Paardebiefstuk slecht behandeld in Amerika

Nederlandse importeurs schetsen te gunstig beeld van welzijn dier

Voor de paardebiefstuk en het bittergarnituur wat Nederlanders eten, zijn paarden in Argentinië, Uruguay, Canada of Mexico vaak beroerd aan hun einde gekomen.

Dat stelt dierenwelzijnsorganisatie Eyes on Animals. Op weg naar de slacht worden paarden mishandeld en onder slechte omstandigheden gehouden en vervoerd. Dat blijkt uit een internationaal onderzoek naar de herkomst van paardenvlees. Welzijnsregels die in de EU gelden, gelden niet in deze landen.

Supermarkten en vleesproducenten schetsen volgens de dierenbeschermers een te rooskleurig beeld van het welzijn van de dieren. Op een verzamelplaats in Canada zagen ze ongezond vetgemeste of juist uitgehongerde paarden, en dieren met infecties die nauwelijks medische hulp kregen. "Ik heb een merrie gezien met een dood veulen waarvan ze maar gedeeltelijk was bevallen. Ze heeft daar uren zo gelegen. Uiteindelijk hebben wij de moeder laten euthanaseren", vertelt Lesley Moffat, directeur van Eyes on Animals.

Met internationale partners als Tierschutzbund Zurich uit Zwitserland en Animals' Angels uit de VS bezocht Eyes on Animals zo'n 25 verzamelcentra, veilingen en slachterijen in de vier landen. "We hebben niet één plek gezien waar geen dierenleed was", zegt Moffat.

In de Amerikaanse landen zijn de welzijnseisen minder streng. Handelaars vervoeren paarden vaak over duizenden kilometers. In Europa krijgen paarden na iedere acht uur schoon water en na iedere 24 uur een dag rust. In Argentinië en Canada mogen ze 36 uur aan één stuk vervoerd worden zonder schoon water of eten. In sommige landen worden stroomstootwapens gebruikt bij het in- en uitladen.

Nederland is wereldwijd de derde importeur van paardevlees. Ongeveer 40 procent komt uit Amerika. Een groot deel exporteren we weer. De rest komt hier op de markt, onder andere als paarderookvlees en -biefstuk via supermarkten als Jumbo, Albert Heijn en C1000, en verwerkt in de horecasnacks van Beckers en Mora. Eyes on Animals staaft dat met e-mails van de klantenservices van die bedrijven.

Mora erkent dat al haar paardevlees uit Noord- en Zuid-Amerika komt. Op haar website stelt de snackfabrikant dat de leveranciers erkend zijn door de Europese Unie. Volgens Mora betekent dat dat ze zich moeten houden aan alle regels van de EU, 'inclusief richtlijnen op het gebied van dierenwelzijn'. Maar volgens Willy Baltussen, onderzoeker aan de Wageningen Universiteit, legt de EU helemaal geen regels op het gebied van dierenwelzijn op aan andere landen. De EU-controle richt zich alleen op dierziekten en de vleeskwaliteit, stelt hij. "Als bedrijven meer willen, moeten ze dat onderling afspreken."

Dat doet Mora, zo stelt Peter Doodeman van moederbedrijf Ad van Geloven. "Naar mijn weten worden de dieren maximaal acht uur vervoerd, net zoals in Europa", stelt hij. Het snackbedrijf controleert de reispapieren. "Maar we zijn er natuurlijk niet iedere dag bij." Een medewerker van het bedrijf voert jaarlijks onaangekondigde controles uit bij leveranciers, zegt Doodeman. Daarbij is ook een onafhankelijk bureau betrokken. Ad van Geloven heeft nooit misstanden aangetroffen.

Volgens Eyes on Animals worden paarden meestal na een ander leven (als racepaard in de VS of polo-paard in Argentinië) bij elkaar gebracht op grote paardenmarkten. De herkomst is nauwelijks te traceren en de transportomstandigheden zijn moeilijk te controleren, stelt de organisatie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden