuwe woonwijk. Hij verkocht zijn land aan een combinatie van aannemers. Aan de overkant van de weg betrokken Corrie en hij een klein huisje, dat uiteindelijk werd omringd door de nieuwe wijk. Corrie had er moeite mee dat de buren bij haar op het bord konden kijken, maar Cor vond het prima. "Ik heb m'n hele leven vrij uitzicht gehad, nu mag een ander dat hebben."

Ze hadden tijd en geld voor verre reizen, onder andere naar Canada, waar ze met een gehuurde camper rondtrokken langs geëmigreerde familie en vrienden. Engels spraken ze niet, maar met handen en voeten wisten ze zich te redden.

In 2000 kreeg Cor een tweede hartaanval. Die leek fataal. Na een operatie lag hij thuis te wachten op zijn einde. Toch krabbelde hij weer op en kon hij weer in de tuin werken. "Ik snap waarom ik ben blijven leven", zei hij later tegen de kinderen. "Ik moet voor ma zorgen."

Corrie was aan het dementeren. Ze werd angstig en zag in haar waan altijd mensen lopen die er niet waren, ook 's nachts. Cor vond het moeilijk zijn grote liefde zo te zien. In 2010 overleed zijn oudste zoon aan een hersentumor. Corrie stierf een jaar later. En weer een jaar later verloor hij een dochter door kanker. Het viel hem allemaal zwaar. "Ik ben aan de beurt", zei hij. "Ik had graag willen ruilen." Hij was onbevreesd voor de dood. "Hierna wordt het alleen maar mooier", zei hij.

De laatste jaren werkte hij graag in de tuin. Dan deed hij een middagdutje in zijn tuinhuisje. Een paar weken terug werd hij niet meer wakker.

Cornelis Marie de Gier werd geboren op 6 december 1921 in Harmelen (Utrecht). Hij stierf op 16 juli 2015 in Driebruggen (Zuid-Holland).

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden