Paard van Troje op Europese banentop

De Nederlandse vakcentrales hebben er in de aanloop naar de Top van Amsterdam op aangedrongen dat het werkgelegenheidsprobleem op een zelfde manier aangepakt zou worden als de monetaire unie (Emu). Ook de werknemers en werkzoekenden moeten profiteren van de Europese integratie.

WILCO BRINKMAN; JURRIEN KOOPS; JAN JACOB VAN DIJK

De mogelijkheden voor een nationaal beleid ter stimulering van de werkgelegenheid zijn beperkter geworden. Europa kan de problemen niet oplossen, maar kan de kansen op succes van een nationaal beleid werd vergroten. Hoe paradoxaal het ook mag klinken: er moet juist meer gecoördineerd worden op Europees niveau om nog een nationaal beleid te kunnen voeren. Een te ver uiteenlopen van de werkloosheidscijfers tussen de lidstaten tast de houdbaarheid van de Emu aan.

Deze gedachten komen grotendeels overeen met de opvattingen van de voorzitter van het Employment and labour market committee (ELMC), de Nederlander Hans Borstlap van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid. Deze commissie van hoge ambtenaren uit de 15 lidstaten is verantwoordelijk voor de inhoudelijke voorbereiding van de 'banentop'.

Volgens Borstlap is het slagen van een Emu afhankelijk van een doelstelling op werkgelegenheidsterrein. Die zou het beste tot uitdrukking komen in een concreet Europees kengetal. Hij pleitte voor het aanvaarden van een Europese i/a-ratio, die de verhouding weergeeft tussen inactieven en actieven. Analoog aan de Emu-criteria wilde hij het gemiddelde nemen van de drie best presterende lidstaten, met daarbovenop een zekere marge. Binnen vijf tot zeven jaar zouden lidstaten aan dat nieuwe criterium moeten voldoen. Ieder jaar zouden lidstaten aan het ELMC moeten rapporteren over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Op basis daarvan kan het ELMC aanbevelingen doen aan de lidstaten. Dan wordt er daadwerkelijk inhoud gegeven aan het nieuwe werkgelegenheidshoofdstuk.

De i/a-ratio kan als een goede graadmeter voor de houdbaarheid van het sociale stelsel worden beschouwd. Het geeft aan in hoeverre de huidige en toekomstige financiering van het sociale stelsel is gewaarborgd. Maar naast de verhouding tussen actieven en inactieven is ook de financieringswijze van het sociale stelsel bepalend voor de houdbaarheid, zeker op de lange termijn. Een kapitaaldekkingsstelsel biedt in dat geval meer waarborgen dan een omslagstelsel.

Maar ook dreigt het risico dat met de i/a-ratio het Paard van Troje in huis wordt gehaald. Zij kan zonder aanvullende afspraken politiek worden gebruikt om a-sociaal beleid te rechtvaardigen. Zo werd in Nederland de koppeling afhankelijk gesteld van de hoogte van dit cijfer. En ook al maakt de beperking van de ratio tot de actieve beroepsbevolking vergelijking makkelijker, het probleem van de vergrijzing wordt daarmee voor de toekomst meteen weggedefinieerd.

De vakbeweging heeft bij herhaling kenbaar gemaakt sociale normen aan de Emu te willen toevoegen. In dit licht beschouwen we de discussie over de i/a-ratio als een eerste stap. Maar er moet meer komen. De i/a-ratio moet worden aangevuld en geconcretiseerd om werkgelegenheidsbeleid offensiever en minder vrijblijvend te laten zijn. Dat kan door kerngetallen toe te voegen die een directe relatie met de werkloosheid tot uitdrukking brengen. Bijvoorbeeld een streefcijfer voor een percentage langdurige werkloosheid of de participatie van oudere werknemers. Ook de mate waarin een land in staat is nieuwe banen te creëren, de arbeidsintensiteit van de economische groei, is van belang. Hierbij spelen arbeidstijden en deeltijd een rol.

Een strikte toepassing van de ratio is in onze ogen niet wenselijk. Toepassing van de ratio laat zich vergelijken met de staatsschuldnormen. Voldoende beweging in de goede richting is belangrijker dan het resultaat. De betekenis van gemeenschappelijke werkgelegenheidsnormen is vooral gelegen in het feit dat er binnen Europa meer consensus ontstaat over het te voeren werkgelegenheidsbeleid. Bovendien vormt het een noodzakelijke sociale aanvulling op de Emu en het stabiliteitspact. In die zin is de politieke waarde groter dan de macro-economische waarde. Het gaat vooral om de geloofwaardigheid en sociale acceptatie van de Europese integratie.

Instrumenten

Met de aanvaarding van een nieuw kengetal is de werkloosheid nog niet verminderd. De Europese Top moet een nationaal werkgelegenheidsbeleid mogelijk maken. Bestaande Europese belemmeringen moeten daarvoor worden weggenomen. Wat dat betreft liggen er met name mogelijkheden bij maatregelen die een structurele verlaging van de arbeidskosten beogen.

In de eerste plaats willen we een verschuiving van lasten op arbeid naar lasten op milieu. Door deze 'ecologisering' van het fiscale stelsel kunnen de kosten van arbeid aanzienlijk worden verlaagd, waardoor er meer werkgelegenheid ontstaat. Daarnaast betekent het dat men bewuster om al gaan met het milieu. Immers, hoe meer je van het milieu gebruik maakt des te meer moet je er voor betalen.

Daarnaast pleiten wij voor een verlaagd BTW-tarief voor arbeidsintensieve productie en dienstverlening (een sociaal BTW-tarief). De prijs, die nu vanwege de arbeidslasten vaak hoog is, zal gaan dalen. De vraag naar deze diensten, bijvoorbeeld schoenreparatie en schoonmaakwerk, stijgt en dat leidt tot meer werkgelegenheid.

Het CNV verwacht weinig heil van het creëren van nieuwe Europese fondsen. Dit leidt vooral tot meer administratieve rompslomp, ondoorzichtigheid en frustratie. Beter is het, als er bij het toekennen van middelen uit de structuurfondsen veel meer dan nu gekeken wordt naar wat de werkgelegenheidseffecten ervan zijn.

Samenvattend: Zonder politieke wil is er geen positief resultaat te verwachten van de banentop in Luxemburg. Deze politieke wil moet zich vertalen in het aanvaarden van een Europese norm. De kracht daarvan is vooral gelegen in het feit dat er binnen Europa meer consensus ontstaat over het te voeren werkgelegenheidsbeleid. De discussie over de Europese norm mag de discussie over de concrete instrumenten echter niet blokkeren. Als dat wel het geval is, vervallen we van de regen in de drup.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden